Dubbel-interview met Etienne Vermeersch en Tom Schoepen (De Morgen, 12 mei 2012)

Artikel
Etienne Vermeersch en Tom Schoepen (twee apart opgenomen interviews)
Tom Schoepen & Etienne Vermeersch De Morgen

 Het begon met een opmerking van de eminente professor voor een vol auditorium in Gent. De student voelde zich geschoffeerd en kreeg excuses. Wat volgde, was een vriendschap die mettertijd steeds closer werd. 'Ik weet niet of ik hem nog mijn mentor noemen kan. We gaan op gelijke voet met elkaar om.'

Jezus Christus: waarheid of mythe?

Etienne Vermeersch
Jezus Christus

Streng historisch onderzoek leert iets over Jezus van Nazareth, maar zegt ook iets over ons, stelt Etienne Vermeersch. 'Er bestaat over Jezus geen enkele strikt historische bron. Wie de eerste christelijke teksten analyseert, moet tot het besluit komen dat de 'mythe', de christelijke boodschap, hier geen historische grond kan vinden.' Het ontstaan van het christendom, historisch-wetenschappelijk benaderd.

Etienne Vermeersch (inleiding wiskunde) en de overbevolking (lezing)

Professor Etienne Vermeersch over de problematiek van de overbevolking. 15 februari 2012 Liberaal Archief, Kramersplein 23, 9000 Gent Organisatie debat: Liberales - Producent opname: Tom Schoepen - Opname: beeldstorm
 

Wetenschapsfilosofie en rechtschapenheid 

Een pléiade van 'wetenschapsfilosofen' suggereert dat ik Lakatos en Laudan niet zou kennen. Ze zouden beter zelf eens proberen de inzichten van die mensen op de psychoanalyse toe te passen.Etienne Vermeersch

 

Wetenschapsfilosofie en rechtschapenheid 

In mijn vorige bijdrage (‘Etienne Vermeersch over pseudowetenschappen’, 'De Wereld Morgen') had ik gevraagd dat men niet op de man, maar op de bal zou spelen. Toch is er weer een pléiade van ‘wetenschapsfilosofen’ die mij in DWM aanvalt, zonder ook maar één van mijn formele beweringen te weerleggen. Hoewel ik dat normaal niet doe, moet ik dus ook even op de man (en de vrouw) spelen.

30 december 2011 I Etienne Vermeersch

Ik stel geen extreem hoge eisen aan mensen die zich wetenschapsfilosofen noemen. Wel veronderstel ik dat ze kunnen lezen en dat ze ‘Mensch’ zijn (Jiddisch voor een integer en eervol mens). In verband met intellectuele discussies veronderstelt zoiets dat men de relevante teksten van de opponent gelezen heeft en dat men duidelijk maakt waarmee men het oneens is, en waarom.

Onze ‘wetenschapsfilosofen’ vinden dat ik één enkel ideaal van wetenschap heb. Ik daag hen uit mij een meer genuanceerde studie van de verschillende types van wetenschap voor te leggen dan mijn artikel “Enkele bijzondere aspecten van menswetenschappen” (1987)Etienne Vermeersch

In 1966 heb ik in mijn doctoraat (gepubliceerd in 1967) duidelijk gemaakt wat er waardevol bleef in het Logisch Empirisme en waarin het tekort schoot. Als iemand mijn stellingen van toen wil ontkrachten, mag hij/zij het altijd proberen; liefst voor een vol auditorium.

In 1969 heb ik twee artikels over het ontstaan van de experimentele methode geschreven, samen ongeveer 60 blz.; wie ze wil verbeteren, is welkom.

Zowel in de thesis, als in het boek dat ik samen met Johan Braeckman geschreven heb, zijn de naïeve opvattingen die de pléiade ons toeschrijft, van de tafel geveegd. In het boek staat uitdrukkelijk: “Dit in relatie brengen (van termen of zinnen met empirische gegevens) verwijst dan naar de praktijk volgens dewelke wetenschapsmensen hun taal in relatie brengen met de empirische feiten.” (‘praktijk’ onderstreept in de tekst).

De pléiade beledigt mij zelfs door te suggereren dat ik Lakatos en Laudan niet zou kennen. Ze zouden beter zelf eens proberen de inzichten van die mensen op de psychoanalyse toe te passen. In verband met Kuhn was ik de begeleider van de schitterende thesis van Freddy Verbruggen (2500 blz.) over de phlogistoncontroverse. Hieruit bleek dat Kuhn’s vage analyses geen stand houden bij nauwkeurig onderzoek van de historische feiten. Helen Longino, ten slotte had een en ander kunnen leren uit mijn artikels: “ Wissenschaft, Technik und Gesellschafskritik” (1973) en “La crédibilité des experts” (1976).

Onze ‘wetenschapsfilosofen’ vinden dat ik één enkel ideaal van wetenschap heb. Ik daag hen uit mij een meer genuanceerde studie van de verschillende types van wetenschap voor te leggen dan mijn artikel “Enkele bijzondere aspecten van menswetenschappen” (1987). Ik eis uiteraard niet dat ze het zelf geschreven hebben.

