Ik zou graag eens vernemen waar ik die 'essentie van de islam' kan vinden

 

Het is mogelijk dat sommige mensen door deze teksten gekrenkt worden; ze zijn echter niet de mijne, ik citeer alleen. Etienne Vermeersch

 

Othman El Hammouchi brengt opwerpingen naar voren waarmee moslims critici vaak de mond willen snoeren. Zelf citeren ze graag koranteksten; maar als je hen met koranteksten van antwoord dient, verwijzen ze naar een ‘immens corpus’ van commentaren die men zo nodig moet gelezen hebben om de koran te kunnen begrijpen. Die Allah is dus wel een vreemd wezen: hij wou even de waarheid aan zijn volgelingen mededelen in een ‘Openbaring’, maar die gelovigen kunnen dat alleen begrijpen als ze eerst de bespiegelingen van ‘duizenden’ ‘geleerden’ bestudeerd hebben. Die geleerden schreven vooral in het Arabisch, zodat de verpletterende meerderheid van de moslims (Aziaten), die onmogelijk kunnen kennen. Is dat niet te gek voor woorden? Als de koran werkelijk niet eens het citeren waard is, welk belang heeft het dan nog die te lezen, laat staan van buiten te leren?

El Hammouchi gaat er zonder enige reden van uit dat ik zelf over de besproken passussen geen commentaren gelezen heb. Ik moet hem op het volgende wijzen. Ik beschik over de ‘Umdat al Salik’, in de Engelse vertaling: ‘Reliance of the Traveller’. Dat is hét standaardwerk over de ‘Islamic sacred law’ m.a.w. de shariah. De meest gezaghebbende universiteit van de islam: Al Azhar schrijft in een officieel certificaat het volgende: “We certify that the above mentioned translation corresponds to the Arabic original and conforms to the practice and faith of the Orthodox Sunni Community.” (1991). Vergelijkbare certificaten brachten ook het “International Institute of Islamic Thought (1990) en nog andere instituten.

Deze ‘Umdat’ is geschreven na het ‘sluiten van de poorten van de Ijtihad’. Daaruit volgt dat alle verwijzingen naar de koran, qua betekenis, het akkoord hebben van alle hieraan voorafgaande islamgeleerden. El Hammouchi beweert bv. dat het eerste vers dat ik citeer ‘geabrogeerd’ (herroepen) is, maar dit vers wordt geciteerd in de Umdat (01.0); dus is het zeker niet geabrogeerd. En inderdaad: “the indemnity for the death or injury of a woman is one half the indemnity paid for a man” (04.9): ongelijkheid dus.

El Hammouchi: “Het punt dat de vrouw niet kan scheiden, is dan weer gewoonweg onjuist…” (1°) Ik heb dat niet beweerd; ik heb gezegd: ‘verstoten’. (2°) De Umdat besteedt 73 blz aan ‘divorce’. In geen enkele zin wordt ook maar gesuggereerd dat een vrouw tot een echtscheiding kan beslissen: alleen de man kan dat. Wel kan de man aanvaarden een vrouw te verstoten: op haar verzoek, als zij hem een aanzienlijk bedrag daarvoor betaalt (n5.0-n5.6). Als de koran een vrouw zou toelaten een man te verstoten dan zou dat hier zeker vermeld worden.

Othman El Hammouchi heeft problemen met mijn vertaling van het Arabische ‘qawwamun’ als ‘zaakwaarnemers’ (S, 4:34); hij stelt wel geen alternatieve vertaling voor. Zoals steeds had ik deze passus vergeleken in twee Nederlandse, twee Franse en acht Engelse vertalingen. De meest gangbare term in het Engels is ‘maintainer of women’, maar je vindt ook ‘protector’, ‘manager of the affairs’. Die vertalers (moslims) zullen wel enkele honderden commentaren gelezen hebben en dus mag ik op hen betrouwen. De rest van dit vers wijst ook bij hen op een voorrang van mannen op vrouwen en dat strookt dus weer met mijn betoog.

De opvatting dat ik als materialist geen ‘objectieve’ morele oordelen kan vellen, zal ik maar met de mantel van Noah bedekken. Hume heeft gelijk dat je ‘moeten’ niet van ‘zijn’ kunt afleiden. Dat belet mij niet een solide moraal te ontwikkelen: zie bv. mijn ‘Provençaalse Gesprekken’, blz 51-99.

El Hammouchi beweert dat religies slavernij en verkrachting veroordelen: de feiten bewijzen het tegendeel: zie verder.

Ik ben helemaal niet ‘verontwaardigd’ over de koranische visie op de schepping van de vrouw: ik stel alleen vast dat die de thesis over ‘gelijkheid’ andermaal in het gedrang brengt. El Hammouchi betoogt dat volgens de islam de man ook voor de vrouw geschapen is; spijtig genoeg brengt hij daar geen bewijs voor. Ik zou ook graag eens vernemen waar ik die ‘essentie van de islam’ kan vinden.

El Hammouchi betwist blijkbaar niet de fundamentele ongelijkheid van man en vrouw inzake erfenis (S. 4:11) en inzake getuigenissen S. 2:282). Dat kan ook niet want beide discriminaties zijn uitvoerig in wetteksten uitgewerkt. (Zie ‘Umdat’ Book L 50 en 024.7).

Evenmin kunnen ‘duizenden islamgeleerden’ ontkennen dat er in de koran negen beschrijvingen staan over maagden die ter (seksuele) beschikking staan van mannen in het paradijs, maar geen enkele waar knapen of mannen ter beschikking staan van vrouwen.

Er is ook geen enkele passus waaruit blijkt dat vrouwen hun man mogen slaan, terwijl mannen dat wel degelijk mogen volgens S. 4:34.

Als het nodig is kan ik tientallen moslimauteurs vermelden, door de eeuwen heen, die dat bevestigen.

