Vlaanderen verliest belangrijke stem in het nationaal debat met Etienne Vermeersch (1934-2019)

Leonie Breebaart I Trouw - Nederland

Sceptisch, moedig, welbespraakt: met filosoof Etienne Vermeersch verliest Vlaanderen een belangrijke stem in het nationaal debat. 

Vorige week vrijdag, zo werd donderdag bekendgemaakt, overleed de 84-jarige de filosoof in Gent, de stad waar hij van 1967 tot 1997 als hoogleraar filosofie werkte. Hoewel Vermeersch, zoon van een Brugse spoorwegarbeider, bekend werd als atheïst, studeerde hij Klassieke Filologie bij de Jezuïeten. 

In 1958 trad hij uit en ontwikkelde zich tot religiecriticus. Eén van zijn bekendste uitspraken: “Wie in God gelooft, hoeft niet bang te zijn en wie niet in God gelooft hoeft helemaal niet bang te zijn.” Met zijn kritische denkhouding en eruditie is Vermeersch van grote betekenis geweest voor het publiek debat in Vlaanderen. Zo liep hij  voorop in het debat over abortus, het recht op anticonceptie en op euthanasie. 

De laatste jaren waarschuwde Vermeersch, zelf kinderloos, onvermoeibaar voor het probleem van mondiale overbevolking. Hij pleitte voor geboortebeperking én consumptiebeperking, zeker in rijke landen. Zijn kritiek op christendom en islam leverde Etienne Vermeersch ook vijanden op. In 2008 werd hij door 100 prominente Vlamingen uitgeroepen tot de belangrijkste intellectueel van Vlaanderen.

Euthanasie: Etienne Vermeersch reageert

Etienne Vermeersch

Euthanasie: Etienne Vermeersch reageert

Knack I 22 november 2017

Het is pijnlijk te moeten ervaren dat mensen zich gekrenkt voelen door een uitspraak die helemaal niet voor hen bedoeld is. Ik heb dit meegemaakt in verband met de NIPT-test en het Downsyndroom. Nu is de heer Patrick Garré gekwetst (‘Het laatste woord’, Knack
nr. 46). Uit de context van mijn betoog blijkt nochtans duidelijk dat ik personen bedoelde die zich, veelal vanaf het begin van het euthanasiedebat, herhaaldelijk als tegenstander hebben geuit in de media – of toch wat euthanasie voor niet-terminale patiënten betreft. Wanneer zij zich nu opnieuw uitspreken in verband met psychisch lijden komt dat weinig overtuigend over omdat zij er sowieso vijandig tegenover staan. Je kunt natuurlijk niet uitsluiten dat zij sindsdien geconfronteerd werden met ernstig psychisch lijden, maar blijkbaar weegt dat niet op tegen hun dogmatische houding. Ik respecteer uiteraard hun lijden, maar het lijkt me dat zij daardoor geen ernstige bijdrage kunnen leveren om af te wegen wat wel en wat niet gewenst is op dat vlak. Dat is wat ik wilde zeggen. Misschien wat kort door de bocht, maar grondig nuanceren is in een interview meestal niet mogelijk.

Natuurlijk moeten we mensen, met welke handicap ook, maximaal helpen

Etienne Vermeersch
Photo by Nathan Anderson on Unsplash

Natuurlijk moeten we mensen, met welke handicap ook, maximaal helpen

Filosoof Etienne Vermeersch is uitzonderlijk hard voor zijn collega Ignaas Devisch: 'Ik streef naar genetische correctie, niet naar genetische optimalisatie. Hier werd manifest gelogen.'

De discussie in 'De Afspraak' over de NIP-test en het Downsyndroom had betrekking op een samenvatting van een telefonisch interview met mij over het thema in De Morgen (3/6).

Ik had maar enkele minuten de tijd gekregen om deze samenvatting na te lezen. Ik drukte in het interview de hoop uit dat, dankzij de verspreiding van deze test, mensen met deze ziekte uiteindelijk zullen uitsterven.

Ik bedoelde uiteraard het uitsterven van de aandoening zelf: het is al heel mijn leven mijn overtuiging dat we mensen, met welke handicap ook, maximaal moeten helpen. Blijkbaar is mijn formulering door sommigen in negatieve zin begrepen.

Wat ik Ignaas Devisch verwijt is, dat hij in een column in De Standaard deze ongelukkige zin heeft aangegrepen om een totale aanval op mijn denken te richten.

Pleidooi voor vrije keuze.

Etienne Vermeersch

Pleidooi voor vrije keuze

De column ‘Hopen op uitsterven?’ (DS, 6 juni) van Ignaas Devisch (ID) , die schijnbaar over mijn visie op NIPT en op Downsyndroom gaat, week zover van mijn echte opvattingen af, dat ik het eerst hopeloos vond erop te reageren. In De Afspraak (6 juni) bleek echter dat zijn betoog niet het gevolg was van een onvermogen om correct een tekst te lezen, maar om bewuste kwade trouw. Immers, toen ik tekstueel het foutieve van zijn lectuur aantoonde, bleef hij toch in zijn richting doordrammen.

Ik geef maar een paar voorbeelden. Hij schreef driemaal dat mijn ‘enig uitgangspunt’ is: een ‘plicht tot genetische optimalisatie’ om ‘alle’ imperfecties uit de wereld te helpen. In mijn tekst stond echter tweemaal dat ik het alleen heb over ‘zware handicaps’, die algemeen erkend worden als ‘sterk nadelig voor het individu’. Ik voegde er nadrukkelijk aan toe dat ik niet ‘het nastreven van een volmaakt kind’ bedoelde. Verder vond ik dat inzake de keuze voor abortus na een diagnose van Down “de mentaliteit zal evolueren”; ID schreef me in het debat tweemaal de uitdrukking “moet evalueren” toe, om te bewijzen dat ik de vrijheid wil aantasten. Hoe kan iemand die zonder verpinken tegen de evidente waarheid ingaat, zich nog ethicus noemen?

Pleidooi tegen rootisme

Etienne Vermeersch

Pleidooi tegen rootisme

Door de recente gebeurtenissen in verband met het Turkse referendum komt een betoog dat ik sinds 2002 houd tegen rootisme opnieuw in de actualiteit.

Ik beschouw het meer en meer als een belangrijke opgave voor de komende jaren dat we mensen van ‘allochtone’ afkomst ervan overtuigen dat het rootisme, zowel om pragmatische als om ethische redenen een verkeerde houding is. Etienne Vermeersch

Men kan ‘rootisme’ definiëren tegen de achtergrond van de (correcte) definitie van ‘racisme’. Racisme is de overtuiging (en de hiermee samenhangende houdingen) dat mensen bepaald zijn, veelal in negatieve zin, door een reeks echte of denkbeeldige eigenschappen die ze, op grond van biologische afstamming met een groep gemeen zouden hebben. Een racist definieert andere mensen op grond van hun genetische oorsprong. Hij overlaadt hen met stigmata, niet op grond van wat ze als persoon zijn, maar als leden van een groep waartoe zij door hun afstamming zouden behoren.

De vrijheid van meningsuiting heeft haar rechten

Etienne Vermeersch

De vrijheid van meningsuiting heeft haar rechten

We moeten terughoudend zijn als we de vrijheid van meningsuiting willen aanpakken, vindt Etienne Vermeersch. Om meer dan één reden.

De Standaard - Opinie — De inzichten over het belang van vrijheid van meningsuiting zijn in Europa vooral ontstaan ten gevolge van de Dertigjarige Oorlog, in de zeventiende eeuw. Talloze mensen hadden toen het leven verloren in gevechten die in essentie betrekking hadden op de vraag wat de juiste vorm van christendom was: de protestantse of de katholieke. Pierre Bayle stelde vast dat er aan beide zijden intelligente en deugdzame mensen waren, die toch van mening verschilden over die centrale vraag. Blijkbaar was het antwoord daarop niet evident. Het principe dat alleen de waarheid rechten heeft en de leugen niet, was in deze context niet vol te houden. Er was immers geen absolute neutrale instantie die kon beslissen wat de waarheid was. Door vrijheid van meningsuiting kunnen alle opinies aan bod komen en alleen dat maakt het mogelijk dat uiteindelijk de waarheid komt bovendrijven.

