Pleidooi tegen rootisme

Etienne Vermeersch

Pleidooi tegen rootisme

Door de recente gebeurtenissen in verband met het Turkse referendum komt een betoog dat ik sinds 2002 houd tegen rootisme opnieuw in de actualiteit.

Ik beschouw het meer en meer als een belangrijke opgave voor de komende jaren dat we mensen van ‘allochtone’ afkomst ervan overtuigen dat het rootisme, zowel om pragmatische als om ethische redenen een verkeerde houding is. Etienne Vermeersch

Men kan ‘rootisme’ definiëren tegen de achtergrond van de (correcte) definitie van ‘racisme’. Racisme is de overtuiging (en de hiermee samenhangende houdingen) dat mensen bepaald zijn, veelal in negatieve zin, door een reeks echte of denkbeeldige eigenschappen die ze, op grond van biologische afstamming met een groep gemeen zouden hebben. Een racist definieert andere mensen op grond van hun genetische oorsprong. Hij overlaadt hen met stigmata, niet op grond van wat ze als persoon zijn, maar als leden van een groep waartoe zij door hun afstamming zouden behoren.

De vrijheid van meningsuiting heeft haar rechten

Etienne Vermeersch

De vrijheid van meningsuiting heeft haar rechten

We moeten terughoudend zijn als we de vrijheid van meningsuiting willen aanpakken, vindt Etienne Vermeersch. Om meer dan één reden.

De Standaard - Opinie — De inzichten over het belang van vrijheid van meningsuiting zijn in Europa vooral ontstaan ten gevolge van de Dertigjarige Oorlog, in de zeventiende eeuw. Talloze mensen hadden toen het leven verloren in gevechten die in essentie betrekking hadden op de vraag wat de juiste vorm van christendom was: de protestantse of de katholieke. Pierre Bayle stelde vast dat er aan beide zijden intelligente en deugdzame mensen waren, die toch van mening verschilden over die centrale vraag. Blijkbaar was het antwoord daarop niet evident. Het principe dat alleen de waarheid rechten heeft en de leugen niet, was in deze context niet vol te houden. Er was immers geen absolute neutrale instantie die kon beslissen wat de waarheid was. Door vrijheid van meningsuiting kunnen alle opinies aan bod komen en alleen dat maakt het mogelijk dat uiteindelijk de waarheid komt bovendrijven.

Uitgaande van dit basisargument, komt men tot de wezenlijke vraag of die vrijheid ook grenzen kent. Vanuit een moreel uitgangspunt ligt het voor de hand dat we het goede nastreven en het kwade afwijzen. In verband met een maatschappij-ordening gaan we echter niet zover dat alles wat immoreel is, ook wettelijk verboden wordt. Ontrouw in vriendschappen, leugen, vernederende opmerkingen... verdienen onze afkeuring maar worden niet door de strafwet beteugeld.

Khaybar

Zo'n terughoudendheid is nog veel meer wenselijk in verband met het uiten van meningen. Uitspraken die men op een bepaald moment verfoeide, bleken achteraf toch waar en positief te zijn. Veel mensen die vroeger vanwege hun mening werden opgesloten of levend verbrand, hebben achteraf gelijk gekregen. Wat op een bepaald moment verboden was, wordt later soms waardevol. Tijdens mijn jeugd bijvoorbeeld was het aanprijzen van contraceptieve middelen nog verboden.

Een tweede reden waarom men met het beteugelen van uitspraken voorzichtig moet omspringen, ligt in het feit dat het heel moeilijk is nauwkeurige criteria te vinden voor wat mag en niet mag.

Wanneer bij een betoging geroepen wordt 'Khaybar Khaybar ya yahud' zullen mensen die niet vertrouwd zijn met de islam, daar geen aanstoot aan nemen. 'Jood herinner u Khaybar' luit de vertaling en Khaybar was een joodse nederzetting die door Mohammed werd veroverd, waarna de inwoners horigen werden. Even later werden ze allemaal zelfs uit Arabië verdreven. Deze kreet zet dus aan tot agressie tegen de joden. Men zou zoiets kunnen verbieden als aansporing tot geweld. Maar wat indien men enkel 'Khaybar' roept? Of stel dat een imam oproept tot 'jihad' en achteraf zegt dat hij eigenlijk de 'grote jihad' bedoelde: de innerlijke strijd tot zelfverbetering. Het feit dat mensen voortdurend codes kunnen afspreken, maakt het efficiënt verbieden van uitspraken tot een hachelijke onderneming.

Er is een derde nadeel bij verbodsbepalingen zoals bij het negationismeverbod: het wordt onmogelijk om daarna de diverse vormen ervan intellectueel te weerleggen: wat niet publiek geuit wordt, kun je niet efficiënt bestrijden.

Een wettelijk verbod op bepaalde meningsuitingen moet dus nauwkeurig omschreven kunnen worden. Een eerste voorbeeld is
laster en eerroof (wat niet hetzelfde is): in beide gevallen wordt directe ernstige schade aan medemensen toegebracht. In andere voorbeelden is het essentieel de context erin te betrekken. Neem de uitspraak 'Kinderverkrachters moet men zonder vorm van proces ophangen'. Wanneer zoiets in een artikel voorkomt, is dat immoreel, maar dat hoeft niet wettelijk verboden te worden. In een concrete context waarin een groep mensen een kinderverkrachter betrapt, kan zo'n uitspraak leiden tot het effectief ophangen van deze persoon. Het spreekt vanzelf dat men een dergelijke directe aansporing wel moet kunnen bestraffen.