Dat een vrouw alleen seks mag hebben met haar man, en die man met vier echtgenoten en een onbeperkt aantal slavinnen (S. 23:1-6, en andere) heeft de hele moslimcultuur zo doordrongen dat elke ontkenning (door duizenden…) hier bespottelijk zou zijn. Toch veroorzaken deze verzen manifeste discriminaties. (a) Tussen mannen onderling: als de rijken meerdere vrouwen hebben, zullen veel arme mannen geen vrouw kunnen krijgen. (b) Tussen mannen en vrouwen: het seksuele onrecht ten nadele van de vrouwen is evident. (c) Het gruwelijkste echter is de pijn en de vernedering die miljoenen slavinnen door dit vers hebben moeten ondergaan: zij konden zich niet verzetten tegen een meester die hen wou verkrachten. Welke visie hebben moslims over een ‘God’ die door zijn ‘Openbaring’ zo’n mateloos lijden op zo grote schaal veroorzaakt?

Even erg en even schandelijk vind ik de fysieke en psychische pijn die kinderen eeuwenlang hebben ondergaan, door het feit dat de koran toestaat dat men niet-geslachtsrijpe meisjes mag uithuwelijken. (S.65:4). Dat Mohammed zijn huwelijk met Aisha fysiek voltrok toen ze negen jaar was (zie Bukhari, Muslim, Ibn Hisham, Al Tabari, Abu Dawud…) heeft velen tot navolging aangespoord. Ook nu nog vindt men kindhuwelijken in veel moslimlanden. Wat die kinderen als schending van hun diepste wezen ondergingen, is niet alleen een aanfluiting van wat men ‘gelijkheid’ noemt (ze konden uiteraard niet zelf beslissen): het vormt één van de grootste schandalen van de wereldgeschiedenis. Dergelijke zaken gebeurden ook in andere culturen, maar daar niet na goedkeuring door God en als nabootsing van een Profeet.

Een ander noodlottig gevolg van een korantekst (S.33:50) is de traditie die bij islamoorlogen ontstaan is, waarbij vrouwen en kinderen van de overwonnen in slavernij werden gebracht. Hierdoor is de omvang van de slavernij, en dus de ongelijkheid, in de islamlanden mateloos gestegen. Bezwarend is daarbij dat reeds in Mohammeds tijd die vrouwen met zijn goedkeuring ter plekke werden verkracht. (Bukhari, Muslim, Abu Dawud).

In mijn uitgave van Umdat al Salik (2008!) lees ik: “When a child or woman is taken captive, they become slaves by the fact of capture, and the woman’s previous marriage is immediately annulled.” Deze tekst (goedgekeurd door Al Azhar !) vormt de motivering van de huidige verkrachtingen van Yezidi-vrouwen en -meisjes door de krijgers van IS.

Het is mogelijk dat sommige mensen door deze teksten gekrenkt worden; ze zijn echter niet de mijne, ik citeer alleen. Ik doe dat omdat ik de mening toegedaan blijf dat de waarheid haar rechten heeft en dat “de waarheid ons zal vrij maken” (Joh. 8, 32).

Uit zijn prestaties blijkt dat El Hammouchi bijzonder intelligent is. Ik hoop van harte dat hij die intelligentie verder gebruikt om de waarheid na te streven. Dat vraagt intellectuele eerlijkheid en vanuit een bepaalde opvoeding is daar ook veel moed voor nodig: ik heb dat proces zelf moeten doormaken. Maar denk eraan: “Alles wat voortreffelijk is, is zowel moeilijk als zeldzaam” (Spinoza).

Etienne Vermeersch

 

p.s. Het stuk van Wim Van Walle over mijn ‘Opinie’ betreffende ‘gelijkheid’ in de koran, getuigt van zoveel intellectuele oneerlijkheid dat ik me er niet toe zal verlagen daarop te antwoorden.

Godsdienst en onderwijs (opinie) - Etienne Vermeersch

Godsdienst en onderwijs - Etienne Vermeersch

Enerzijds moeten we dringend werk maken van een strikt wetenschappelijke, ook historische studie, van de godsdiensten - inclusief hun ‘Kriminalgeschichte’ - waarbij wezenlijke aspecten tot de ‘eindtermen’ moeten behoren. Anderzijds lijkt het me voor de echt gelovigen nuttig geconfronteerd te worden met een moderne ‘theologische’ visie op hun godsdienst: zo kan men jongeren wapenen tegen fundamentalisme en radicalisme.  Etienne Vermeersch

In zijn ‘Opinie’ over ‘Onderwijs’ (De Standaard 2 maart) schrijft Patrick Loobuyck dat ik in mijn vak, christendom, op ‘aanmatigende’ wijze suggereerde dat ik in Vlaanderen de enige was “die durfde te zeggen dat de Bijbelse wonderverhalen door mensen uitgedacht zijn en dat we nauwelijks iets weten over de historische Jezus enz. enz.” Deze volkomen onterechte bewering heeft me diep, zeer diep, gekrenkt. Sinds ik mij, vanaf de jaren ’60, publiek over allerlei standpunten begon te uiten, heb ik er mij steeds voor behoed mij laatdunkend over andere mensen uit te drukken. Als ik ooit anderen als persoon heb bekritiseerd, dan gebeurde dit nagenoeg alleen nadat ik zelf was aangevallen, en altijd met bewijzen van wat ik betoogde.

In mijn recent boek Over God spreek ik, op blz. 67, over mijn grote waardering voor pater Emile de Strycker s.j. als specialist van de vroeg-christelijke teksten. Ik vertel over onze gesprekken betreffende de historiciteit van de evangeliën en zijn strikt wetenschappelijke visie daarop. Tijdens mijn jezuïetenperiode heb ik ook les gehad van de exegeet pater De Fraine s.j. die ons bv. uitlegde dat de zin in het boek Genesis “en ‘Gods Geest’ zweefde over de wateren” volgens het Hebreewse taalgebruik eigenlijk betekende: ‘een hevige wind…’. In de jaren ’70 had ik in het Parkhotel in Gent gesprekken met de latere bisschop van Antwerpen, tevens exegeet, Paul Van den Berghe, over de Formgeschichte en de Redaktionsgeschichte in verband met de studie van het Nieuw Testament. Later heb ik, ook publiek, vriendschappelijke gesprekken gehad over het Jezusprobleem met de eminente exegeet Peter Schmidt.