Uitgaande van dit basisargument, komt men tot de wezenlijke vraag of die vrijheid ook grenzen kent. Vanuit een moreel uitgangspunt ligt het voor de hand dat we het goede nastreven en het kwade afwijzen. In verband met een maatschappij-ordening gaan we echter niet zover dat alles wat immoreel is, ook wettelijk verboden wordt. Ontrouw in vriendschappen, leugen, vernederende opmerkingen... verdienen onze afkeuring maar worden niet door de strafwet beteugeld.

Khaybar

Zo'n terughoudendheid is nog veel meer wenselijk in verband met het uiten van meningen. Uitspraken die men op een bepaald moment verfoeide, bleken achteraf toch waar en positief te zijn. Veel mensen die vroeger vanwege hun mening werden opgesloten of levend verbrand, hebben achteraf gelijk gekregen. Wat op een bepaald moment verboden was, wordt later soms waardevol. Tijdens mijn jeugd bijvoorbeeld was het aanprijzen van contraceptieve middelen nog verboden.

Een tweede reden waarom men met het beteugelen van uitspraken voorzichtig moet omspringen, ligt in het feit dat het heel moeilijk is nauwkeurige criteria te vinden voor wat mag en niet mag.

Wanneer bij een betoging geroepen wordt 'Khaybar Khaybar ya yahud' zullen mensen die niet vertrouwd zijn met de islam, daar geen aanstoot aan nemen. 'Jood herinner u Khaybar' luit de vertaling en Khaybar was een joodse nederzetting die door Mohammed werd veroverd, waarna de inwoners horigen werden. Even later werden ze allemaal zelfs uit Arabië verdreven. Deze kreet zet dus aan tot agressie tegen de joden. Men zou zoiets kunnen verbieden als aansporing tot geweld. Maar wat indien men enkel 'Khaybar' roept? Of stel dat een imam oproept tot 'jihad' en achteraf zegt dat hij eigenlijk de 'grote jihad' bedoelde: de innerlijke strijd tot zelfverbetering. Het feit dat mensen voortdurend codes kunnen afspreken, maakt het efficiënt verbieden van uitspraken tot een hachelijke onderneming.

Er is een derde nadeel bij verbodsbepalingen zoals bij het negationismeverbod: het wordt onmogelijk om daarna de diverse vormen ervan intellectueel te weerleggen: wat niet publiek geuit wordt, kun je niet efficiënt bestrijden.

Een wettelijk verbod op bepaalde meningsuitingen moet dus nauwkeurig omschreven kunnen worden. Een eerste voorbeeld is
laster en eerroof (wat niet hetzelfde is): in beide gevallen wordt directe ernstige schade aan medemensen toegebracht. In andere voorbeelden is het essentieel de context erin te betrekken. Neem de uitspraak 'Kinderverkrachters moet men zonder vorm van proces ophangen'. Wanneer zoiets in een artikel voorkomt, is dat immoreel, maar dat hoeft niet wettelijk verboden te worden. In een concrete context waarin een groep mensen een kinderverkrachter betrapt, kan zo'n uitspraak leiden tot het effectief ophangen van deze persoon. Het spreekt vanzelf dat men een dergelijke directe aansporing wel moet kunnen bestraffen.

Wanneer we dus onze wetgeving rond de vrije meningsuiting willen verstrengen, moeten we ons afvragen of de huidige 'oorlogstoestand' vergelijkbaar is met een context waarin bepaalde uitspraken tot onmiddellijke uitvoering aanleiding geven. Mij lijkt dat niet echt het geval. Men zou aanzetten tot het 'bestrijden' van de westerse beschaving als een oproep tot geweld kunnen zien, maar
is het 'bestrijden' van salafisten of moslimbroeders dan ook zo te interpreteren? Dan zullen heel wat misprijzende of veroordelende uitingen niet meer mogelijk zijn. Wie de geschiedenis van dergelijke verbodsbepalingen nagaat, zal vaststellen dat ze dikwijls ook belangrijke vormen van maatschappijkritiek onmogelijk maken.

Ten slotte nog een laatste opmerking. De vrijheid van meningsuiting betekent niet dat men aan iedereen een tribune moet geven. Men kan bijvoorbeeld bepaalde imams beletten te spreken in een moskee die overheidssteun krijgt. Men kan mensen de toegang tot kranten of andere media ontzeggen. Zolang er geen algemeen strafrechtelijk spreek- of schrijfverbod is, wordt de vrijheid van meningsuiting daarmee niet echt in het gedrang gebracht.

"Etienne Vermeersch krijgt LEIFtime Achievement Award voor inzet voor euthanasiewetgeving"

LEIFtime Achievement Award

Filosoof Etienne Vermeersch kreeg maandagavond in Gooik de derde 'LEIFtime Achievement Award' uitgereikt, voor zijn jarenlange inzet voor euthanasiewetgeving. Dat meldt Wim Distelmans, voorzitter van het LevensEinde InformatieForum (LEIF). Distelmans brengt in herinnering dat Vermeersch de eerste was die erop wees dat mensen een zelfgekozen levenseinde moesten kunnen hebben. "Dat was al in 1971, op de toenmalige BRT", aldus Distelmans. Als voorzitter van het raadgevend comité voor bio-ethiek stelde Vermeersch ook als eerste een definitie op van euthanasie.

Etienne Vermeersch over ethiek en zorg

Harold Polis
Etienne Vermeersch door Jan Locus

De manier waarop we over grote ethische vragen spreken en denken is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Een van de wegbereiders van die veranderingen is zonder meer ethicus Etienne Vermeersch. Hoe kijkt hij naar de ontwikkelingen in de zorg?

Jarenlang woedde er, ook in ons land, een intens debat over ethische hete hangijzers, zoals abortus en euthanasie. De debatten hadden een grote maatschappelijke en juridische dimensie, maar groeiden ook uit tot emotioneel geladen symbooldossiers. Zeker bij de aanvaarding van euthanasie speelde Etienne Vermeersch (1934), emeritus-hoogleraar en ere-vicerector aan de Universiteit Gent, een belangrijke rol, als professioneel ethicus en als publiek intellectueel.

Herman De Dijn en Etienne Vermeersch bekampen elkaar voor het eerst in een interview

Joël De Ceulaer

De komende twintig zaterdagen kunt u in De Morgen kennismaken met de grootste denkers aller tijden. Bij de start van die boekenactie hoort een gesprek met twee van de grootste denkers van Vlaanderen. Etienne Vermeersch (81) en Herman De Dijn (72) houden er graag andere ideeën op na. 'Dat is wat jij niet kunt erkennen, Etienne: de tragiek van het leven.'

"Met de achteruitgang van het geloof is de interesse in filosofie sterk toegenomen", zegt Herman De Dijn. "Dat is wellicht geen toeval. Mensen willen antwoorden, oplossingen, zekerheid. Wat ze vijftig jaar geleden aan de pastoor vroegen, vragen ze vandaag aan de filosoof. Maar de filosoof heeft geen definitieve antwoorden. Dat is niet de bedoeling. Voor mij is filosofie vooral een verfijnd soort plezier. Ik doe het in elk geval zeker niet om de wereld te verbeteren."

"Ik zie dat toch anders", zegt Etienne Vermeersch. "Voor mij is een filosoof iemand die in staat is om een probleem te onderzoeken, en die kan helpen bij het vinden van een oplossing. Daar heb ik mij altijd sterk voor geëngageerd. Vooral door mijn bijdrage aan het euthanasiedebat heb ik toch geprobeerd om de wereld een beetje te verbeteren."

De Kesel is een bisschop, ik vooralsnog niet

Etienne Vermeersch - Opinie

Ik verdedig geen ‘absolute vrijheid van meningsuiting’: ik sluit me ten volle aan bij de beperkingen die traditioneel in België gangbaar waren. Racistische en negationistische uitspraken vormen echter een heel apart geval. Mein Kampf, zopas opnieuw uitgegeven, bevat zowat het summum van racistische uitspraken. Redelijke mensen vinden het echter beter deze teksten opnieuw bekend te maken, zodat men ze ook terdege kan weerleggen, eerder dan ze ongemoeid verder te laten woekeren. Hetzelfde geldt uiteraard voor negationisme.  Etienne Vermeersch

 

Zowel hijzelf (over negationisme) als Jozef De Kesel (over euthanasie) heeft een uitspraak gedaan waarmee juridisch geen enkel probleem is, zet Etienne Vermeersch de puntjes op de i. Wel is er dit verschil: De Kesel heeft institutioneel gezag, wat zijn uitspraken minder vrijblijvend maakt.