Wanneer we dus onze wetgeving rond de vrije meningsuiting willen verstrengen, moeten we ons afvragen of de huidige 'oorlogstoestand' vergelijkbaar is met een context waarin bepaalde uitspraken tot onmiddellijke uitvoering aanleiding geven. Mij lijkt dat niet echt het geval. Men zou aanzetten tot het 'bestrijden' van de westerse beschaving als een oproep tot geweld kunnen zien, maar
is het 'bestrijden' van salafisten of moslimbroeders dan ook zo te interpreteren? Dan zullen heel wat misprijzende of veroordelende uitingen niet meer mogelijk zijn. Wie de geschiedenis van dergelijke verbodsbepalingen nagaat, zal vaststellen dat ze dikwijls ook belangrijke vormen van maatschappijkritiek onmogelijk maken.

Ten slotte nog een laatste opmerking. De vrijheid van meningsuiting betekent niet dat men aan iedereen een tribune moet geven. Men kan bijvoorbeeld bepaalde imams beletten te spreken in een moskee die overheidssteun krijgt. Men kan mensen de toegang tot kranten of andere media ontzeggen. Zolang er geen algemeen strafrechtelijk spreek- of schrijfverbod is, wordt de vrijheid van meningsuiting daarmee niet echt in het gedrang gebracht.

Vrije meningsuiting en medemenselijkheid (over negationisme en euthanasie)

Etienne Vermeersch - Opinie

Ik verdedig geen ‘absolute vrijheid van meningsuiting’: ik sluit me ten volle aan bij de beperkingen die traditioneel in België gangbaar waren. Racistische en negationistische uitspraken vormen echter een heel apart geval. Mein Kampf, zopas opnieuw uitgegeven, bevat zowat het summum van racistische uitspraken. Redelijke mensen vinden het echter beter deze teksten opnieuw bekend te maken, zodat men ze ook terdege kan weerleggen, eerder dan ze ongemoeid verder te laten woekeren. Hetzelfde geldt uiteraard voor negationisme.  Etienne Vermeersch

De Kesel is een bisschop, ik vooralsnog niet

Zowel hijzelf (over negationisme) als Jozef De Kesel (over euthanasie) heeft een uitspraak gedaan waarmee juridisch geen enkel probleem is, zet Etienne Vermeersch de puntjes op de i. Wel is er dit verschil: De Kesel heeft institutioneel gezag, wat zijn uitspraken minder vrijblijvend maakt.

Wie? Hoogleraar emeritus. 

Wat? De kwestie-De Kesel heeft niet zozeer te maken met vrije meningsuiting, het probleem is vooral dat hij een beslissing van een ziekenhuisbestuur tussen de arts-patiëntrelatie probeert te wrikken.

 

Vrije meningsuiting en medemenselijkheid 

12 januari 2016 I Etienne Vermeersch (De Standaard - Opinie)

Mark Van de Voorde heeft mijn uitspraken niet begrepen, zo blijkt uit zijn opiniestuk ‘Waarom mag Vermeersch wat De Kesel niet mag’ (DS 9 januari). Ik zal het eens simpel uitleggen. 

In België is een meningsuiting traditioneel alleen strafbaar als er laster of eerroof mee gemoeid is of een directe aansporing tot strafbare feiten. Later is daar (onder meer) het verbod van racistische, xenofobe en negationistische uitspraken bijgekomen. De vraag of de geuite meningen onwaar, verfoeilijk of immoreel zijn, doet in deze context niet ter zake. Meningsvrijheid geldt volgens het Europees Hof immers ook voor uitingen ‘die beledigen, schokken of de Staat of een deel van de gemeenschap in verwarring brengen’.

Zowel mijn uitspraak inzake negationisme als die van aartsbisschop De Kesel over euthanasie hebben aanleiding gegeven tot ophef in de sociale en andere media. Niemand heeft echter geopperd dat ze juridische gevolgen konden hebben. Het artikel van Van de Voorde is dus zonder voorwerp: De Kesel mag exact wat Vermeersch mag, en omgekeerd. 

De ‘zonde’ van een Volksunie-stem

Toch is er, moreel gezien dan, een verschil. Ikzelf heb geen enkel institutioneel bekrachtigd gezag. De Kesel heeft als bisschop gezag over zijn priesters: zij leggen bij de wijding de belofte af van ‘eerbied en gehoorzaamheid’; als lid van een ziekenhuisbestuur zouden ze zich door zijn stellingname gebonden kunnen achten. 

Misschien kunnen zelfs gelovigen zich nog door bisschoppelijke uitspraken laten misleiden. Toen bisschop Emiel Jozef De Smedt in 1958 in een ‘herderlijke’ brief betoogde dat stemmen voor de Volksunie een zware zonde was, bracht hij veel mensen in gewetensnood. De tijden zijn veranderd, maar misschien blijft er van die mentaliteit nog iets hangen. 