Hoe zou ik dan ooit, zonder fundamenteel oneerlijk te zijn, in mijn lessen hebben kunnen suggereren dat ik de enige in Vlaanderen was die de moderne exegese kende? Ook bij het nakijken van mijn cursusnota’s vind ik alleen strikt wetenschappelijke, methodologische uiteenzettingen, zonder enige verwijzing naar andere mensen in Vlaanderen. Er is één punt, zegge en schrijve één punt, waarvan ik beweerd heb dat dit vermoedelijk een eigen vondst van mezelf was: nl. dat bij het ontstaan van het verrijzenisgeloof bij de leerlingen van Jezus, zich opeenvolgend twee verschillende vormen van dissonantiereductie hebben voorgedaan. Als Loobuyck dat ergens in een cursus in Leuven geleerd heeft, mag hij dat onmiddellijk citeren.

Het is inderdaad zo dat ik tijdens mijn uiteenzettingen voor studenten, waarvan de meerderheid uit katholieke colleges kwam, een ontstellende onwetendheid inzake het christendom en de evangeliën heb moeten vaststellen. Een meerderheid wist niet eens dat er vier canonieke evangeliën zijn, laat staan dat ze ooit over de ‘synoptische kwestie’ zouden gehoord hebben. Ik heb mijn verbazing daarover herhaaldelijk uitgedrukt. Loobuyck dacht daarbij misschien dat mijn lessen bedoeld waren als een ‘post-graduate’ opleiding na Leuven, maar zover ging mijn pretentie niet.

Zo komen we tot de basisthematiek van deze ‘Opinie’. Vooreerst, de joodse Bijbel (Oud Testament voor de christenen), het Nieuw Testament en de Koran zijn teksten waarvan de betekenis wereldwijd voor miljarden mensen onvoorstelbaar groot is. Wetenschappelijk onderzoek van die teksten (veelal ‘exegese’ genoemd), is dus van kapitaal belang. Maar ook het modern ‘theologisch’ onderzoek; m.a.w. de pogingen om voor de gelovige christenen en moslims een interpretatie te zoeken die niet haaks staat op de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek en op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, kan bijzonder waardevol zijn. De gevaren van fundamentalistische interpretaties van die teksten kan men immers onmogelijk loochenen. Universitaire studies kunnen hierbij zeker een bijdrage leveren, zolang ze wetenschap en mensenrechten respecteren.

In verband met het secundair onderwijs heb ik vorig jaar in een katholiek college (laatste jaar) kunnen vaststellen dat het met de kennis inzake het christendom nog bedroevender gesteld is dan ik vroeger heb ervaren. Bij mijn vraag of Jezus volgens de kerkelijke leer God is, waren er twee meisjes die, aarzelend, ‘ja’ antwoordden; de andere leerlingen waren overtuigd dat dit niet het geval is. Nu ben ik allicht zeer achterlijk, maar ik dacht dat de menswording van God in Jezus Christus één van de centrale dogma’s van alle christelijke kerken (katholieke, orthodoxe, protestantse) was en is. De enige moslim in die klas kende wel de belangrijkste geloofswaarheden van de islam. De heer Boeve heeft ooit betoogd dat er in zijn ‘christelijke’ scholen een dialoog moet mogelijk zijn tussen mensen van de diverse godsdiensten. Ik vraag me echter af waarover die moslim dan wel kan dialogeren. Zijn medeleerlingen weten over hun geloof ongeveer niets.

Als atheïst wil ik dus een betoog houden voor degelijk onderwijs over het christendom. Hiermee bedoel ik geen praat voor brave Hendrikken, maar kennis van de basisteksten, de essentiële dogma’s en de historische ontwikkelingen. Mensen van onze cultuur lopen verloren in hun confrontatie met geschiedenis, literatuur en kunst als die basiskennis ontbreekt. Daarbij zijn twee benaderingen allicht gewenst. Enerzijds moeten we dringend werk maken van een strikt wetenschappelijke, ook historische studie, van de godsdiensten - inclusief hun ‘Kriminalgeschichte’ - waarbij wezenlijke aspecten tot de ‘eindtermen’ moeten behoren. Anderzijds lijkt het me voor de echt gelovigen nuttig geconfronteerd te worden met een moderne ‘theologische’ visie op hun godsdienst: zo kan men jongeren wapenen tegen fundamentalisme en radicalisme. Deze meer specifieke lessen, voor de diverse godsdiensten afzonderlijk, zou men echter buiten de normale schooluren moeten inrichten, zodat ze een facultatief karakter hebben.

In bepaalde opzichten wijken de visies van Loobuyck niet ver af van de mijne. Waarom een uiteenzetting daarover dan gepaard moet gaan met het uiten van gratuite hatelijkheden, ontgaat me volkomen.


Etienne Vermeersch

De auteur is hoogleraar emeritus UGent

VERDOOFD SLACHTEN HOEFT HELEMAAL NIET PROBLEMATISCH TE ZIJN

Etienne Vermeersch (Opiniestuk - De Standaard)

Volgens de Koran is God barmhartig (dus ook voor dieren)

Onlangs besliste de Raad van State dat een verbod op onverdoofd slachten in strijd is met de godsdienstvrijheid. Maar dat zo’n verbod een moslim in gewetensnood brengt, is compleet onwaar, schrijft Etienne Vermeersch. Dat staat zo in de Koran, en wel meermaals.

Wie? Hoogleraar emeritus filosofie (UGent).

Wat? Door in te stemmen met een humanere wetgeving inzake slachten, zou de Moslimexecutieve aan iedereen kunnen duidelijk maken hoe centraal de barmhartigheid van God in zijn geloof staat.

Lees de Koran eens goed

Etienne Vermeersch
Birmingham Koran

Omdat er, ook bij moslims, nogal wat onwetendheid bestaat inzake de islam, is het nuttig eens en voorgoed het volgende te preciseren. In de Koran vindt men, in verband met het slachten van dieren voor voeding, slechts de hierna volgende voorschriften.

Soera 2.173: ‘Hij (God) heeft voor jullie slechts verboden wat van zichzelf is doodgegaan, bloed, varkensvlees en vlees waarover iets anders dan God is aangeroepen. Maar wie ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte of om te overtreden, voor hem is het geen vergrijp. God is vergevend en barmhartig.’