Wie? Hoogleraar emeritus. 

Wat? De kwestie-De Kesel heeft niet zozeer te maken met vrije meningsuiting, het probleem is vooral dat hij een beslissing van een ziekenhuisbestuur tussen de arts-patiëntrelatie probeert te wrikken.

 

Mark Van de Voorde heeft mijn uitspraken niet begrepen, zo blijkt uit zijn opiniestuk ‘Waarom mag Vermeersch wat De Kesel niet mag’ (DS 9 januari)

Ik zal het eens simpel uitleggen. 

In België is een meningsuiting traditioneel alleen strafbaar als er laster of eerroof mee gemoeid is of een directe aansporing tot strafbare feiten. Later is daar (onder meer) het verbod van racistische, xenofobe en negationistische uitspraken bijgekomen. De vraag of de geuite meningen onwaar, verfoeilijk of immoreel zijn, doet in deze context niet ter zake. Meningsvrijheid geldt volgens het Europees Hof immers ook voor uitingen ‘die beledigen, schokken of de Staat of een deel van de gemeenschap in verwarring brengen’.

Zowel mijn uitspraak inzake negationisme als die van aartsbisschop De Kesel over euthanasie hebben aanleiding gegeven tot ophef in de sociale en andere media. Niemand heeft echter geopperd dat ze juridische gevolgen konden hebben. Het artikel van Van de Voorde is dus zonder voorwerp: De Kesel mag exact wat Vermeersch mag, en omgekeerd. 

De ‘zonde’ van een Volksunie-stem

Toch is er, moreel gezien dan, een verschil. Ikzelf heb geen enkel institutioneel bekrachtigd gezag. De Kesel heeft als bisschop gezag over zijn priesters: zij leggen bij de wijding de belofte af van ‘eerbied en gehoorzaamheid’; als lid van een ziekenhuisbestuur zouden ze zich door zijn stellingname gebonden kunnen achten. 

Misschien kunnen zelfs gelovigen zich nog door bisschoppelijke uitspraken laten misleiden. Toen bisschop Emiel Jozef De Smedt in 1958 in een ‘herderlijke’ brief betoogde dat stemmen voor de Volksunie een zware zonde was, bracht hij veel mensen in gewetensnood. De tijden zijn veranderd, maar misschien blijft er van die mentaliteit nog iets hangen. 

Van de Voorde zelf lijkt in verband met mijn uitspraak wel een juridisch aspect te suggereren: ‘Een mening die wel strafbaar is.’ Dat is een nogal pijnlijke uitschuiver: een uitspraak over negationistische uitspraken is immers zelf geen negationistische uitspraak. Althans in mijn universiteit leert men het onderscheid tussen taal en metataal, uitspraak en meta-uitspraak. Ik verdedig geen ‘absolute vrijheid van meningsuiting’: ik sluit me ten volle aan bij de beperkingen die traditioneel in België gangbaar waren. Racistische en negationistische uitspraken vormen echter een heel apart geval. Mein Kampf, zopas opnieuw uitgegeven, bevat zowat het summum van racistische uitspraken. Redelijke mensen vinden het echter beter deze teksten opnieuw bekend te maken, zodat men ze ook terdege kan weerleggen, eerder dan ze ongemoeid verder te laten woekeren. Hetzelfde geldt uiteraard voor negationisme. 

Misschien kan ik de diepe fundering van onze opinievrijheid als volgt duidelijk maken. De Bijbel en de Koran worden beschouwd als geopenbaard door een oneindig goede en wijze God. In beide boeken keurt die God de slavernij goed, een mensonterend, volstrekt immoreel instituut. Die God is dus niet oneindig goed en wijs, en daaruit volgt dat hij niet bestaat. Voor mij is dat een evidente waarheid. Ik ken echter intelligente en eerlijke mensen die dat inzicht niet volgen. De waarheid heeft haar rechten, maar dat geldt ook voor het respect voor de medemens. Trouw zijn aan mezelf kan dus alleen als ik die waarheid poog te verspreiden, maar dan zonder dwang, macht of louter formeel gezag. Alleen een beroep op de rede en op de diepe emoties die met medemenselijkheid gepaard gaan, zijn hier aanvaardbaar. Zo kan men een discussie aanvatten over wat met ‘openbaring’ bedoeld wordt. In het privéleven leidt zo’n houding tot verdraagzaamheid, in het maatschappelijke tot de vrijheid van meningsuiting. 

Een bestuur heeft geen geweten

Toegepast op het pleidooi van De Kesel inzake euthanasie, kunnen we op het rationele vlak de volgende vaststelling voorleggen. In tegenstelling tot wat ‘juristen’ beweren, heeft de wetgever wel degelijk de uitbreiding van de ‘gewetensclausule’ naar rechtspersonen afgewezen. Tweemaal werd een expliciet amendement daarover in de Senaatscommissie met een ruime meerderheid verworpen. In de Kamer werd een analoog amendement eveneens weggestemd. Dat de sociaal-democraat Fred Erdman ter zitting een andere mening uitte, is – vergeleken met deze formele stemmingen – irrelevant. Tussen de wens van de lijdende patiënt en de gewetensbeslissing van de arts erkent de wetgever dus geen andere instantie. Wel kunnen andere individuen die bij de handeling betrokken zijn, eveneens de gewetensclausule inroepen. 

Het stuitende van de visie van De Kesel ligt echter vooral op het morele vlak: hij eist een omkering van de waarden. Fundamenteel in onze beschaving is het respect voor de persoonlijke gewetensbeslissing en het mededogen met de lijdende medemens. Bij de patiënt gaat het om een noodkreet in een ultieme situatie, die bij Bach luidt ‘Wenn mir am allerbängsten wird um das Herze sein’. Bij de arts gaat het erom zijn vakopleiding en zijn deernis om de lijdende mens af te wegen. Dat is de meest intieme ‘wij-belevenis’ die mensen kunnen hebben. En daar wenst De Kesel de beslissing van een ziekenhuisbestuur tussen te wrikken: een instantie die geen geweten heeft – alleen mensen hebben dat – en die geen benul heeft, niet van het lijden van de patiënt en niet van de overwegingen van de arts. Het mededogen van de barmhartige Samaritaan, het zelfbeschikkingsrecht van de verlichting: met een ijzige gevoelskilte worden die basiswaarden te grabbel gegooid.

 

Banaliseer psychisch lijden niet

Johan Braeckman

Johan Braeckman is hoogleraar wijsbegeerte aan de UGent, An Ravelingien ethicus bij Bioethics Institute Ghent en Maarten Boudry wetenschapsfilosoof aan de UGent.

JOHAN BRAECKMAN e.a.

In een open brief uitten tientallen academici en zorgverleners hun bezorgdheid over de wettelijke regeling rond euthanasie voor ondraaglijk psychisch lijden (DM, 8/12). Die bezorgdheid is ongetwijfeld goedbedoeld, maar niettemin misplaatst. De briefschrijvers eisen een "objectieve" aanwijzing van de onomkeerbaarheid van psychisch lijden, zoals een "organisch letsel of weefselschade". Zij verwachten "factoren die onafhankelijk zijn van wat er subjectief inzake de ziekte gevoeld en gedacht wordt". Euthanasie op basis van "louter psychisch lijden" willen ze uit de huidige wetgeving schrappen. Vooral het woordje "louter" is hier zeer betekenisvol. 

Het is volgens ons een misvatting dat euthanasie enkel bij zogenaamd lichamelijk lijden "verantwoord" is. De eis om lijden (en pijn) "objectiveerbaar" te maken, is een vreemde vorm van positivisme of sciëntisme. Moeten we psychisch lijden waarvan mensen langdurig en helder getuigen, niet ernstig nemen zolang dat leed niet wetenschappelijk wordt hard gemaakt? Gaan we pas ingaan op de ultieme vraag om hulp als het leed onder een hersenscan is aangetoond? De briefschrijvers miskennen niet alleen de professionele competentie van de artsen en therapeuten die de diagnose stellen, maar willen de klok decennia terug draaien door de patiënt onmondig te verklaren over de aard en intensiteit van zijn of haar lijden.