Van de Voorde zelf lijkt in verband met mijn uitspraak wel een juridisch aspect te suggereren: ‘Een mening die wel strafbaar is.’ Dat is een nogal pijnlijke uitschuiver: een uitspraak over negationistische uitspraken is immers zelf geen negationistische uitspraak. Althans in mijn universiteit leert men het onderscheid tussen taal en metataal, uitspraak en meta-uitspraak. Ik verdedig geen ‘absolute vrijheid van meningsuiting’: ik sluit me ten volle aan bij de beperkingen die traditioneel in België gangbaar waren. Racistische en negationistische uitspraken vormen echter een heel apart geval. Mein Kampf, zopas opnieuw uitgegeven, bevat zowat het summum van racistische uitspraken. Redelijke mensen vinden het echter beter deze teksten opnieuw bekend te maken, zodat men ze ook terdege kan weerleggen, eerder dan ze ongemoeid verder te laten woekeren. Hetzelfde geldt uiteraard voor negationisme. 

Misschien kan ik de diepe fundering van onze opinievrijheid als volgt duidelijk maken. De Bijbel en de Koran worden beschouwd als geopenbaard door een oneindig goede en wijze God. In beide boeken keurt die God de slavernij goed, een mensonterend, volstrekt immoreel instituut. Die God is dus niet oneindig goed en wijs, en daaruit volgt dat hij niet bestaat. Voor mij is dat een evidente waarheid. Ik ken echter intelligente en eerlijke mensen die dat inzicht niet volgen. De waarheid heeft haar rechten, maar dat geldt ook voor het respect voor de medemens. Trouw zijn aan mezelf kan dus alleen als ik die waarheid poog te verspreiden, maar dan zonder dwang, macht of louter formeel gezag. Alleen een beroep op de rede en op de diepe emoties die met medemenselijkheid gepaard gaan, zijn hier aanvaardbaar. Zo kan men een discussie aanvatten over wat met ‘openbaring’ bedoeld wordt. In het privéleven leidt zo’n houding tot verdraagzaamheid, in het maatschappelijke tot de vrijheid van meningsuiting. 

Een bestuur heeft geen geweten

Toegepast op het pleidooi van De Kesel inzake euthanasie, kunnen we op het rationele vlak de volgende vaststelling voorleggen. In tegenstelling tot wat ‘juristen’ beweren, heeft de wetgever wel degelijk de uitbreiding van de ‘gewetensclausule’ naar rechtspersonen afgewezen. Tweemaal werd een expliciet amendement daarover in de Senaatscommissie met een ruime meerderheid verworpen. In de Kamer werd een analoog amendement eveneens weggestemd. Dat de sociaal-democraat Fred Erdman ter zitting een andere mening uitte, is – vergeleken met deze formele stemmingen – irrelevant. Tussen de wens van de lijdende patiënt en de gewetensbeslissing van de arts erkent de wetgever dus geen andere instantie. Wel kunnen andere individuen die bij de handeling betrokken zijn, eveneens de gewetensclausule inroepen. 

Het stuitende van de visie van De Kesel ligt echter vooral op het morele vlak: hij eist een omkering van de waarden. Fundamenteel in onze beschaving is het respect voor de persoonlijke gewetensbeslissing en het mededogen met de lijdende medemens. Bij de patiënt gaat het om een noodkreet in een ultieme situatie, die bij Bach luidt ‘Wenn mir am allerbängsten wird um das Herze sein’. Bij de arts gaat het erom zijn vakopleiding en zijn deernis om de lijdende mens af te wegen. Dat is de meest intieme ‘wij-belevenis’ die mensen kunnen hebben. En daar wenst De Kesel de beslissing van een ziekenhuisbestuur tussen te wrikken: een instantie die geen geweten heeft – alleen mensen hebben dat – en die geen benul heeft, niet van het lijden van de patiënt en niet van de overwegingen van de arts. Het mededogen van de barmhartige Samaritaan, het zelfbeschikkingsrecht van de verlichting: met een ijzige gevoelskilte worden die basiswaarden te grabbel gegooid.

 

Over 'Reyers Laat : gesprek met Etienne Vermeersch en Bart De Wever'

Door het feit dat ik intens aan het werken ben aan mijn volgend boek, heb ik niet de tijd om alles te volgen wat op Facebook geschreven wordt. Aangezien echter mijn gesprek met Bart De Wever op Reyers Laat tot een groot aantal reacties geleid heeft op sociale media, vond ik het nu toch mijn plicht die te lezen en enig commentaar te geven.

Ik ben voorstander van solidariteit in opeenvolgende concentrische cirkels. Familie, buurt, werkomgeving, gemeente, Vlaanderen, België, Europa en uiteindelijk, (in tegenstelling met BDW) de wereldgemeenschap. Ik sluit dus een bijzondere affiniteit voor bv. Vlaanderen niet uit, als die maar geen negatief uitsluitingscachet heeft

Etienne Vermeersch

Het waardig levenseinde in gevaar - stop de hetze tegen de nieuwe euthanasiewet

professor Etienne Vermeersch - Oproep

Stop de hetze tegen de nieuwe euthanasiewet en banaliseer het psychische lijden niet. Steun ons samen met 4723 anderen : http://eerbied.be

De algemene aanvallen op onze euthanasiewetgeving naar aanleiding van de nieuwe wet, worden nu aangevuld met een hetze tegen Wim Distelmans (De Morgen, 22 februari 2014).

We stellen vast dat deze klacht bij de Orde van geneesheren vooral gebaseerd is op het feit dat betrokken familielid niet op de hoogte zou zijn geweest van de nakende euthanasie, wat echter door hemzelf tegengesproken werd in de krant (De Morgen, 5 januari 2013). Het is een dwingende noodzaak aan het publiek duidelijk te maken dat een belangrijke maatschappelijke en ethische vooruitgang die door een groot deel van de bevolking wordt gesteund, door zulke initiatieven hier verdacht gemaakt wordt.