Roodkapje bestaat vermoedelijk niet (reactie op Rik Torfs)

Rik Torfs redeneert graag met kwinkslagen, maar vanaf een bepaald niveau van argumentatie dienen ze alleen om de zinledigheid te verdoezelen. Of hij in de hemel rijstpap zal eten of met kaboutertjes zal spelen, zal me een zorg zijn. Bij holle frasen stelt de vraag naar zekerheid of onzekerheid zich niet eens: wat geen betekenis heeft, is zeker noch onzeker. Etienne Vermeersch

 

Roodkapje bestaat vermoedelijk niet

Rik Torfs heeft het niet zo op zekerheid begrepen en dat is zijn volste recht, oordeelt Etienne Vermeersch. Maar wie kiest voor een leven in het ijle, die gelooft nog in sprookjes. Een minimum aan zekerheden is een must voor wie vooruit wil denken.

Etienne Vermeersch - De Standaard, 18 nov. 2014

Rik Torfs pleit tegen zekerheid (DS 15 november) . Gelijk heeft hij; althans wat zijn eigen geschriften betreft. Wat hij over mijn zoektocht inzake godsdienst schrijft, is immers niet alleen onzeker, het is grotendeels onjuist. God was in mijn jeugd niet iemand 'die ik vreesde'. Jongeren van mijn generatie werden inderdaad soms bang gemaakt door donderpreken inzake 'zelfbevlekking'. Zelf voelde ik mij niet aangesproken: ik masturbeerde niet.

Ook over mijn keuze voor de jezuïeten zit hij er naast. Vanuit een vernieuwd geloof, na een zware crisis, wou ik trappist worden, maar dat werd me afgeraden. Daarop koos ik voor de Sociëteit van Jezus. Dat had niets met intelligentie, maar alles met totale inzet te maken. De 'wrede rechtlijnigheid' van de jezuïeten heeft mij nooit gestoord, wel de kromme toepassing ervan.

Toen ik de orde verliet, geloofde ik nog in God. Ik werd ongelovig door een langzaam proces van bewustwording tijdens discussies in de 'Oefeningen' bij Apostel en Kruithof. Ik stelde vast dat ik uit eigen beweging nooit godsdienstige, maar steeds alleen naturalistische argumenten gebruikte. Na een goed jaar moest ik besluiten dat 'God' in mijn denken en leven geen rol meer speelde.

Volgens Rik Torfs was dat een vreselijke periode. Het was de mooiste van mijn leven. Je moet nogal lef hebben om te menen dat je met eigen categorieën kunt achterhalen hoe het wereldbeeld en het gevoelsleven van een medemens zich ontplooit. Torfs suggereert dat ik daarna niet meer authentiek over het religieuze heb nagedacht. Wel, hij mag zijn bibliotheek met de mijne vergelijken.

Ik zal op mijn beurt de zielenroerselen van Torfs niet ontleden. Wel wil ik pogen, op basis van zijn uitingen, te weten te komen waar zijn probleem ligt.

Laat me vooraf zeggen dat ik al in 1965 heb uiteengezet dat 'absolute zekerheid' voor een individu niet te bereiken is. We kunnen immers, geleidelijk of plots, een hersenaandoening krijgen, waardoor ons logisch denken in het gedrang komt.

 

In Indië werd aan die behoefte voldaan door de mythe van de reïncarnatie: beloning en straf volgen via een wedergeboorte, wat de mogelijkheid biedt om het nu beter te doen. Rond Zarathoestra (Iran) ontstond de opvatting dat na de dood een definitieve beloning of straf volgt (soms voor een ziel, soms na opstanding van het lichaam). Voor geen enkele van die mythen is ooit enig spoor van argument gevonden. In dat opzicht scoren ze niet beter dan sprookjes. Ze bieden wel een antwoord op die dringende vraag naar rechtvaardigheid: wishful thinking dus. Dat verklaart mede hun eeuwenlange succes. Etienne Vermeersch

 

Schouders van reuzen

Rik Torfs is niet dom. Wanneer hij schrijft: 'Zekerheid past niet bij de menselijke natuur', dan kan hij dat niet in de algemene zin bedoelen. Een eenvoudig voorbeeld. Op 12 november 2014 is Philae geland op de komeet 67P. Dat is een wetenschappelijk- technologische prestatie die je kunt vergelijken met het afschieten van een naald die door het oog van een andere naald moet vliegen die zich op meerdere kilometers afstand bevindt. Degenen die het project ontworpen hebben, maakten daarbij gebruik van gegevens en wetten uit de astronomie, dynamica, elektrodynamica, kwantummechanica, scheikunde, enzovoort, die ze als 'zeker' beschouwden.

Daarnaast waren er ook onzekerheden, over de juiste vorm van de komeet en de toestand van het oppervlak, bijvoorbeeld. Alleen door hele reeksen wetten en gegevens niet aan verder onderzoek te onderwerpen, kon men zich binnen een redelijke tijd op de detailproblemen richten. Dit 'steunen op de schouders van reuzen', dit voortbouwen op wat aan 'zekerheden' reeds is verzameld, ligt aan de grondslag van de hele wetenschapsgeschiedenis. Als alle wiskundigen, natuurkundigen of scheikundigen telkens opnieuw de stellingen en wetten van hun voorgangers aan onderzoek moeten onderwerpen, zullen zij nooit een stap vooruit zetten.

Vermoedelijk is Rik Torfs ook 'zeker' dat kabouters en elfjes niet bestaan, of dat Klein Duimpje of Roodkapje er nooit is geweest. Wetenschappelijke theorieën zijn scheppingen van de menselijke geest, maar ze zijn wel in eeuwenlang onderzoek aan scherp waarneembare gegevens getoetst; bij sprookjes is dat niet het geval.

Toch denk ik dat Torfs het vooral moeilijk heeft met 'uitvindsels' van de menselijke geest die evenmin voor empirische controle vatbaar zijn, maar die voor bepaalde mensen een existentiële relevantie hebben: men noemt ze meestal 'mythen'. Ze hebben het onder meer over de ultieme oorzaak van de mens en over zijn ultieme bestemming. In de loop der tijden zijn daarover mythen ontstaan: verhalen over goden hierboven en over doden in een onderwereld.