UITZICHTLOOS LIJDEN

Vanzelfsprekend is lijden subjectief. Wat anders? Als een persoon lijdt, dan is hij of zij evident de enige die deze ervaring redelijk kan inschatten. Het lijden behoort toe aan een subject. Deze subjectieve dimensie miskennen, verraadt een gebrek aan empathie. De opmerking van de briefschrijvers dat ze "gealarmeerd zijn door een toenemende banalisering van euthanasie op grond van psychisch lijden" is bijgevolg bedenkelijk. 

In een gesprek met Bart Schols in De Afspraak (8/12) verwees Ariane Bazan, een van de initiatiefnemers van de brief, naar een artikel en het boek van psychiater Lieve Thienpont: "Libera me. Over euthanasie en psychisch lijden". Het werk van Lieve Thienpont maakte haar blijkbaar duidelijk dat euthanasie voor psychisch lijden opnieuw verboden moet worden. Dat is erg merkwaardig, omdat het boek van Lieve Thienpont net maar al te duidelijk maakt hoe uitzichtloos de situatie is van diegenen die omwille van psychisch lijden euthanasie aanvragen. Het gaat om mensen die men vaak reeds vele jaren tracht te helpen, met alle mogelijke middelen die de geneeskunde en de psychologische zorgverlening te bieden heeft. Sommige van die patiënten zijn zo wanhopig dat ze overgaan tot zelfdoding, met soms vreselijke en mensonterende gevolgen van dien. 

Denken de briefschrijvers dat de wetgever, en de artsen die bereid zijn om aan sommige (!) hulpvragen tegemoet te komen, lichtzinnig omspringen met het verzoek om waardig afscheid van het leven te mogen nemen? Dat ze niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden van diverse therapieën en van de strikte voorwaarden voor euthanasie bij psychisch lijden? Net omdat psychisch lijden moeilijker meetbaar is, en een specifieke groep patiënten niet terminaal is, heeft de wetgever voor deze patiënten al twee bijkomende zorgvuldigheidsvoorwaarden verbonden aan een euthanasieverzoek: een tweede advies van een psychiater en een minimumwachttermijn van één maand.

De briefschrijvers houden het bij een algemene beschouwing over het "hopeloze gevoel" dat mensen bij depressie ervaren, dat voor hen "op geen enkele wijze in verhouding staat tot het werkelijk hopeloos zijn van een situatie". Maar uiteraard komt niet iedereen met een depressie zonder verdere therapeutische interventie zomaar in aanmerking voor euthanasie. Dat is evident. In de praktijk gaat het jaarlijks in ons land over een vijftigtal personen, een uiterst kleine fractie van het aantal mensen dat een depressie doormaakt. 

Dat de briefschrijvers het uitzichtloos lijden van deze kleine groep mensen wegwuiven als "louter subjectief", een gevoel dat nu eenmaal bij een depressie hoort, illustreert niet alleen een gebrek aan inlevingsvermogen maar bovendien is het een paternalistische reflex: 'Jij denkt dat je lijden uitzichtloos is, maar wij weten beter.' Overigens staat een acute depressie (bv. door een rouwproces) de wettelijke voorwaarde van vrijwilligheid meestal in de weg. Het gaat bij het merendeel van de euthanasie-aanvragen om andere mentale aandoeningen, soms in combinatie met langdurige, chronische en therapieresistente depressie.

HET VALSE ONDERSCHEID TUSSEN FYSIEK EN PSYCHISCH LIJDEN

De briefschrijvers vrezen dat de opvatting dat het uitzicht op de dood onderdeel van goede zorg kan zijn, "het radicale failliet van de mentale zorgsector" betekent. Deze opmerkelijke uitspraak was enkele decennia geleden nog een vaak gehoorde bedenking in het euthanasiedebat, ook voor fysiek lijden: "De dood is de vijand van de geneeskunde, als een arts iemand uit zijn lijden verlost, betekent dat het falen van de medische zorg". Ondertussen weten we beter. Helaas is het lijden van sommige patiënten zo onpeilbaar diep, dat het inwilligen van hun verzoek om medisch geassisteerd en pijnloos te overlijden, vanaf een bepaald moment het beste is wat de zorgsector nog te bieden heeft. Ariane Bazan en haar co-auteurs zijn blijkbaar van mening dat psychiatrische patiënten nooit uitbehandeld kunnen zijn. Dat komt erop neer dat psychiatrische patiënten geen recht hebben om een behandeling te weigeren, wat geheel in strijd is met de wet op de patiëntenrechten.

De euthanasiewet steunt op enkele fundamentele filosofische principes over een waardig levenseinde, waarin empathie en zelfbeschikking centraal staan. Er is geen goede reden te bedenken waarom men patiënten die ondraaglijk psychisch lijden, zoals ondubbelzinnig erkend door bevoegde artsen en conform de wetgeving, minder ernstig moet nemen dan diegenen die zogenaamd "objectief lichamelijk" lijden. Overigens ervaren ook mensen met een ongeneeslijke fysieke aandoening psychisch leed. Als we de logica van de briefschrijvers volgen, kan men bijgevolg de "ondraaglijkheid" van elke euthanasie-aanvraag betwisten, wat een aantasting inhoudt van de autonomie, en bijgevolg de waardigheid, van om het even welke patiënt die om euthanasie verzoekt. Net zoals de overgrote meerderheid van zorgverleners vandaag de dag, is ook de wetgever in 2002 heus niet overhaast te werk gegaan.

 