De Belgische euthanasiewet

Sinds de Wet van 28 mei 2002, hebben gemiddeld meer dan 800 mensen per jaar er een beroep op gedaan. Enkele duizenden patiënten “die zich in een medisch uitzichtloze toestand bevonden” hebben dus, in volle bewustzijn en volledig vrijwillig, gevraagd om uit “een ondraaglijk fysiek of psychisch lijden” verlost te worden. Eveneens dank zij deze wet hebben honderden artsen, soms na een gewetensconflict, gemeend uit barmhartigheid en medemenselijkheid op deze vragen te kunnen ingaan. De door de wet voorziene evaluatiecommissie, die bestaat uit deskundige personen van uiteenlopende bevoegdheid en wereldbeschouwing, heeft beslist dat deze handelingen aan alle door de wet voorziene criteria voldeden.
Samen met Nederland en het Groothertogdom Luxemburg, die min of meer vergelijkbare wetten hebben, staat ons land daardoor, ethisch gezien, wereldwijd op een eenzame hoogte.
Bij ons kunnen wilsbekwame personen die dit wensen, de dood ingaan op een wijze die strookt met hun persoonlijke visie op wat een waardig levenseinde is. Zij dringen die visie niet op aan medemensen die daar andere inzichten over hebben. Zelfbeschikking van de patiënt in extreme nood, barmhartige liefde vanwege de arts, en, bij allen, een pluralistische houding tegenover andersdenkenden, vormen de fundamentele beginselen waarop deze wetgeving gebaseerd is. De evaluatie achteraf garandeert dat andere maatschappelijke waarden hierbij niet in het gedrang komen.
Wel was er tot op heden de pijnlijke anomalie dat wilsbekwame personen die aan alle eisen van de wet beantwoordden, daar beneden de 18 jaar geen beroep op konden doen. Zoals reeds in Nederland het geval was, is daar nu ook bij ons een oplossing voor gevonden door de wet die op 13/2/2014 werd goedgekeurd.
De ethische en maatschappelijke impact van de doorbraak in 2002 blijkt ook uit het feit dat in hetzelfde jaar de wetten betreffende de palliatieve zorg (14/6) en de patiëntenrechten (22/8) tot stand kwamen. Het is natuurlijk geen toeval dat, uitgerekend dank zij de discussies inzake euthanasie, de inzichten op al die gebieden verdiept werden en wij nu mogen stellen dat wellicht nergens ter wereld de zwakke en zieke personen in hun waardigheid en in hun recht om niet zinloos te lijden, in een zo hoge mate beschermd worden als bij ons.
Door deze wetgeving is het levenseinde ook in al zijn facetten bespreekbaar geworden, is de dialoog met en het vertrouwen in de artsen toegenomen en bovendien hebben er heel wat mensen geen beroep gedaan op euthanasie omdat ze de zekerheid hadden dat ze die in een extreme toestand toch zouden bekomen.

‘Vertraagde euthanasie’ ook in het buitenland

Maar ook in het buitenland hebben deze ontwikkelingen invloed gehad. Tot in de jaren ’80 werd overal door talloze artsen de stelling verdedigd dat de gangbare medische middelen volstonden om alle zinloos lijden uit de wereld te helpen. Mede dank zij onze euthanasiediscussies dringt nu in veel landen het inzicht door dat er zogenaamde ‘refractaire (onbehandelbare) symptomen’ bestaan, die men zelfs met de beste palliatieve zorg niet kan lenigen. Men hoeft maar bij Google de zoektermen refractory symptoms, palliative care, euthanasia en hun combinaties in te typen om vast te stellen dat de grote meerderheid van de publicaties hierover van na 2000 dateert en de enkele uitzonderingen uit het midden van de jaren ’90. Hoewel hier en daar nog een taboe rust op de term ‘euthanasie’, heeft men toch ingezien dat het gruwelijk lijden moet worden uitgebannen. Men zoekt dan zijn toevlucht in de palliatieve, continue of ‘terminale sedatie’ (hier verder TS). In feite is dat een vertraagde euthanasie, want men maakt met medicatie de patiënt onbewust tot aan zijn dood. De waarnemende, denkende en voelende persoon wordt definitief uitgeschakeld, maar zijn lichaam blijft als een plant nog een tijd verder leven. Niet voor lang, want in de echte TS wordt veelal voedsel en vocht ontzegd, zodat ook het lichaam onvermijdelijk (sneller) ‘versterft’.
In steeds meer landen voert men dus bij ‘refractaire symptomen’ praktijken in die wat het bewuste leven van de patiënt betreft, nauwelijks van onze euthanasie verschillen. Dat gaat wel nog gepaard met het immorele aspect dat men vaak de patiënt zelf over dit levenseinde in het ongewisse laat en het dan eerder een levensbeëindiging zonder verzoek betreft.