Hemel, hel en andere mythes

In het eerste millennium voor onze tijdrekening hadden zich al een hele tijd culturen ontwikkeld met ethische codes en rechtssystemen. Die leidden tot het besef dat men binnen een maatschappij rechtvaardigheid kon nastreven. Maar stilaan stelde men vast dat sommige slechte handelingen niet werden bestraft en sommige goede niet beloond. Zo ontstond een dwingende nood aan een uiteindelijke, definitieve rechtvaardigheid.

In Indië werd aan die behoefte voldaan door de mythe van de reïncarnatie: beloning en straf volgen via een wedergeboorte, wat de mogelijkheid biedt om het nu beter te doen. Rond Zarathoestra (Iran) ontstond de opvatting dat na de dood een definitieve beloning of straf volgt (soms voor een ziel, soms na opstanding van het lichaam). Voor geen enkele van die mythen is ooit enig spoor van argument gevonden. In dat opzicht scoren ze niet beter dan sprookjes. Ze bieden wel een antwoord op die dringende vraag naar rechtvaardigheid: wishful thinking dus. Dat verklaart mede hun eeuwenlange succes.


Tegen onsterfelijkheid in een hemel of hel pleit de onmogelijkheid om een persoonlijkheid vast te pinnen op één moment in zijn levensloop. Wordt een foetus van 35 weken in die vorm onsterfelijk, of wordt die in de hemel een volwassen persoon (met ervaringen en relaties) die nooit bestaan heeft?Etienne Vermeersch

Sinds de ontwikkeling van de wetenschappen zijn er heel wat bedenkingen te maken bij de formuleringen van die mythen. Tegen de idee van reïncarnatie van dezelfde persoon (of van zijn schuldenlast) kunnen we inbrengen dat een persoon het resultaat is van de interactie tussen een genoom en omgevingsfactoren. Bij een nieuwe geboorte ontstaat echter nooit hetzelfde genoom en de omgeving kan nooit dezelfde zijn. Er is dus geen voortbestaan van een persoon. Tegen onsterfelijkheid in een hemel of hel pleit de onmogelijkheid om een persoonlijkheid vast te pinnen op één moment in zijn levensloop. Wordt een foetus van 35 weken in die vorm onsterfelijk, of wordt die in de hemel een volwassen persoon (met ervaringen en relaties) die nooit bestaan heeft?

Volgens de huidige evolutietheorie zijn er nergens in de evolutie plotse sprongen - er is dus nooit een beslissende wijziging geweest vóór dewelke men niet en na dewelke men wel onsterfelijk zou worden. Een vergelijkbaar probleem stelt zich betreffende de diverse stadia in de ontwikkeling van het embryo en de foetus. Een hemel vol embryo's? Rik Torfs vindt dat ik niet mag redeneren 'in ruimte en tijd'. Waarom niet?

Recht op hoop

Mag ik in verband met denkbeelden waarvan het ontstaan rationeel verklaarbaar is, niet even rationeel denken over hun haalbaarheid? Of is nadenken wel toegelaten in verband met reïncarnatie, maar niet als het over hel en hemel gaat? Welke visie heeft het hoogste sprookjesgehalte? We hebben het niet over ruimte en tijd, maar over de vraag of de termen 'persoon' en 'onsterfelijkheid' hier een zinnige betekenis hebben. Een echt levende persoon verandert en kan dus na honderden jaren niet meer dezelfde zijn.

 

ik ontzeg niemand het recht te hopen, maar aan die hoop een aureool van hogere rationaliteit ontlenen, lijkt me lichtjes overtrokken.Etienne Vermeersch

Rik Torfs redeneert graag met kwinkslagen, maar vanaf een bepaald niveau van argumentatie dienen ze alleen om de zinledigheid te verdoezelen. Of hij in de hemel rijstpap zal eten of met kaboutertjes zal spelen, zal me een zorg zijn. Bij holle frasen stelt de vraag naar zekerheid of onzekerheid zich niet eens: wat geen betekenis heeft, is zeker noch onzeker. Zowel de reïncarnatie als het hemel- helverhaal is bij concretisering totaal ongeloofwaardig gebleken. Men kan hier dus rustig Wittgenstein parafraseren: waarover men niet spreken kan, daarover zou men beter zwijgen.

Voor alle duidelijkheid: ik ontzeg niemand het recht te hopen, maar aan die hoop een aureool van hogere rationaliteit ontlenen, lijkt me lichtjes overtrokken.

Etienne Vermeersch

Het morele statuut van het embryo (bis) - Van hellend vlak naar goede balans

Normen en waarden staan niet in de sterren geschreven. Ze bestaan ook niet op zichzelf. Waarden worden dooreen en uiteindelijk door de mensengemeenschap toegekend... Etienne Vermeersch

 

Van hellend vlak naar goede balans

Het morele statuut van het embryo (bis)

Respect voor alle stadia van een mensenleven, Etienne Vermeersch vindt dat een belangrijk en dwingend gegeven. Alleen is het nooit absoluut: de invulling ervan hangt samen met hoe een samenleving evolueert, ook in haar denken over ethische kwesties.

Standpunt

Etienne Vermeersch I De Standaard, 22 april 2004

Wie? Filosoof, hoogleraar emeritus

Wat? Normen en waarden zijn geen objectief vaststaande gegevens, ze vinden hun grondslag in een maatschappelijke consensus. De rectoren van de Vlaamse universiteiten gaan er ernstiger mee om dan Herman De Dijn suggereert.