Johan Braeckman (hoogleraar wijsbegeerte, Universiteit Gent)
An Ravelingien (ethicus, Bioethics Institute Ghent)
Maarten Boudry (wetenschapsfilosoof, postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Gent)
Etienne Vermeersch (gewezen voorzitter van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek)
Wim Distelmans (prof palliatieve geneeskunde, VUB)
Paul De Knop (Rector, VUB)
Wouter Duyck (opleidingsvoorzitter psychologie, Universiteit Gent)
Freddy Mortier (ethicus, UGent)
Marleen Temmerman (buitengewoon Hoogleraar, Universiteit Gent)
Gwendolyn Rutten (voorzitter Open Vld)
Jacinta De Roeck (gewezen senator en voorzitter van LEIF Antwerpen)
Serge Gutwirth (Professor mensenrechten, VUB)
Tony Van Loon (emeritus moraalwetenschappen, Vrije Universiteit Brussel)
Jean-Jacques Amy (Emeritus Hoogleraar Gynaecologie-Verloskunde, Vrije Universiteit Brussel)
Sonja Snacken (Professor criminologie, Vrije Universiteit Brussel)
Peter Paul De Deyn (Neuropsychiater, Hoogleraar, Universiteit Antwerpen en Groningen)
Paul Destrooper (bestuurder LEIF, Forum Palliatieve Zorg en Zuster Leontine Fonds)
Geert De Soete (Decaan Fac. Psychologie en Pedagogische Wetetenschappen, UGent)
Rik Schots (Professor Hematologie UZ Brussel)
Thierry Vansweevelt (Hoogleraar Medisch recht, Universiteit Antwerpen)
Jean Paul Van Bendegem (filosoof VUB, Brussel)
Marina Van Haeren (algemeen directeur deMens.nu en secretaris-generaal Centraal Vrijzinnige Raad)
Frank Schweitser (Ma Wijsbegeerte & Moraalwetenschappen, Verpleegkundige,
W.E.M.M.E.L. expertisecentrum 'waardig levenseinde')
Edel Maex (Psychiater, Ziekenhuis Netwerk Antwerpen)
Sylvain Peeters (psycholoog en voorzitter van deMens.nu)
Patrik Vankrunkelsven (docent huisartsgeneeskunde, KULeuven)
Peter Deconinck (emeritus hoogleraar kinderchirurgie, VUB)
Piet Hoebeke (professor, Voorzitter Medische Raad, Vakgroepvoorzitter Uro-Gynaecologie, Diensthoofd Urologie, UZ Gent)
Mario Van Essche (voorzitter HVV en advocaat, Putte)
Gert De Nutte (algemeen coördinator Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging)
Franky Bussche (directeur Studie en Onderzoek deMens.nu)
Guy Peeters (arts, Voorzitter Socialistische Mutualiteiten)
Anne-France Ketelaer (jurist en adjunct-algemeen directeur van UVV/deMens.nu)
Marjan Joris (coördinator De Maakbare Mens vzw)
Frank Christiaens (Anesthesioloog - Urgentiegeneesheer, LEIF-arts)
Stefaan De Smet (lector psychiatrische verpleegkunde en onderzoeker forensische psychiatrie, Hogeschool Gent - Vrije Universiteit Brussel - Universiteit Gent)
Bea Verbeeck (Psychiater-psychotherapeut Brussel)
Liesbet Lauwereys (coördinator De Maakbare Mens vzw)
Gwen Verbeke (LEIF-arts, Palliatief arts-geriater AZ Jan Portaels, Vilvoorde)
Magali de Jonghe (lid van de Federale Controle Commissie Euthanasie, lid RvB LEIF W-VL en vrijzinnig humanistisch consulent huisvandeMens Brugge)
Andrea Thienpont (onthaalmedewerker LEIF GENT)
Mia Fermon (partner van Koen, twee jaar geleden overleden door euthanasie)
Benneth De Proft (bestuur Vonkel en LEIF Antwerpen)
Jacqueline Herremans (advokaat, voorzitster association pour le droit de mourir dans la dignité, lid van de Euthanasie commissie)
Robert Gosselin (radioloog - UZ Gent)
Reinier Hueting (huisarts, LEIFarts, Geraardsbergen)
Ann Staels (klinisch psycholoog, Vonkel)
Tino Ruyters (directeur vzw Free Clinic, Antwerpen)
Robert Schurink (arts, directeur Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig
Levenseinde)
Marc Tourwé (hoogleraar Universiteit Antwerpen, faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen)
Christine Demeulemeester (psychotherapeut, Aalst)
Patrick Wyffels (leifarts, huisarts in Halle-Zoersel)
Winne Caemaert (Osteopate)
Jan Bernheim (Professor em. End-of-Life Care Research Group, Faculty of Medicine, Vrije Universiteit Brussel)
Guido Pennings (hoogleraar Bioethics Institute Ghent)
Heidi Mertes (ethicus UGent)
Dirk Demuynck (uitgever)
Brenda Froyen (ervaringsdeskundige, auteur van het boek Kortsluiting in mijn hoofd)
Rahis Remmery (Onthaalmedewerker LEIF GENT)
Hilde Verbruggen (Onthaal medewerker Leif Antwerpen)
André Van Nieuwkerke (Voorzitter LEIF West-Vlaanderen, Eresenator)
Inès Staelens (patiënt, ervaringsdeskundige)
Dominique Lossignol (M.D., Institut Jules Bordet, ULB)
Ann Callebert (klinisch psycholoog - onderzoekster herstel en euthanasie)
Kurt Audenaert (Hoogleraar psychiatrie, Universiteit Gent)
Erik Struys (bestuurder vzw Omega)
Bert Coessens (Sympathisant Vonkel)
Frank Vandendries (moreel consulent, levenseindecounselor Zuid-Nederland)
Rik Achten (Voorzitter Breinwijzer VZW, Diensthoofd radiologie UZGent)
Marleen Peters (projectleider en publicist, gespecialiseerd in het zelfgewilde levenseinde, Amsterdam)
Erna Van der Auwera (onthaalmedewerker LEIF Antwerpen)
Willy Depecker (psychoanalyticus-psychotherapeut, Brugge)
Dirk Devroey (professor, voorzitter vakgroep huisartsgeneeskunde en chronische zorg VUB)
Gaston R. Demarée (KMI-wetenschapper op rust)
Charles Susanne (prof. antropologie, VUB)
Nathalie Albert (ervaringsdeskundige Alexianen Zorggroep Tienen)
Elke Gyselaers (ervaringsdeskundige, Licentiaat Moraalwetenschappen, VUB)
Bart Callebert (ervaringsdeskundige, Gent)
Jasmien Caemaert (maatschappelijk werker)
Kathleen Van Steenkiste (vrijzinnig humanistisch consulent)
Simon Van Belle (medisch oncoloog, U Gent / UZ Gent)
Karl Laurent (Moreel Consulent Luchthaven Zaventem)
Diana Van de Gracht (vrijwilligster bij ,,Netwerk Levenseinde" in Oudenaarde)
Frank Heyvaert (LEIF arts voor LEIF Antwerpen)
Luc Proot (coördinerend LEIFarts LEIF West-Vlaanderen)
Louisette Vervaet (vrijwilligster verschillende organisaties, eredirecteur)
Peter Theuns (Hoofddocent statistiek en deontologie, Vrije Universiteit Brussel)
Gert De Rouck (informaticus)
Petra de Jong (voormalig directeur NVVE)
Arnold Decraene (huisarts, Lede)
Edward Keppens (emeritus professor, Vrije Universiteit Brussel)
Koen Titeca (psychiater, Kortrijk)
Rita Thienpont (vrijwilligster LEIFpunt Gent/VONKEL)
Wim Betz (arts, professor emeritus VUB)
Geert Derre (zelfstandig psychotherapeut, bestuurder Vonkel en onhaalmedewerker Leif Gent)
Hilde Borms (vrijzinnig humanistisch consulent)
Gustaaf Cornelis (wetenschapsethicus, Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Antwerpen)
Jeannine Bellaert (LEIF-W.VL., Coördinator vrijwilligers)
Sigrid Lauwereys, vrijzinnig humanistisch consulent, Aalst
Serge Coopman (arts, Skin & Laser Clinic, Antwerpen)
Gerard De Fré (Psychiater, Aalst)
Mia Voordeckers (Radiotherapie/Leifarts UZ Brussel)
Jurgen Slembrouck (moreel consulent, Antwerpen)
Bart De Schutter (ere-rector VUB)
Pierre Martin Neirinckx (moreel consulent, criminoloog)
Ton Vink (filosoof en counselor, Nederland)
Ruddy Verbinnen (arts, bestuurder van de vzw Omega en Algemeen Coördinator van de Universitaire Associatie Brussel)
Roos Deschamps (ervaringsdeskundige)
François Pauwels (LEIFarts, equipearts Omega)
Maridi Aerts (gastro-enteroloog, LEIF arts, Brussel)
Jaak Remes (vrijwillige medewerker LEIF Gent)
Nathalie Vanderbruggen (Psychiater/ psychotherapeut, UZ Brussel)
Fredje Baert (PASS Actief Gent)
Chantal De Poorter (onthaalmedewerker LEIF-Gent - Vonkel)
Els Verbelen (klinisch psychologe te Kalmthout)
Tom Hannes (filosoof & schrijver)
Fred Waumans (socioloog, Hasselt)
Lidia Rura (doctoraal onderzoeker vertaalwetenschap, UGent, ex-partner van een overleden euthanasiepatiënt)
Jos van Wijk - Voorzitter Coöperatie Laatste Wil - www.laatstewil.nu
Gert Rebergen - Secr./penningmeester Coöperatie Laatste Wil - www.laatstewil.nu
Karen François (hoofddocent wijsbegeerte, VUB)
Cathy Macharis, Professor, Brussel
Karen Verstraeten (psychotherapeute, specialisatie chronisch zieken, Deurne)
Albert Stas (Directeur deMens.nu)
Kristel De Vos (begeleidster volwassenen met een beperking, Lennik)
Mayke Hundhausen (Onthaalmedewerker LEIF Gent)
Colette Raymakers, voorzitter Netwerk Levenseinde, bestuurder LEIF
Michel Flamée (emeritus professor, Vrije Universiteit Brussel)
Laura Michiels (vrijwilligster LEIFAntwerpen)
Steven De Lelie (acteur)
Jean Meurs, Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Mol
Mia Tytgat, Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Mol
Klara Jacops (psychologe, Gent)
Patrick Rentmeesters (burger)
Mil Kooyman (Gewezen vakbondsverantwoordelijke, Bestuurder van Woonzorgcentrum Domino)
Herman Thienpont (psycholoog)
Willem Laureys (MD, Omnipracticus op rust)
Elisa Bulckens (criminologe, psychotherapeut, Antwerpen)
Rudi Collijs (lid Liberales, Lochristi)
Michael Portzky (klinisch psycholoog, Gent)
Jan Baccaert (geoloog, vrijwilliger UGent)
Marjorie Vangansbeke (Massage-therapist)
Herbert Plovie (Geneeskeer-Kolonel b.d., Bredene)
Jean-Jacques De Gucht (gemeenschapssenator)
Veerle De Vos (Psychotherapeute en medewerkster Vonkel, Gent)
Philippe Van Cauwenberghe (Psychiater, Gent)
Patrick Simons (Huisarts- Leif-arts - palliatieve equipearts, Halle)
Henri Bartholomeeusen (Président du Centre d'Action Laïque)
Maya Franssens (Klinisch Psychologe-Neuropsychologe en Psychodiagnosticus, Sleidinge)
Asteer Caemaert (ex-psycholoog/psychotherapeut)
Miek Caenberghs (psychologe en familietherapeute)
Joke Denekens (emeritus Hoogleraar huisartsgeneeskunde)
Rika Peters (LEIF-medewerker Gent)
Jelissa Boiy (verslavingsarts Kortrijk en Roeselare)
Joeri Van Looy (Klinische psycholoog en oplossingsgericht systeemtherapeut, Wilsele)
Marijke Mulder (levenseindecounselor en zingevingscoach, Noord Nederland)
Robert Geeraert (bestuurder LEIF)
Det Tacq (psychologe, Gent)
Frank Stappaerts (inspecteur niet-confessionele zedenleer)
Geert Crombez (professor, Department Experimental-Clinical and Health Psychology, Health Psychology Lab, Universiteit Gent)
Ann Naessens (onthaalmedewerkster LEIF Antwerpen)
Hendrik Cammu (professor, arts, VUBrussel)
Hubert Van Hoorde (ereprofessor, Universiteit Gent)
Eddy Van Gelder (voorzitter raad van bestuur VUB)
Michele Leunen (gynaecologe, UZ Brussel)
Sebastiaan Engelborghs (neuroloog en hoogleraar neurowetenschappen, UAntwerpen)
Ann Buysse (hoogleraar psychologie, UGent)
Marie Jeanne Vanrobaeys (zus van iemand die uit het leven stapte op basis van ondraaglijk psychisch lijden)
Carlo Goethals ( leraar, ervaringsdeskundige)
Hugo U. Besard - Kunstenaar/graficus - prof Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Monica Verhofstadt (masterstudente klinische psychologie, onderzoekster naar ondraaglijk lijden bij psychiatrische patiënten)
Ann Weckx (scenografe en kunstenaar, verbonden aan Topaz in Wemmel)
Greta Fiers (Oostende)
Piet Van Leuven (emeritus gewoon hoogleraar, Mol)
Vera Rogiers (professor, diensthoofd Toxicologie, fac G&F, VUB)
Guy Hubens (Chirurg Antwerpen, hoogleraar UA)
Bart Keymeulen (Gewoon hoogleraar VUB, Endocrino-diabetoloog)
Els Goderis (directeur huizenvandeMens West-Vlaanderen & ondervoorzitter Leif West-Vlaanderen)
Frank Scheelings (docent VUB, coördinator Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven)
Carine Vrancken (psycholoog, abortuscentrum Hasselt )
Isabelle Libbrecht (psychiater)
Johan Braeckman (uroloog UZ Brussel, professor VUB)
Mia Taffijn (Verpleegkundige UZ Brussel)
Sven Estercam (arts, diensthoofd en medisch coördinator diensten psychiatrie St Franciskusziekenhuis Heusden-Zolder en Jessaziekenhuis Hasselt)
Charlotte Stolte (Anesthesiste, AZ Nikolaas)
Dirk Avonts (professor huisartsgeneeskunde, Universiteit Gent)
Wim Vandenbussche (hoogleraar Nederlandse taalkunde VUB)
Anouck Debroye (HR Interim Manager & Coach)
Gily Coene (professor VUB)
Magriet De Maegd (Cultureel medewerker in het supportief en palliatief dagcentrum TOPAZ)
Michel De Brabander (huisarts, Humbeek)
Gemma Cogen (verplegende, UZ Brussel)
Frie Blanckaert (gepensioneerd lector Arteveldehogeschool)
Eliane van den Ende (journalist, Beigem)
Theo Compernolle (psychiater)
Mieke VERDIN (actrice, medewerker bij de communicatiemodule van de Leif-opleidingen in Wemmel)
Niels De Temmerman, professor, Vrije Universiteit Brussel
Greet Blanckaert (psychotherapeut, Gent)
Michel Deneyer (docent bio-ethiek, VUB)
Marc Noppen (arts, pneumoloog, CEO UZ Brussel)
Dr. Eric Vandevelde (gynaecoloog, LEIFarts, Ronse)
Jim Van Leemput (ere algemeen directeur VUB, voorzitter Instelling Morele Dienstverlening Antwerpen)
Winnie Belpaeme (vrijzinnig-humanistisch moreel consulente, Gent)
Rik Pinxten (professor emeritus culturele antropologie, Gent)
Hilde Depla (zelfstandig schilder)
Henri Oger (onthaalmedewerker LEIF, Gent)
Tessa vermeiren (journalist met rust)
Pierre Pol Vincke, (zoöloog, gewezen Minister-raad voor Internationale samenwerking FOD-BZ.
Ruth Raes (Coördinator Netwerk Levenseinde, Palliatieve thuiszorg Zuid-Oost-Vlaanderen).
Marianne Marchand (Gewezen Voorzitter Humanistisch Verbond)
Robert Cliquet (prof. em. Antropologie, UGent)
Joris Weyns (LEIF-arts, equipe-arts)
Yves Kengen (Directeur Communication - Médias, Centre d'Action Laïque ASBL)
Katrien Van den Meerschaute (vrijzinnig humanistisch consulent, huisvandeMens, Aalst)
Rita Van der Stoelen (Onthaalmedewerker LEIF, Gent)
Paula Schepens (onthaalmedewerker Leif Gent en Brugge)
Jutte van der Werff ten Bosch (Kinderarts)
Alex Michotte (neuroloog UZ Brussel)
Tine Berbé (vrijzinnig humanistisch consulent, Brussel)
Tim Trachet (VRT journalist)
En: Els Vermeeren, Marc De Waele, Marc Coucke, alsook tientallen patiënten, psychologen, therapeuten, artsen, ethici...