Aanval op een waardig levenseinde

Nu dus meer en meer onze barmhartige houding tegenover de lijdende mens in het buitenland navolging vindt, zijn er in ons land enkelingen die een hetze op het getouw zetten om onze euthanasiewet in diskrediet te brengen. Men bouwt daarbij argumentaties op die zo pijnlijk zwak zijn dat de bedenkers bij een ernstige discussie door de mand vallen.
Ergerlijk is vooral dat men klachten indient bij de Orde van geneesheren of misschien zelfs bij het parket om, via het doembeeld van een mogelijke vervolging, de genereuze artsen de schrik op het lijf te jagen. Bovendien worden deze klachten publiek gemaakt zonder dat de betrokken arts zich kan verdedigen wegens zijn beroepsgeheim. Als deze funeste strategie zou lukken, zouden opnieuw honderden mensen in extreme nood niet meer geholpen worden.
Tot de hoogstaande moraal van het Oude Egypte (18de eeuw v.C.) behoorde reeds de hoop dat men voor de rechterstoel van Osiris zou kunnen zeggen: “Ik heb niemand doen lijden”. Als deze nogal zelfverzekerde moralisten het zouden halen, dan zullen zij dat alvast nooit meer kunnen zeggen…integendeel.

Waar zoeken ze hun argumenten?

Vooreerst in de enkele problemen die kunnen ontstaan bij mensen die om vooral psychische redenen uit het leven willen stappen. Sinds het ‘arrest Chabot’ (1994) waarin de Nederlandse Hoge Raad een euthanasie om psychische redenen niet afwees, is deze thematiek aan de orde gebleven. Het blijft moeilijk de aard van de aandoening en de ondraaglijkheid van het lijden adequaat in te schatten. Daarom voorziet de Belgische wet ook een bijkomend psychiatrisch advies. Sommigen kunnen in het euthanasieverzoek omwille van psychisch lijden inkomen. Momenteel is echter veeleer het omgekeerde het geval; soms met dramatische suïcides als gevolg. Zo heeft een vrouw die bij de psychiaters geen gehoor kreeg, zich publiek levend verbrand. Wij veroordelen niet a priori, maar ook voor degenen die anders beslissen moet men respect opbrengen.
Een tweede probleem doet zich voor bij onenigheid tussen de patiënt en echtgenoten, ouders of kinderen. De zorgvuldigheid vraagt dat men de patiënt ertoe aanzet contact te zoeken, maar bij weigering is de wet zeer duidelijk. De patiënt heeft het laatste woord en zonder zijn/haar toestemming mag de arts het beroepsgeheim niet schenden. Dat geldt trouwens ook bij alle andere medische handelingen.
Ten slotte zijn er groepen die hun kritiek baseren op de recente wet. Hierover kan het antwoord kort zijn. In hun betoog staat uitdrukkelijk: “Volwassen denken kan een jongere pas na de leeftijd van 18 jaar“. Iedere zestienjarige die niet mentaal gehandicapt is, kan inzien dat persoonlijkheidskenmerken zoals intelligentie, emotionaliteit… (a) zich continu ontwikkelen en niet plots op een bepaalde leeftijd tot stand komen en vooral (b) grote individuele verschillen vertonen: Anne Frank (13-14 jaar) stond qua persoonlijke rijpheid veel hoger dan degenen die haar vermoord hebben. Het niveau van de hierboven geciteerde zin laat dus ook over de rest van de argumentatie niet veel positiefs verwachten.
Zonder op de concrete klachten die voorliggen te willen ingaan, is het een dwingende noodzaak aan het publiek duidelijk te maken dat een belangrijke maatschappelijke en ethische vooruitgang die door een groot deel van de bevolking wordt gesteund, hier verdacht gemaakt wordt.

Met deze actie willen wij voorkomen dat een positieve ontwikkeling in de mentaliteit van de artsen en dus ook hun dienstbaarheid tegenover de lijdende mens, in het tegendeel zou omslaan. Gelieve daarom onze actie te ondertekenen op deze site: http://eerbied.be

Professor Etienne Vermeersch
(gewezen co-voorzitter van de euthanasiecommissie
binnen het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek)

Tekst mee ondertekend door:

Lieven Annemans – Yves Benoit – Kristel Beyens – Lieve Blancquaert – Johan Braeckman – Franky Bussche – Hugo Camps – Veerle Claus-De Wit – Eric Corijn – Maggie De Block – Kris De Bruyne – Jean-Jacques De Gucht – Paul De Knop – Jacinta De Roeck – Kurt Defrancq – Peter Deconinck – Joke Denekens – Leona Detiège – Maya Detiège – Jan Goossens – Bob Gosselin – Serge Gutwirth – Kristien Hemmerechts – Reinier Hueting – Nicole en Hugo – Manu Keirse – Tom Lanoye – Jeannine Leduc – Patrick Loobuyck - Marleen Merckx – Erwin Mortier – Freddy Mortier – Marc Noppen – Bart Peeters – Stijn Peeters – Sylvain Peeters – Freya Piryns – Anne Provoost – Frank Raes – Tom Schoepen – Paula Semer – Jurgen Slembrouck – Kris Smet – Sonja Snacken – Marleen Temmerman – Jean Paul Van Bendegem – Gerlant Van Berlaer – Christine Van Broeckhoven – Jos Vander Velpen – Jutte van de Werff Ten Bosch – Patrik Vankrunkelsven – Myriam Vanlerberghe – André Van Nieuwkerke – Dirk Verhofstadt – Marieke Vervoort – Julien Vrebos – Walter Zinzen.