Overigens gaan ze van de aantoonbaar verkeerde opvatting uit dat wij de pseudowetenschappen vooral bestrijden vanuit wetenschapsfilosofische uitgangspunten. Wij wijzen homeopathie af op basis van strikt fysische en scheikundige wetten. Wij bestrijden astrologie op basis van hedendaagse astronomie, psychologie en genetica en hetzelfde geldt voor de ‘paranormale’ fenomenen. Degenen die deze onzin willen verdedigen, op basis van hun ‘wetenschapsfilosofie’, mogen dat ook eens, weer voor een eivol auditorium, proberen.

Ik wil andermaal beklemtonen dat wij bepaalde stellingnamen gemeenschappelijk hebben, maar dat je de boeken en artikels van de leden van SKEPP niet zomaar aan de hele groep kunt toeschrijven. Wat ik bvb. over Jezus, of over het onsterfelijkheidsgeloof schrijf, daarvoor ben ik alleen verantwoordelijk.

Sommige leden van de pléiade zullen misschien zeggen: “Moeten wij dan de teksten van Vermeersch lezen?”. Voor mij hoeft dat niet. Maar als men mijn opvattingen bestrijdt, behoort het wel tot een elementair fatsoen daar eerst kennis van te nemen. Zelfs een opdracht aan een universiteit, of het lidmaatschap van een geleerd genootschap, biedt geen vrijbrief om zo inauthentiek te zijn dat je een tekst ondertekent over zaken waarvan je geen kennis genomen hebt.

 

Etienne Vermeersch over pseudowetenschappen

Artikel
Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch over pseudowetenschappen

 In discussies in de pers en op internetfora is het de gewoonte geworden op de man, i.p.v. op de bal te spelen: men valt personen aan, vaak met sneren en schimpscheuten, zonder op de grond van de zaak in te gaan. Hoewel ik tot nu toe noch inzake Zizek, noch inzake psychoanalyse en pseudowetenschappen, aan het woord kwam, heeft men mij er herhaaldelijk op negatieve wijze bij vermeld. Toch houd ik mij hier ver van persoonlijke aanvallen en laatdunkende uitspraken: ik preciseer alleen enkele standpunten. Wie het daar niet mee eens is, wordt verzocht aan te tonen dat de stellingnamen zelf onhoudbaar zijn; beledigingen zijn een bewijs dat men dit niet kan.

24 december 2011 I Etienne Vermeersch

Intellectueel oneerlijk en beledigend

Intellectueel oneerlijk en beledigend

ETIENNE VERMEERSCH dient Oscar Van den Boogaard en Bert Bultinck van antwoord. Van den Boogaard noemt zijn visie over geboortebeperking fascistisch en Bultinck legt hem uitspraken in de mond die hij niet heeft gedaan, zegt de ethicus.

 

Etienne Vermeersch I De Standaard, 16 november 2011

Binnen een tijdspanne van acht dagen publiceert De Standaard twee artikels die ik als intellectueel oneerlijk en één zelfs als beledigend ervaar. Op 4 november schrijft Oscar Van den Boogaard dat ik voorstander ben van verplichte geboortebeperking, wat het masterplan zou zijn van een fascist: ik zou mensen 'scheiden naar land van herkomst en opstapelen'. Hij beroept zich hierbij niet op door mij geschreven teksten, maar op een klungelig verslag van een telefonisch onderhoud, onder een totaal misleidende titel. (Het verscheen in Het Nieuwsblad en ook op DS Online).

Mijn hoofdthesis bestond erin dat specifieke mensenrechten (zoals het recht op procreatie) op zichzelf niet absoluut zijn: je moet ze in de balans leggen met andere rechten en waarden. Momenteel worden in een gebied van Niger tot Somalië duizenden kinderen geboren die gedoemd zijn om enkele weken of maanden vreselijk te lijden en dan van honger te sterven. Zoiets vermijden is voor mij belangrijker dan een onbeperkt recht op voortplanting handhaven. Van den Boogaard vindt mijn ethische visie fascistisch; ik vind zijn standpunt hardvochtig en dom. Misschien kan hij eens een bevattelijk boekje over fascisme lezen.

Etienne Vermeersch: ‘Geboorteplanning lijkt taboe’

Jeroen Zuallaert - Knack

DISCLAIMER

Basisvisie van Etienne Vermeersch inzake geboortebeperking, dit naar aanleiding van een niet-representatief verslag na een telefonisch interview:

De standpunten die ik in diverse contexten heb geformuleerd, gaan uit van de volgende grondgedachte: "Ik ben voorstander van een door de overheid en/of andere instanties gestimuleerde bevolkingspolitiek, via actieve aansporing, door intensieve informatiecampagnes, door het verschaffen van vlotte toegang tot contraceptie, en door het verhogen van het opleidingsniveau, in het bijzonder bij de vrouwen. Modellen daarin zijn Taiwan en de Indische staat Kerala (cfr opiniestuk in De Morgen: 'Wanhopig op weg naar 10 miljard').