Lees de Koran eens goed

Etienne Vermeersch
Birmingham Koran

Omdat er, ook bij moslims, nogal wat onwetendheid bestaat inzake de islam, is het nuttig eens en voorgoed het volgende te preciseren. In de Koran vindt men, in verband met het slachten van dieren voor voeding, slechts de hierna volgende voorschriften.

Soera 2.173: ‘Hij (God) heeft voor jullie slechts verboden wat van zichzelf is doodgegaan, bloed, varkensvlees en vlees waarover iets anders dan God is aangeroepen. Maar wie ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte of om te overtreden, voor hem is het geen vergrijp. God is vergevend en barmhartig.’

Vermeersch en de pedofiliediscussie: de correcte gegevens.

Etienne Vermeersch

Vermeersch en de pedofiliediscussie: de correcte gegevens

In de pers zijn enkele zogenaamde 'interviews' met Etienne Vermeersch geschreven. Aan de persmensen die hebben opgebeld werd nochtans duidelijk gezegd dat het antwoord betreffende het artikel van 1979 alleen aan De Morgen werd toegezegd.

Teksten hierover in andere kranten, zelfs onder de hoofding "Interview" zijn op grond daarvan als fictief of "off the record" te beschouwen en zijn ook onvolledig en/of onjuist.

Hierna volgen de teksten zoals ze in De Morgen zijn verschenen (zie 3 PDF-files onderaan), voor die welke op zijn naam staan, neemt Etienne Vermeersch de volle verantwoordelijkheid op zich. Dat geldt dus zeker niet voor alles wat elders aan hem werd toegeschreven.