Lees hier het artikel van Johan Braeckman, Jurgen Slembrouck, Wim Distelmans, Manu Keirse, Rick De Leeuw en ruim meer dan 160 co-auteurs (hier). Wie zich kan vinden in de inhoud van deze tekst, kan mee ondertekenen, samen met 4723 anderen http://eerbied.be

Etienne Vermeersch: "Ik, conservatief? Wel, wel"

Etienne Vermeersch

"Wil columnist Fikry El Azzouzi argumenten op tafel leggen?", schrijft Etienne Vermeersch, professor-emeritus aan de Universiteit Gent, vandaag als antwoord op de column van Fikry El Azzouzi, die gisteren in de krant verscheen.

 

Beste Fikry El Azzouzi,
U bent er inderdaad in geslaagd mij een tekst van u te doen lezen. Vermoedelijk voor de laatste maal. U schrijft immers de ene onwaarheid na de andere:

Etienne Vermeersch ontvangt eerste gepersonaliseerde LEIFkaart

LEIF/BELGA

Filosoof en ethicus Etienne Vermeersch krijgt vandaag als eerste zijn gepersonaliseerde LEIFkaart. De emeritus-hoogleraar en ere-vicerector aan de Gentse Universiteit, krijgt de eerste LEIFkaart omdat hij reeds in 1971* het debat aanging over euthanasie. Op de LEIFkaart staan alle wilsverklaringen aangeduid waarvan de houder verklaart ze te bezitten. Bovendien bevat ze ook de naam en het telefoonnummer van een vertrouwenspersoon die hiervan op de hoogte is en dit aan de arts kan bevestigen.

(*In 1960 kwam Etienne Vermeersch reeds tot de opvatting over euthanasie die hij later verdedigde in ethische en politieke debatten en die uiteindelijk in wetgeving werd omgezet.)

Excuses van Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch

Excuses van Etienne Vermeersch

In het interview in De Morgen (DM 2/6) zei ik dat de 'boerka-nikab' een erger symbool is dan de swastika. De boerka-nikab staat symbool voor een eeuwenlange onderdrukking van de vrouw in de islam; dat is erg. De swastika is symbool van een racistische massamoord: dat is veel erger. Mijn opmerking was dus een blunder. Ik ben er beschaamd over en ik vraag excuus aan mensen die onder het nazibewind geleden hebben. Die blunder dreigt bovendien de aandacht af te leiden van de solide argumenten voor het 'boerkaverbod', waar ik blijf achter staan.

Wel wil ik het volgende opmerken. In een artikel, waarin men ieder woord kan wegen, zou ik zoiets nooit schrijven. Het ging hier echter om een plotse opwelling in een heftige discussie en de vraag over die twee symbolen werd door de interviewer aangebracht. Normaal zou ik bij lectuur achteraf zoiets schrappen, maar door het feit dat de interviewer tevens de opponent was, dacht ik dat zo'n schrapping een gebrek aan fair play tegenover hem zou vormen.

Al meer dan 50 jaar kom ik in de media. In (mondelinge) debatten, interviews e.d. zal ik wel nu en dan een uitschuiver gemaakt hebben. In geschreven teksten kan ik mij geen echte blunder herinneren; wel een paar onjuistheden over feiten.

Ook daarover ben ik beschaamd. Wie lesgever en onderzoeker is, moet in zijn publieke uitingen zo waarheidsgetrouw mogelijk zijn. Ik vermeld dit omdat in de twitter-, facebook, blog- en forumcultuur de kwaliteit van het debat in gedrang dreigt te komen. Scheldwoorden moeten dan ernstige argumenten vervangen. Nochtans speelt het debat, ook het scherpe debat, een belangrijke rol in een democratie. Maar het respect voor de waarheid en de waarden moet hierbij centraal staan.

Daarom pleit ik ervoor dat men bij vergissingen zijn fout erkent en erover beschaamd is. Ikzelf hoop, vooral in interviews, beter op mijn woorden te letten.

Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch in De Morgen: 'Als symbool is de boerka erger dan de swastika'

Wouter Verschelden interviewt Etienne Vermeersch
Photo by Majid Korang beheshti on Unsplash

Disclaimer, lees: Vermeersch biedt excuses aan voor verspreking

'We hebben jaren gevochten voor een seculiere maatschappij. En nu komt een expansieve islam ons bedreigen.' Etienne Vermeersch (78) is in gevechtsmodus. De streep haar schuin gekamd, zijn bureau - in de waanzinnige chaos van zijn werkplek - overladen met extracten uit de Koran. Klaar om de intellectuele pantserdivisie uit te rollen over al wie tegen een boerkaverbod is. 'We moeten de radicalisering stuiten.'

 

Intellectueel oneerlijk en beledigend

Intellectueel oneerlijk en beledigend

ETIENNE VERMEERSCH dient Oscar Van den Boogaard en Bert Bultinck van antwoord. Van den Boogaard noemt zijn visie over geboortebeperking fascistisch en Bultinck legt hem uitspraken in de mond die hij niet heeft gedaan, zegt de ethicus.

 

Etienne Vermeersch I De Standaard, 16 november 2011

Binnen een tijdspanne van acht dagen publiceert De Standaard twee artikels die ik als intellectueel oneerlijk en één zelfs als beledigend ervaar. Op 4 november schrijft Oscar Van den Boogaard dat ik voorstander ben van verplichte geboortebeperking, wat het masterplan zou zijn van een fascist: ik zou mensen 'scheiden naar land van herkomst en opstapelen'. Hij beroept zich hierbij niet op door mij geschreven teksten, maar op een klungelig verslag van een telefonisch onderhoud, onder een totaal misleidende titel. (Het verscheen in Het Nieuwsblad en ook op DS Online).