 

— De Vlaamse rectoren nemen gezamenlijk de verdediging op van het wetenschappelijk onderzoek inzake embryo's en verzetten zich tegen het burgerinitiatief One of us, dat de Europese Commissie oproept dit onderzoek te verhinderen (DS 10 april). Collega Herman De Dijn (DS 19 april) geeft toe dat de rectoren terecht verwijzen naar de vooruitgang op medisch gebied die deze experimenten tot stand kunnen brengen. Hij vindt echter dat ze aan de kern van de zaak voorbijgaan: 'Als het menselijk embryo, ook al is het slechts potentieel menselijk leven, dezelfde waardigheid heeft als een mens, en als menselijke waardigheid niet toelaat dat welke mens dan ook tot louter middel gereduceerd mag worden, dan zijn de argumenten van de rectoren naast de kwestie.' Hij lijkt zelfs te suggereren dat de rectoren zich laten leiden 'door naïviteit ten aanzien van de mogelijke al dan niet bedoelde neveneffecten van de vooruitgang'.

Ik kan hem op dat vlak geruststellen. De problematiek van het statuut van het embryo in verband met experimenten is maandenlang het voorwerp van een diepgaande discussie geweest binnen het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. Het verslag hiervan staat in het 'Advies' van 16 september 2002 (Zie De Adviezen van het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek 2000-2004). Ikzelf heb in mijn laatste boek, Provençaalse gesprekken, een analyse voorgelegd van het statuut van het embryo, waarin ik al de thema's die De Dijn naar voren brengt, bespreek. Hij houdt met dit alles geen rekening en evenmin met de discussies op het internationale vlak. Hij beperkt zich tot retorische vragen 'moet niet, naar analogie van het ongeboren leven ook aan embryo's een speciale waardigheid toegekend worden?', hypothetische formuleringen 'Als...als...' of dogmatische uitspraken: 'En dat alleen mensen die bekwaam zijn tot (bepaalde vormen) van bewustzijn menselijke waardigheid bezitten, is gewoon onjuist.' Een antwoord op die vragen of een fundering van die uitspraken legt hij niet voor. Hij heeft gelijk als hij betoogt dat de speciale waardigheid die aan mensen toekomt, niet door wetenschap aangetoond of ontkend kan worden. Hij maakt echter niet duidelijk waar we dan wel uitsluitsel kunnen vinden over de reikwijdte van deze waardigheid en de fundering ervan.

Van de Oudheid tot nu

Normen en waarden staan niet in de sterren geschreven. Ze bestaan ook niet op zichzelf. Waarden worden dooreen en uiteindelijk door de mensengemeenschap toegekend en de normen die eruit voortvloeien, uiten zich in al dan niet expliciete morele voorschriften of juridische regels, die binnen maatschappijen tot stand komen.

Het statuut van de slavernij, bijvoorbeeld, is in wezen niets anders dan het reduceren van medemensen tot louter middel. Toch hebben noch de voornaamste denkers van de Oudheid (met uitzondering van Philo van Alexandrië), noch het Oude of het Nieuwe Testament, noch de christelijke Kerkvaders en theologen tot de 16de eeuw, ingezien dat dit een verregaande aantasting was van de menselijke waardigheid. Ook bij de theologen van de islam is die bedenking nooit opgekomen. De verklaring is dat binnen de maatschappijen waarin ze leefden, het besef van de omvang die deze waardigheid kan krijgen, nog niet tot stand gekomen was.

In verband met het statuut van het embryo stel je een vergelijkbare evolutie vast. Uit de ethische en juridische teksten van het Oude Nabije Oosten blijkt dat de ongeboren vrucht als eenobject werd beschouwd (de waarde was ongeveer die van een ploeg). Dit geldt ook voor het Oud Testament (Ex. 21, 22-23 is de enige passus uit de hele Bijbel die voor het statuut van embryo en foetus expliciet relevant is).

In zeer veel culturen hing de opname in de mensengemeenschap af van een beslissing van de ouders, of van de vader alleen (zoals het geval was in Rome). Bij Aristoteles komt de vraag naar voren wanneer het embryo 'vorm' krijgt, 'bezield' wordt (na 40 dagen voor een jongen, na 90 dagen voor een meisje). Deze opvatting leidt dan in het christendom, via die formulering van Ex. 21, 22-23 tot het onderscheid tussen een 'gevormde foetus' (foetus formatus), na 40 of 90 dagen en een 'ongevormde' (foetus informis) daarvoor. Doorheen de bijna unanieme christelijke traditie werd alleen de abortus van een foetus formatus als moord beschouwd. De foetus informis was dus geen mens. Pas in 1869 schafte de Kerk dat onderscheid af.

Stoffelijke resten en hoe ermee om te gaan

Dat normen en waarden hun oorsprong en grondslag vinden in een maatschappelijke meerderheid of consensus, blijkt ook uit de recente ontwikkelingen inzake abortus, in-vitrofertilisatie of pre-implantatiediagnostiek. Het nadenken daarover door ethici en andere betrokkenen heeft langzamerhand geleid tot het besef dat de vragen in dit verband niet op te lossen zijn vanuit de alles-of-nietspositie die collega De Dijn soms suggereert. Je hebt niet ofwel de volledige menselijke waardigheid, ofwel helemaal niets. De eerbied tegenover het stoffelijk overschot van mensen, waarover De Dijn zinnige dingen zegt, toont hetzelfde aan. Hoewel een lijk geen mens meer is, heeft het toch nog deel aan de menselijke waardigheid, maar niet op een absolute wijze. We aanvaarden ingrepen op een lijk bij een autopsie om juridische redenen, bij anatomie-onderwijs (via voorafgaande goedkeuring) en voor transplantaties (via impliciete goedkeuring).

Bij onderzoek van het embryo en de foetus kan je vaststellen dat er tussen vroegere en latere stadia verschillen zijn inzake de waarschijnlijkheid dat er uiteindelijk een mens geboren wordt, inzake de structuurgelijkheid tussen, bijvoorbeeld, een vroeg embryo en een late foetus en inzake de afhankelijkheid van een specifieke omgeving: een foetus van 30 weken kan buiten de baarmoeder tot een kind uitgroeien, een embryo van 8 weken niet. In het eerder vermelde artikel toon ik aan hoe je, op basis van die gegevens, tot een ethische appreciatie betreffende het statuut kan komen. Hiervan uitgaande kan je dan de relatieve mate van beschermwaardigheid van embryo en foetus afwegen tegen het belang van de bedoelde experimenten voor het algemeen menselijk welzijn. Meer en meer mensen nemen nu aan dat bepaalde experimenten op het pre-embryo, na een dergelijke afweging toelaatbaar en zelfs gewenst zijn.

