Etienne Vermeersch

Pleidooi voor vrije keuze

De column ‘Hopen op uitsterven?’ (DS, 6 juni) van Ignaas Devisch (ID) , die schijnbaar over mijn visie op NIPT en op Downsyndroom gaat, week zover van mijn echte opvattingen af, dat ik het eerst hopeloos vond erop te reageren. In De Afspraak (6 juni) bleek echter dat zijn betoog niet het gevolg was van een onvermogen om correct een tekst te lezen, maar om bewuste kwade trouw. Immers, toen ik tekstueel het foutieve van zijn lectuur aantoonde, bleef hij toch in zijn richting doordrammen.

Ik geef maar een paar voorbeelden. Hij schreef driemaal dat mijn ‘enig uitgangspunt’ is: een ‘plicht tot genetische optimalisatie’ om ‘alle’ imperfecties uit de wereld te helpen. In mijn tekst stond echter tweemaal dat ik het alleen heb over ‘zware handicaps’, die algemeen erkend worden als ‘sterk nadelig voor het individu’. Ik voegde er nadrukkelijk aan toe dat ik niet ‘het nastreven van een volmaakt kind’ bedoelde. Verder vond ik dat inzake de keuze voor abortus na een diagnose van Down “de mentaliteit zal evolueren”; ID schreef me in het debat tweemaal de uitdrukking “moet evalueren” toe, om te bewijzen dat ik de vrijheid wil aantasten. Hoe kan iemand die zonder verpinken tegen de evidente waarheid ingaat, zich nog ethicus noemen?

Deze ontsporingen vormen een extreem voorbeeld van de moeilijkheid die sommigen blijkbaar hebben om over deze problematiek op een heldere wijze na te denken.


Vooreerst hoop ik dat we er allemaal naar streven – ik heb er een stuk van mijn leven aan besteed – om zoveel mogelijk lijden uit de wereld te helpen. Dat houdt in dat ieder menselijk wezen dat levend en levensvatbaar geboren wordt, de volle menselijke waardigheid heeft en dat we, individueel en als maatschappij ervoor zorgen dat het in optimale omstandigheden kan leven. Dat geldt in het bijzonder voor mensen met een handicap.
 Op theoretische gronden, ondersteund ook door de wetgeving van de meeste landen, kennen we daarnaast aan een menselijk embryo en een foetus wel een zekere (groeiende) beschermwaardigheid toe, maar die is niet gelijk aan die van de mens in het vorige geval. Risico op een zware handicap kan dus een argument bieden om een abortus legitiem te vinden.

Het is, hoe dan ook, beter een kind te krijgen zonder deze handicap.

Een derde situatie kan zich voordoen wanneer men tijdens de zwangerschap een geneesmiddel kan nemen dat het risico op een handicap wegwerkt of drastisch reduceert.

Om nu te weten hoe mensen de ernst van bv. Downsyndroom inschatten, kan men van de hypothese uitgaan dat er een pil zou bestaan die dit syndroom grotendeels uitschakelt (zoals foliumzuur voor spina bifida). Aan mensen die alle risico’s verbonden met Down kennen, kan men dan vragen of zij dit middel tijdens de zwangerschap zouden nemen. Ik vermoed dat een verpletterende meerderheid dit zou doen: het is, hoe dan ook, beter een kind te krijgen zonder deze handicap.

Deze methode om Downsyndroom ‘uit de wereld te helpen’, bestaat momenteel niet: we hebben alleen abortus. Liesbeth Van Impe vond dit in De Afspraak een enorm verschil. Ze leeft blijkbaar in een andere wereld: reeds een hele tijd kiest de meerderheid van de vrouwen in deze situatie voor de abortus. Dat geldt ook velen die reeds moeder zijn van een Down kind.

Om hen dat af te raden wijst men vaak op het feit dat kinderen met deze handicap gelukkig kunnen zijn. Natuurlijk, alle kinderen kunnen, in gunstige omstandigheden, gelukkig zijn. Maar in een welvarend liefdevol gezin is de kans al iets groter dan bij een alleenstaande arme moeder. Als het kind een IQ van rond de 60 heeft, lukt het al beter dan met een IQ van ca 30, enz. (Zie de opsomming van de risico’s bij Luc Bonneux, De Standaard, 7 juni: http://www.standaard.be/cnt/dmf20170606_02914379).  Hoe minder risico’s, hoe beter.

Met dezelfde bedoeling om mensen die voor abortus kiezen in een slecht daglicht te stellen, komen meerdere auteurs (ook ID) met het spookbeeld van ‘rasverbetering’. In het telefoongesprek dat aan de basis lag van mijn tekst in De Morgen had ik uitvoerig uitgelegd dat er talloze genetische afwijkingen zijn die in de medische literatuur als zodanig beschreven worden. Een uitschakeling daarvan is slechts een terugkeer naar de normaliteit. ‘Optimalisering’ daarentegen, verwijst naar het verbeteren van genen, zodat superieure intelligentie, schoonheid, kracht, enz. ontstaan. Pas als die mogelijkheid aan de orde komt, zal een open, rustige  discussie over ‘rasverbetering’ kunnen beginnen.

Mogen de mensen inzake Down intussen echt vrij kiezen, zonder intimidatie van ‘experten’?

Etienne Vermeersch