Mijn hoofdthesis bestond erin dat specifieke mensenrechten (zoals het recht op procreatie) op zichzelf niet absoluut zijn: je moet ze in de balans leggen met andere rechten en waarden. Momenteel worden in een gebied van Niger tot Somalië duizenden kinderen geboren die gedoemd zijn om enkele weken of maanden vreselijk te lijden en dan van honger te sterven. Zoiets vermijden is voor mij belangrijker dan een onbeperkt recht op voortplanting handhaven. Van den Boogaard vindt mijn ethische visie fascistisch; ik vind zijn standpunt hardvochtig en dom. Misschien kan hij eens een bevattelijk boekje over fascisme lezen.

Etienne Vermeersch: ‘Geboorteplanning lijkt taboe’

Jeroen Zuallaert - Knack

DISCLAIMER

Basisvisie van Etienne Vermeersch inzake geboortebeperking, dit naar aanleiding van een niet-representatief verslag na een telefonisch interview:

De standpunten die ik in diverse contexten heb geformuleerd, gaan uit van de volgende grondgedachte: "Ik ben voorstander van een door de overheid en/of andere instanties gestimuleerde bevolkingspolitiek, via actieve aansporing, door intensieve informatiecampagnes, door het verschaffen van vlotte toegang tot contraceptie, en door het verhogen van het opleidingsniveau, in het bijzonder bij de vrouwen. Modellen daarin zijn Taiwan en de Indische staat Kerala (cfr opiniestuk in De Morgen: 'Wanhopig op weg naar 10 miljard').

De bedoeling moet zijn een maximum van twee kinderen per vrouw te krijgen en liefst minder.
Al mijn formuleringen moeten vanuit deze basisvisie geïnterpreteerd worden.

Etienne Vermeersch

 

_________________

‘Geboorteplanning lijkt taboe’

Interview met Etienne Vermeersch

Jeroen Zuallaert - Knack I 25-10-2011

Filosoof en ethicus Etienne Vermeersch ziet overbevolking als het grootste mondiale probleem van het moment.

Volgens Vermeersch zijn drastische maatregelen geboden. ‘Ontwikkelingssamenwerking zou voor een groot deel naar geboorteregeling moeten gaan.’

Etienne Vermeersch weet het naar eigen zeggen al zeer lang. Al van toen hij nog jezuïet was, in het gezegende jaar 1953. ‘De aarde is eindig, dat ziet het kleinste kind’, bromt hij nog steeds, meer dan vijftig jaar na datum. In 1988 schreef hij De ogen van de panda, waarin hij het overbevolkingprobleem haarfijn analyseerde. ‘Toen ik geboren werd, had de aarde twee miljard bewoners. Dat aantal is ondertussen al verdrievoudigd. Een catastrofale evolutie.

Wanhopig op weg naar 10 miljard - Op een eindige aardbol kan de bevolking niet onbeperkt blijven groeien.

Etienne Vermeersch
Kowloon, Hong Kong, Photo by Adam Morse on Unsplash

 

Op een eindige aardbol kan de bevolking niet onbeperkt blijven groeien.Etienne Vermeersch 

 

Wanhopig op weg naar 10 miljard

Etienne Vermeersch, professor emeritus filosofie aan de Universiteit Gent, begrijpt niet dat niemand zich bekommert om de overbevolking. Hij dringt aan op een politiek die rechtstreeks gericht is op geboorteregeling. Omdat de wereld de bevolkingsexplosie volgens hem simpelweg niet zal aankunnen.

Zover als mijn geheugen als denkend wezen teruggaat - laat ons aannemen tot ongeveer 10 jaar - is het voor mij een raadsel geweest dat er mensen zijn die niet inzien dat op een eindige aardbol de bevolking niet onbeperkt kan blijven groeien. De verbijstering hierover is gegroeid toen bleek dat de 2 miljard mensen die er bij mijn geboorte leefden toenamen tot 3, 4, 5 en uiteindelijk 6 miljard.

Kunnen we dan nu ons verstand gebruiken? (klimaat)

Etienne Vermeersch

Kunnen we dan nu ons verstand gebruiken? (klimaat)

Mislukt of niet, de klimaattop in Kopenhagen heeft volgens Etienne Vermeersch één verdienste: eindelijk is aan heel de wereld betrokkenheid gevraagd om een wereldwijd milieuprobleem aan te pakken. Maar we hebben nog een hele weg af te leggen als we onze planeet nog echt willen redden.Dit alles leidt ooit tot  de ineenstorting van het totale ecosysteem van de aarde.

Terwijl ik dit schrijf verkeren we nog in het ongewisse over een eventueel resultaat van de klimaatconferentie in Kopenhagen. Bijna zeker moeten we geen bindende afspraken verwachten over de uitstoot van broeikasgassen. Toch kan een mislukt Kopenhagen op een aantal terreinen een keerpunt betekenen: sommige trends moeten we voortzetten; op andere punten moeten we bijschaven. Positief is dat men voor de eerste maal een akkoord nastreeft waarbij van iedereen een reële betrokkenheid bij het klimaatprobleem wordt verwacht.

Binnen het Kyoto-protocol hadden de ontwikkelingslanden geen eigen verplichtingen; wel konden de industrielanden er investeringen doen die de uitstoot beperkten. Kyoto is mislukt, maar Kopenhagen ging, althans qua inzet, een stap verder.