 

Alzo sprak ik in 1979

door Etienne Vermeersch, gepubliceerd in De Morgen 28/1/2011

Sinds enige tijd circuleren er op het Internet verwijzingen naar een artikel over pedofilie, dat ik in 1979 gepubliceerd heb in De Morgen. Veel van die, meestal naamloze, aanvallen citeren een stuk in ’t Pallieterke, waarin o.a. de valse bewering stond dat ik, als decaan, een auditorium ter beschikking gesteld had voor het stuk ‘Snoepjes’. Aan de Gentse universiteit is alleen de rector daartoe bevoegd.

Het is de verdienste van collega Filip Buekens dat hij nu, door een uitvoerige bespreking in De Morgen van 26/1, mij de kans biedt om mijn visie hierover publiek te maken. Men moet hem ten goede houden dat hij een aantal regels uit mijn artikel correct citeert, maar ik merk toch op dat hij sommige wezenlijke zaken niet citeert en de geciteerde verkeerd interpreteert. Ten eerste vermeldt hij mijn ‘basiswaarden’. Ik had daaraan toegevoegd dat bij een “grondige uiteenzetting verdere nuanceringen noodzakelijk zouden zijn”. Desondanks meent hij mijn ethische positie: ‘hedonistisch utilisme’ te mogen noemen. Ten eerste ben ik geen ‘utilitarist’ en in de tekst komen de termen ‘geluk’ en ‘vreugde’ zo vaak voor, dat een verwijzing naar ‘hedonisme’ hier misplaatst is; hoogstens zou men van een ‘eudaimonisme’ kunnen spreken. Maar waarom zo geleerd doen? Mag ik de collega vragen met welke van de expliciet door mij geformuleerde waarden hij het oneens is? Ik blijf bereid die tegenover iedereen te verdedigen. Wie echt een grondig inzicht wil hebben in mijn ethische opvattingen, verwijs ik naar het boek: “Een zoektocht naar waarheid” dat volgende maand zal verschijnen.

Buekens laat ook de essentiële passus weg, waaraan het hele artikel zijn relevantie ontleent. Uit die passus blijkt manifest dat ik met vele anderen: “tot de overtuiging gekomen (ben) dat het beleven van seksualiteit, wanneer dit gebeurt op vrijwillige basis, door personen die zelfstandig kunnen beslissen, geen morele afkeuring verdient wanneer daardoor niemand wordt geschaad. Alle gevallen van kindermisbruik die de media tot nu toe vermeld hebben, - behalve misschien de aantijgingen tegen Luc Versteylen - werden dus impliciet door dit artikel van 1979 veroordeeld, aangezien er van vrijwilligheid en zelfstandigheid geen sprake was.

 

Buekens laat ook de essentiële passus weg, waaraan het hele artikel zijn relevantie ontleent. Uit die passus blijkt manifest dat ik met vele anderen: “tot de overtuiging gekomen (ben) dat het beleven van seksualiteit, wanneer dit gebeurt op vrijwillige basis, door personen die zelfstandig kunnen beslissen, geen morele afkeuring verdient wanneer daardoor niemand wordt geschaad.” Alle gevallen van kindermisbruik die de media tot nu toe vermeld hebben, - behalve misschien de aantijgingen tegen Luc Versteylen - werden dus impliciet door dit artikel van 1979 veroordeeld, aangezien er van vrijwilligheid en zelfstandigheid geen sprake was.

Op twee punten was er toen onzekerheid. (a) Is het wel mogelijk dat een minderjarige op authentieke wijze zijn toestemming tot seksuele handelingen kan geven? (b) In welke mate is er, zelfs bij toestemming van de minderjarige, latere schade? In beide gevallen uitte ik hierover mijn twijfel en vermeldde ik uitdrukkelijk dat nader onderzoek op dat gebied noodzakelijk was. Mede dank zij Professor Andriaenssens, weten we hierover nu veel meer dan vroeger; en in die zin zou ik nu enkele passussen herschrijven, zoals talloze passussen in talloze wetenschappelijke artikelen van dertig jaar geleden, nu te herschrijven zijn. Maar aan mijn ethische standpunten zou ik nu niets veranderen.

Jongeren kunnen onmogelijk nog beseffen in welke mentaliteit op seksueel gebied wij zijn opgevoed, en hoe moeilijk mijn generatie een gezonde visie hierop heeft kunnen ontwikkelen. Voor mij ligt een handboek over Moraaltheologie op seksueel vlak, ten behoeve van de clerus. ‘De luxuria et castitate’ (Over de seksuele wellust en de kuisheid). Het dateert niet uit de Middeleeuwen. Het ‘Imprimatur’ (kerkelijke goedkeuring) is ondertekend door L.J. Kerkhofs, die bisschop van Luik was tot in 1961. In dat boek worden alle mogelijke seksuele ‘afwijkingen’ in detail beschreven: verboden is bvb. “concubitus cum daemone, succubo, vel incubo” (bijslaap met de duivel, een ‘onderligger’ of een ‘opligger’). In dat boek worden de vreselijke ziekten vermeld die je kunt krijgen door masturbatie en ook de methodes om die zonde uit te bannen. Ik vermeld hier alleen de meest probate middelen bij masturbatie van vrouwen: (a) clitoridectomia (vrouwenbesnijdenis; daar wordt bij vermeld dat deze behandeling volkomen onschadelijk is - omnino innoxia ). (b) Spijtig genoeg helpt dat niet altijd; dan moet men overgaan: “ad cauterisationem faciei internae vulvae” (het uitbranden van de binnenkant van de vulva) (blz. 74). We zitten hier wel in het midden van de 20ste eeuw! Eén zonde wordt niet vermeld: pedofilie.

Een adequate kennis en de aanvang van een rationele beoordeling van seksualiteit werd in die periode in brede kring verspreid door de werken van Alfred Kinsey: ‘Sexual behavior in the human male’ (1948) en ‘...in the human female’ (1953). Later kwam het boek van Shere Hite (1976) en vooral dat van Masters en Johnson (1966). Werken van die aard (ook de ‘Playboy philosophy’ die in Hefner’s blad verscheen), leidden tot intense discussies over wat nu mocht en niet mocht (de strijd voor de aanvaarding van homoseksualiteit was nog volop aan de gang), en op een bepaald ogenblik kwam ook de problematiek van de pedofilie aan de orde. Het woord had toen nog de oorspronkelijke betekenis van (erotische) kinderliefde, niet die van geweld tegen kinderen.

In de Winkler Prins van 1982 lees ik : “maatstaven bij de beoordeling of bepaalde handelingen of wensen al dan niet pedofiel zijn, zijn moeilijk te bepalen”. “Bij de beoordeling van pedofiele relaties dient te worden ingecalculeerd dat kinderen soms zelf door een sterk provocatief of verleidend gedrag weleens de belangrijkste rol spelen in het tot stand komen van het contact.” “Het is denkbaar dat de schade voor de ontwikkeling der ‘slachtoffertjes’ van pedofielen beperkt zou worden of zelfs geheel tenietgedaan, indien ons normenstelsel en het justitiële beleid zou worden gewijzigd...”

In de Encyclopaedia Britannica van 1974 las ik toen dat pedofiel gedrag zelden sadistisch agressieve aspecten vertoont: “it usually involves fondling the child or persuading the child to manipulate his genitals or engage in some degree of oral or anal sodomy”. In verband met het kind hangen volgens deze Encyclopedie mogelijke dramatische gevolgen er grotendeels van af “how old and how willing the child is...whether there is pleasure or pain”...”In some instances there are little girls who participate so actively as to be seducers.”

In Vlaanderen werd de thematiek aan de orde gesteld door het boek ‘God in Vlaanderen’ van Astère Michel Dhont (1965) een pro-pedofilieboek, waarvoor hij de ‘Arkprijs van het Vrije Woord’ en de ‘Nestor de Tièreprijs’ won.