Het is niet helemaal fair te suggereren dat onze onderzoekers, en de rectoren die hen ondersteunen, geen rekening zouden houden met de genuanceerde betogen die over deze thematiek bij ons en elders werden gehouden.

Respect voor alle stadia die naar het leven van een mens leiden, en ook voor de stadia na dat leven, moet zeker een belangrijke waarde binnen de mensengemeenschap blijven; maar dat respect is geen monolithisch blok. We moeten het telkens weer in de balans leggen met het respect voor andere maatschappelijk relevante waarden.

professor Etienne Vermeersch, ethicus

Wat is godsdienst? (over wetenschap, religie, feiten en waarden)

OVER WETENSCHAP EN RELIGIE

Wat is godsdienst?

Waar Rik Torfs schreef dat wetenschap wel over godsdienst kan spreken, maar haar niet kan vatten, is Etienne Vermeersch niet helemaal akkoord. Want wat een religie als waarheid neerzet, valt wel degelijk te toetsen. Maar dan moet je een onderscheid maken tussen feiten en waarden.

Etienne Vermeersch - Opiniestuk I De Standaard, 27 maart 2014

Mijn probleem met de column van Rik Torfs (DS 24 maart) over wetenschap en religie betreft zijn opvatting over godsdienst. Wie van 'kunst' een definitie zoekt, kan bij uitspraken daarover van kunstenaars en onderzoekers gemeenschappelijke kenmerken opsporen. Daarbij zou het vreemd zijn de opvatting van enkele individuen als de enig waardevolle voor te stellen.

Om te achterhalen wat 'godsdienst' is, kun je een vergelijkbaar onderzoek opzetten. Laten we ons voorlopig beperken tot de monotheïstische godsdiensten. Daarin vinden we zowel gezaghebbende teksten, 'Openbaringen', als geleerde studies van hoog niveau. Kenmerkend voor die godsdiensten is dat zij beweren 'waarheden' voor te houden. Nagenoeg alle gelovigen tot in de 17de eeuw waren ervan overtuigd dat je een aantal van die uitspraken in hun letterlijke betekenis als absolute waarheid moest aanvaarden. De drie belangrijkste hadden als gemeenschappelijke overtuiging dat er één God is, almachtig, oneindig wijs en oneindig goed, die de wereld geschapen heeft. Voor de christenen was Jezus van Nazareth niet alleen mens, maar ook 'Zoon van God' en tevens 'God'. De moslims waren ervan overtuigd dat God geen zoon had en dat Jezus alleen maar mens was. Voor de joden was Jezus irrelevant en zou er zeker nog een messias komen.

Die denkbeelden werden door niemand als 'louter symbolisch' opgevat: de visies van de anderen vond men volkomen onjuist en zelfs verderfelijk. Ook nu nog denken vele honderden miljoenen gelovigen van die godsdiensten daar ongeveer hetzelfde over. Sinds de 18de eeuw zijn er onderzoekers die aan sommige van die 'waarheden' een 'symbolische' betekenis toeschrijven, maar de keuzes die ze hierbij maken, zijn nogal uiteenlopend. Protestanten loochenen de blijvende maagdelijkheid van Maria. Meer en meer christenen verwerpen nu zelfs de maagdelijke geboorte van Jezus, maar enkelen onder hen vatten de 'verrijzenis van Jezus' dan weer letterlijk op. Toch zijn er gelovigen die ook dit verhaal als symbolisch beschouwen.

De evolutietheorie

Ik vermeld dit alles omdat ik wel aanneem dat mensen zoals Rik Torfs en astrofysicus Gerard Bodifée (Reyers laat, 18 maart) over de betekenis van godsdienstige uitspraken heel eigen, specifieke opvattingen hebben. Maar ik vind het vreemd dat ze soms de indruk wekken dat hun visie representatief is voor de gangbare opvattingen over godsdienst en de functie ervan. Doen het diepgaande geloof en de ingrijpende praktijken van alle gelovigen vóór de 17de eeuw en van talloze gelovigen van thans, er dan helemaal niet toe?

Wie die godsdiensten objectief bestudeert, stelt vast dat ze beweringen voorhouden, die, als ze waar zijn, waarneembare gevolgen hadden of hebben. Op basis van die teksten zijn er in de 21ste eeuw honderden miljoenen mensen die de evolutietheorie verwerpen. De uitspraken van de Bijbel en de Koran over de vrouw hebben nu nog immense maatschappelijke gevolgen. Zelfs de meerderheid van de katholieke hiërarchie verdedigt op basis van de Bijbel het exclusief mannelijke priesterschap. Weten zij dan niet hoe je godsdienst moet interpreteren? Ook op ethisch gebied kan je over religies oordelen vellen. De jongeren die naar Syrië trekken vinden de zingeving van hun bestaan inderdaad in hun geloof, maar is dat zo positief?

'Bemin uw vijanden'

Inderdaad, 'waarheden' die geen enkel concreet gevolg hebben voor onze natuurlijke of socio-culturele wereld, zijn niet voor wetenschap vatbaar, maar ze leren ons ook niets. 'Bijvoorbeeld: 'er bestaat een God, waarover niemand iets kan weten'. Uitspraken die wel een feitelijk karakter hebben, zoals: 'Jezus was de eerste die "bemin uw vijanden" predikte', zijn wel vatbaar voor wetenschappelijk onderzoek: in dit geval met een negatieve uitkomst.

De feitelijke aanwezigheid van ethische houdingen en van zingevingen kun je met allerlei directe of indirecte methodes achterhalen en ook de impact van deze ethiek en zingeving op het individu en de maatschappij kunnen we inschatten.

Kortom, je kunt het debat over deze thema's op een redelijke wijze voeren als we niet zozeer een onderscheid maken tussen wetenschap en godsdienst, maar veeleer tussen feiten en waarden. Beweringen over feiten - natuurlijke, psychologische, sociale en culturele - kun je op hun waarheidsgehalte toetsen met rationele methodes.