Van nu af aan zullen bij vergelijkbare conferenties, alle landen een stem in het kapittel hebben. Dat kan een louter symbolische vooruitgang lijken, maar dat symbool houdt in dat, althans in principe, alle regeringen akkoord gaan dat de milieuproblematiek iedereen aanbelangt.

Afvalbakken

Er was een lange weg nodig om daartoe te komen. Rachel Carson wees in 1962 (Silent Spring) op de wereldwijde gevolgen van het gebruik van DDT. Er kwam een tweede schok met het rapport van de Club van Rome in 1972 dat de draagkracht van de aarde onderzocht op het gebied van productie en consumptie; met als besluit dat er 'grenzen aan de groei' zijn. De petroleumcrisis van 1973 liet het bredere publiek aan den lijve de eindigheid van veel energiebronnen ondervinden. Op het officiële politieke niveau van de Verenigde Naties beklemtoonde het Rapport: 'Our Common Future' (1987) de planetaire omvang dit eindigheidsprobleem en de noodzaak van 'duurzame ontwikkeling' overal. Intussen had de eerste World Climate Conference (1979) de aandacht gevestigd op het broeikaseffect. De oprichting van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) in 1988 verleende aan dit specifieke thema een bijzondere dynamiek. De opeenvolgende rapporten van het IPPC beklemtoonden zowel de wereldwijde impact van 'climate change' , als de urgentie er iets aan te doen. Beide aspecten drongen nagenoeg overal tot de politieke leiders door, zodat daadwerkelijk handelen onvermijdelijk bleek.

Dit - relatief - succes had, paradoxaal genoeg, een keerzijde. Het ecologisch denken en handelen kreeg een enorme stimulans, maar tevens ontstond de neiging om het te herleiden tot het broeikaseffect. Zoals ik in mijn boek De Ogen van de Panda (1988) heb betoogd, is het milieuprobleem de ontsporing van een wereldsysteem dat ik het WTK-bestel noem en dat, onder de stuwkracht van de interactie van Wetenschap, Technologie en Kapitalistische economie, tot een ononderbroken expansie leidt. Hierbij worden de hulpbronnen: energievoorraden, vruchtbare bodem, zoetwater, grondstoffen, die allemaal een eindig karakter hebben, steeds sneller opgebruikt. Dit bestel produceert op een toenemende wijze afval, dat we in afvalbakken achterlaten. Maar al die afvalbakken zijn eindig: lucht, bodem, grondwater, oppervlaktewater en uiteindelijk de zeeën. Onvermijdelijk moeten die dus eens het niveau van onomkeerbare schade bereiken. Het broeikaseffect is daar één aspect van, maar op lange termijn wordt dit pollutieprobleem universeel. Uiteindelijk leidt dit alles tot de uitroeiing van dieren en planten: afnemen van de biodiversiteit en ooit tot de ineenstorting van het totale ecosysteem van de aarde. Zo'n algemene karakterisering kan een breder inzicht bieden in de zin van het ecologisch handelen: zelfs als de klimaatsceptici (die de rol van de broeikasgassen overtrokken vinden) gelijk zouden hebben, verandert dat niets aan de vaststelling dat de fossiele brandstoffen die we nu gebruiken, eens uitgeput zullen zijn en dat binnenkort de tropische regenwouden zullen verdwijnen. Het reduceren van het probleem tot de klimaatverandering, kan ons vooral ook de grondslagen van de milieuproblematiek en de brede waaier van noodzakelijke oplossingen uit het oog doen verliezen.

Bevolkingsexplosie

De ontwikkeling van het WTK-bestel sinds circa 1750 in het Westen, maar wereldwijd sinds 1950, heeft vooreerst de voorwaarden geschapen voor een ongehoorde explosie van de wereldbevolking, maar heeft ook geleid tot een explosie van totaal nieuwe consumptiegoederen en een mentaliteitswijziging die de behoefte aan die goederen onophoudelijk stimuleert. De expansie van productiemiddelen en consumptiebehoeften vertoont een dynamiek die in de rijke landen al moeilijk in te tomen valt. Wanneer de armen, minstens op ethische gronden, op een enigszins vergelijkbaar niveau moeten komen, bijvoorbeeld minimaal vijf maal hun ecologische voetafdruk (per persoon) van nu, dan betekent dat voor een wereldbevolking van ongeveer negen miljard in 2050, een onvoorstelbare toename van consumptie en productie en dus ook van alle milieuproblemen in het spoor ervan. De gedachte dat ons 'ruimteschip aarde' dit, alleen door verbetering van de technieken aankan, getuigt van een verregaande irrationaliteit. In 1988 formuleerde ik het 'ethisch-ecologisch probleem' als volgt: 'Ons wereldsysteem zal de ecologische ineenstorting slechts kunnen uitstellen in de mate waarin aan het gelijkwaardigheidsbeginsel (tegenover de armen) afbreuk wordt gedaan.'

Dat het stopzetten van de bevolkingsexplosie, inclusief bij ons (veel grotere voetafdruk) een onontkoombare factor is van een oplossing, als (als!) die nog haalbaar is, zou voor iedereen een evidentie moeten zijn. Toch slagen alle internationale milieuconferenties er tot nu toe in dit basisprobleem volkomen te verdonkeremanen. Kan de mislukking van Kopenhagen eindelijk de redelijkheid ten goede komen?