In het stuk Snoepjes ging het uitdrukkelijk alleen over pedofielen die met instemming van de minderjarige sex hadden. In linkse milieus (maar ook in een Antwerpse katholieke werkgroep) ontstonden discussies voor en tegen; ook binnen de redactie van De Morgen. Daarom vroeg men mij er een artikel over te schrijven. Ik maakte duidelijk wat mijn standpunten waren inzake seksuele moraal, die ik nog altijd onderschrijf. Ik stelde formeel dat dwang volkomen uitgesloten moet zijn, en dat dit bij minderjarigen moeilijk te garanderen valt. Ook drukte ik mijn onzekerheid uit over nadelige gevolgen, mij baserend op artikels zoals de hierboven vermelde. Dit probleem had toen niets met de Kerk als gezagsinstantie te maken. Wel kenden wij (in de jaren ’50) op het college biechtvaders die graag met hun handen onder de (korte) broeken van jongens gingen en hoorden we dat sommigen seksueel nog actiever waren. Wij (althans de niet-slachtoffers) tilden daar toen niet zwaar aan.

Maar nu wij weten hoever dat kon gaan, hoezeer dat nagenoeg altijd op machtsrelaties gebaseerd was, en op welke ergerlijke wijze de oversten de andere kant uitkeken; nu hebben we alle recht om diep verontwaardigd te zijn. De echte pedofielen, die dat door aanleg of vroege ervaringen geworden zijn, zijn natuurlijk geen boosdoeners, evenmin als mensen met neigingen tot exhibitionisme, masochisme, enz.: ze worden dat alleen als ze aan hun neigingen toegeven op een wijze die in strijd is met de wet of met een gezond moreel aanvoelen.

Onze ergernis inzake de huidige gebeurtenissen rond de Kerk is des te meer gerechtvaardigd, daar deze misdragingen uitgingen van mensen die onschuldige kinderen met hel en duivel bedreigden als ze zich tot één enkele ‘onkuise’ aanraking bekoord voelden.

Overhaaste euthanasie? Geloof niet alles wat 'The New Yorker' schrijft

Jan Bernheim and Etienne Vermeersch
The New Yorker 22/06/2015 cover

Volgens The Death Treatment, een groot essay van negen pagina's door Rachel Aviv in The New Yorker (oplage meer dan een miljoen!) zouden Belgische zenuwzieke patiënten overhaaste en onzorgvuldige euthanasie krijgen en de professoren Distelmans en De Deyn 'cowboys' zijn. De Morgen berichtte erover (DM 17/6). Het essay was verontrustend voor iedereen, en discrediterend voor artsen en het Belgisch model van levenseindezorg. 

The New Yorker was echter niet bereid een Engelse vertaling van de volgende respons te publiceren. 

 

professor Jan Bernheim en professor Etienne Vermeersch

Rachel Aviv stelde zich aan ons voor als onderzoeksjournaliste over de 'geschiedenis, ontwikkeling en filosofie van de Belgische levenseindezorg'. Dit model interesseerde haar als vooralsnog uniek systeem waar euthanasie in de palliatieve zorg ingebed is en streeft naar 'integrale levenseindezorg'. Zij kreeg studies toegestuurd en kwam hier wekenlang wetenschappers en practici interviewen.

Aviv had haar huiswerk gedaan en stelde pertinente vragen. Alleen terloops vroeg zij wat we dachten van het 'geval Tom Mortier'. Zij leerde veel bij over, onder andere, 'Wanneer mogen mensen met een niet-terminale ziekte geholpen worden te sterven?', de ondertitel van haar artikel. Maar wat je kreeg, was Tom Mortiers kruistocht tegen de vermeende onzorgvuldige euthanasie van zijn moeder, die niet meer voort wilde na een jarenlang vruchteloos behandelde depressie.

We lezen dat Mortier, die in zijn moeders buurt woont, een conflictueuze relatie met haar had en van haar was vervreemd. Toen zij haar kinderen liet weten dat een euthanasieprocedure onderweg was, antwoordde hij niet. Zijn zus, daarentegen, die in Afrika als mensenrechtenjuriste werkt, betuigde haar verdriet, maar legde zich neer bij haar moeders wil. De procedure duurde acht maanden, met talrijke raadplegingen bij Distelmans, meerdere psychiatrische adviezen en intense betrokkenheid van een priester.

Recht op empathie, medelijden en therapie

Tom Mortier geeft zijn versie van de familiesaga. Een van de trauma's was de zelfdoding van zijn vader. Alleen al uit Avivs verhaal blijkt overduidelijk dat het over een multigenerationeel psychologisch zeer verstoorde familie gaat.

Mortier heeft ook twee gelijkaardige gevallen gerekruteerd waar, zoals hijzelf, een van de kinderen eronder geleden heeft niet door hun moeder te zijn betrokken bij haar euthanasie. De clinicus onder ons (JB) kent details die hem geruststellen, maar die hij, net als de beschuldigde dokters Distelmans en De Deyn, omwille van het beroepsgeheim niet kan vrijgeven. Maar je hoeft geen details te kennen of expert te zijn om uit Avivs tekst te begrijpen waar Tom Mortier aan lijdt: pathologische rouw, een welbekende klinische entiteit die vooral voorkomt wanneer mensen een verstoorde en door schuldgevoelens doordrongen relatie hadden met de overledene. Dit is intriest, maar mag het grotere verhaal niet verhullen: een grootschalige Nederlandse studie vond minder pathologische rouw onder de nabestaanden van patiënten die met euthanasie stierven dan na 'natuurlijk' overlijden.

Mortier heeft recht op empathie, medelijden en therapie. In plaats daarvan ging hij voor zelfbehandeling, met rechtsgedingen tot bij het Europees Hof van de Mensenrechten. We mogen hopen dat het bereiken van miljoenen lezers, onder wie die van De Morgen, zijn lijden zal verzachten.

Euthanasie, zoals zelfdoding, is in de eerste plaats individueel, maar kan ook relationele aspecten hebben. Zoals er een element van agressie kan bestaan bij zelfdoding, zo kan dat ook bij euthanasie. Clinici als Distelmans en De Deyn zijn extra omzichtig wanneer de familiale achtergrond verstoord is. Zij nodigen hun patiënten steeds uit hun nabestaanden zo veel mogelijk te betrekken in het euthanasieproces. Patiënten die familiebetrokkenheid afwijzen, mogen dit doen, maar moeten weten dat hun nabestaanden eronder kunnen lijden, en de artsen overtuigen dat dit niet het doel is.

We zijn niet alleen bezorgd om Tom Mortier maar ook om miljoenen lezers die de stuipen op het lijf werden gejaagd. Zeker, het Belgisch model van levenseindezorg heeft nog mankementen. De onvolmaaktheden van de levenseindezorg wegen niet op tegen de redelijke zekerheid van de Belgen om na goede palliatieve zorg volgens hun wensen te sterven. De Canadese provincie Québec heeft net een wet over levenseindezorg aangenomen die het Belgisch model goeddeels overneemt.

Wat indien een Belgische journaliste het Amerikaanse model van wetenschappelijk onderzoek ging bestuderen, en alleen het smeuïger verhaal van een paar verongelijkte wetenschappers bracht? Zij zou recht hebben op een persoonlijke visie (antiwetenschappelijkheid, bijvoorbeeld), maar zou die niet mogen verhullen onder een misleidende vlag. Avivs discrediteren van artsen en het Belgisch model was dan maar collateral damage. Om haar titel te parafraseren: wanneer mogen journalisten goede informatie door onterechte discreditering en griezelige toeters en bellen vervangen?

Over 'Reyers Laat : gesprek met Etienne Vermeersch en Bart De Wever'

Door het feit dat ik intens aan het werken ben aan mijn volgend boek, heb ik niet de tijd om alles te volgen wat op Facebook geschreven wordt. Aangezien echter mijn gesprek met Bart De Wever op Reyers Laat tot een groot aantal reacties geleid heeft op sociale media, vond ik het nu toch mijn plicht die te lezen en enig commentaar te geven.

Ik ben voorstander van solidariteit in opeenvolgende concentrische cirkels. Familie, buurt, werkomgeving, gemeente, Vlaanderen, België, Europa en uiteindelijk, (in tegenstelling met BDW) de wereldgemeenschap. Ik sluit dus een bijzondere affiniteit voor bv. Vlaanderen niet uit, als die maar geen negatief uitsluitingscachet heeft

Etienne Vermeersch