Wat de attitudes van ethische, esthetische of zingevende aard betreft, die beoordelen we op hun waarde door de gevolgen ervan voor het individu of de maatschappij na te gaan. Daarbij vertrek je natuurlijk niet vanuit wetenschappelijke gegevens, maar vanuit onze basiswaarden, individuele, of in ruime kring aanvaarde, zoals de rechten van de mens.

 

Gesluierde beginselen - "Opheffen hoofddoekenverbod strijdig met ware socialisme"

Etienne Vermeersch

Dat de SP.A in haar nieuwe beginselverklaring het hoofddoekenverbod begraaft, gaat er bij Etienne Vermeersch niet in. En al zeker niet dat die ommezwaai alleen ondersteund wordt met holle slogans.

Wat men ook, na alles wat in de twintigste eeuw gebeurd is, over het marxisme moge denken, men kan er niet om heen dat het Charter van Quaregnon, de beginselverklaring van de Belgische Werkliedenpartij (1894), een indrukwekkend document was.

Rik Torfs

Etienne Vermeersch

Rik Torfs

Nu Rik Torfs mij tot prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer heeft aangesteld, moet ik hem al op de vingers tikken (Een zwarte paus zou geen Obama-effect hebben, Knack nr. 11). Er is een theologische consensus dat de dogmaverklaring over de Onbevlekte Ontvangenis door Pius IX (1854) onder de pauselijke onfeilbaarheid valt.

Zo zijn er dus minstens twee. Torfs denkt blijkbaar dat een dogma begint met de verkondiging ervan; zo'n verklaring zegt echter dat het voorwerp ervan een geopenbaarde waarheid is en dus sinds het einde van het Nieuw Testament aanwezig is; zij het niet expliciet.

Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch: "Ik, conservatief? Wel, wel"

Etienne Vermeersch

"Wil columnist Fikry El Azzouzi argumenten op tafel leggen?", schrijft Etienne Vermeersch, professor-emeritus aan de Universiteit Gent, vandaag als antwoord op de column van Fikry El Azzouzi, die gisteren in de krant verscheen.

 

Beste Fikry El Azzouzi,
U bent er inderdaad in geslaagd mij een tekst van u te doen lezen. Vermoedelijk voor de laatste maal. U schrijft immers de ene onwaarheid na de andere:

De mythen van de bijbel

Giorgione

De mythen van de bijbel

Zelfs iemand die de mogelijkheid van wonderen zou aanvaarden, stuit op zoveel anomalieën dat het gezond verstand erbij tilt slaat. De maagdelijke ontvangenis, de sterre die stille bleef staan, de drie wijzen met hun wierook, goud en mirre. In zijn laatste boek betoogt paus Benedictus XVI dat de kerstverhalen 'werkelijke geschiedenis' zijn. Dat is niet langer houdbaar, zegt Etienne Vermeersch.

Excuses van Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch

Excuses van Etienne Vermeersch

In het interview in De Morgen (DM 2/6) zei ik dat de 'boerka-nikab' een erger symbool is dan de swastika. De boerka-nikab staat symbool voor een eeuwenlange onderdrukking van de vrouw in de islam; dat is erg. De swastika is symbool van een racistische massamoord: dat is veel erger. Mijn opmerking was dus een blunder. Ik ben er beschaamd over en ik vraag excuus aan mensen die onder het nazibewind geleden hebben. Die blunder dreigt bovendien de aandacht af te leiden van de solide argumenten voor het 'boerkaverbod', waar ik blijf achter staan.

Wel wil ik het volgende opmerken. In een artikel, waarin men ieder woord kan wegen, zou ik zoiets nooit schrijven. Het ging hier echter om een plotse opwelling in een heftige discussie en de vraag over die twee symbolen werd door de interviewer aangebracht. Normaal zou ik bij lectuur achteraf zoiets schrappen, maar door het feit dat de interviewer tevens de opponent was, dacht ik dat zo'n schrapping een gebrek aan fair play tegenover hem zou vormen.

Al meer dan 50 jaar kom ik in de media. In (mondelinge) debatten, interviews e.d. zal ik wel nu en dan een uitschuiver gemaakt hebben. In geschreven teksten kan ik mij geen echte blunder herinneren; wel een paar onjuistheden over feiten.

Ook daarover ben ik beschaamd. Wie lesgever en onderzoeker is, moet in zijn publieke uitingen zo waarheidsgetrouw mogelijk zijn. Ik vermeld dit omdat in de twitter-, facebook, blog- en forumcultuur de kwaliteit van het debat in gedrang dreigt te komen. Scheldwoorden moeten dan ernstige argumenten vervangen. Nochtans speelt het debat, ook het scherpe debat, een belangrijke rol in een democratie. Maar het respect voor de waarheid en de waarden moet hierbij centraal staan.

Daarom pleit ik ervoor dat men bij vergissingen zijn fout erkent en erover beschaamd is. Ikzelf hoop, vooral in interviews, beter op mijn woorden te letten.

Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch: “keppeltje slachtoffer van islamitische hoofddoek”

Etienne Vermeersch
Etienne Vermeersch - Wikimedia Commons

Ethicus en filosoof, professor Etienne Vermeersch, haalde de voorbije dagen verschillende media met zijn opvallend opiniestuk om de boerka bij wet te verbieden. Wij vroegen hem hoe hij staat tegenover het keppeltje. Vermeersch liet weten dat hij het volkomen eens was met het standpunt van hoofdredacteur Michael Freilich, die eerder in een opgemerkt opiniestuk stelde dat de keppel en hoofddoek niet vanuit dezelfde optiek mogen benaderd worden.

Etienne Vermeersch over Hulsens (korte versie)

Etienne Vermeersch

Reactie door Etienne Vermeersch naar aanleiding van het artikel van Eric Hulsens op De Wereld Morgen 'Etienne Vermeersch of de geleerde onwetendheid'. Er bestaat ook een langere versie van deze reactie (In volgende tekst is Hulsens afgekort als H.) De tekst van H is bedoeld als kritiek op een uitvoerige studie van mij over de hoofddoek. Ik heb een lopend commentaar naar DWM ingestuurd, maar dit werd niet opgenomen; vermoedelijk omdat het te lang uitviel. Daarom deze kortere reactie.