De bedoeling moet zijn een maximum van twee kinderen per vrouw te krijgen en liefst minder.
Al mijn formuleringen moeten vanuit deze basisvisie geïnterpreteerd worden.

Etienne Vermeersch

 

_________________

‘Geboorteplanning lijkt taboe’

Interview met Etienne Vermeersch

Jeroen Zuallaert - Knack I 25-10-2011

Filosoof en ethicus Etienne Vermeersch ziet overbevolking als het grootste mondiale probleem van het moment.

Volgens Vermeersch zijn drastische maatregelen geboden. ‘Ontwikkelingssamenwerking zou voor een groot deel naar geboorteregeling moeten gaan.’

Etienne Vermeersch weet het naar eigen zeggen al zeer lang. Al van toen hij nog jezuïet was, in het gezegende jaar 1953. ‘De aarde is eindig, dat ziet het kleinste kind’, bromt hij nog steeds, meer dan vijftig jaar na datum. In 1988 schreef hij De ogen van de panda, waarin hij het overbevolkingprobleem haarfijn analyseerde. ‘Toen ik geboren werd, had de aarde twee miljard bewoners. Dat aantal is ondertussen al verdrievoudigd. Een catastrofale evolutie.

Aanvaardingsrede door prof. Etienne Vermeersch bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011

Artikel

Ik heb me soms afgevraagd waarom ik dat eigenlijk doe: het is zoveel gemakkelijker je eens en voorgoed bij de ideeën van een bepaalde groep aan te sluiten en die in grote lijnen te volgen. Maar sinds ik het pad van de vrijzinnigheid, het vrije denken, gekozen heb, voel ik me ook verplicht ieder belangrijk probleem zelfstandig te onderzoeken en de conclusies van mijn autonoom denken oprecht mede te delen. Mijn meningen kunnen natuurlijk fout zijn, maar ze zijn wel het resultaat van een eerlijke poging tot inzicht. Zodra ik tot een doordacht besluit gekomen ben, zeg ik: "Hier stehe ich, ich kann nicht anders." Je verliest dan wel medestanders en soms zelfs vrienden aan uiteenlopende zijden. Etienne Vermeersch

 

Een van de Bijbelpassussen die Bertrand Russell volgens zijn autobiografie zijn hele leven door gekoesterd heeft, is de aanmaning in Exodus 32:2: "Thou shall not do evil, following a multitude", "gij zult een menigte niet volgen in het kwaad."

Alle verhoudingen in acht genomen, meen ik toch iets met Russell gemeen te hebben. Ook voor mij geldt dat ik mijn leven lang telkens opnieuw gepoogd heb het ware en het goede te zoeken op het gebied van kennis, ethiek en maatschappijordening. En ook al was het niet zozeer de bekoring van de menigte die voor mij problemen stelde, toch was er ook dat besef soms alleen te staan. Dit kwam bij mij vooral tot uiting in de ontmoeting met mensen die dezelfde doelen leken na te streven en toch tot andere conclusies kwamen.

Sinds mijn vroege kinderjaren was het voor mij een bevreemdende en vaak ook pijnlijke vaststelling te moeten ervaren dat mensen die ik als eerlijk en intelligent beschouwde, toch op allerlei gebieden van mening verschilden.

Ook binnen het levensbeschouwelijk milieu waarin ik opgroeide, het katholiek Vlaamse, waren de tegenstellingen al legio. In mijn familie waren er zwarten en witten, diepgelovigen en meer geseculariseerden. Aan de ene kant had ik een tante nonneke die moeder-overste was en aan de andere kant een neef die als paardendief achter de tralies vloog.

Naarmate ik opgroeide, kregen die tegenstellingen een meer intellectueel karakter: wat was de waarheid inzake de oorsprong van de werkelijkheid, inzake het ontstaan en de evolutie van het leven en inzake de zin van het bestaan? Op het godsdienstige vlak was ik geïntrigeerd door de onontkoombaarheid van de predestinatieleer van Augustinus. De nogal vroege lectuur van Dostojevski confronteerde mij met de figuur van de grootinquisiteur in "De gebroeders Karamazov" die, op ethisch-politieke gronden, Jezus in de gevangenis gooit, en ook de tegenstelling tussen Aljosja en Ivan versterkte mijn gevoeligheid voor die moeilijke zoektocht naar de juiste levens- en wereldbeschouwing.

En dan was er het contact met Walschap; vooral met zijn "Zuster Virgilia", dat mijn tot dan toe onaangetaste geloof aan het wankelen bracht. Ik was toen een goeie 17 jaar oud en vanaf die tijd wist ik dat ik niet meer op het gezag van anderen kon steunen: ik zou mijn weg naar het ware en het goede zelf moeten zoeken. Toch was er één houvast waaraan ik onwrikbaar trouw bleef: van waarden zoals goedheid, vriendschap, liefde, rechtvaardigheid kon ik geen afstand doen, maar zonder God kon ik er geen fundament meer voor vinden. Onder de invloed van de lectuur van existentialistische teksten, zag ik de oplossing in een blinde sprong naar God; wat tevens, paradoxaal genoeg, terug een sprong naar het dogma was. Maar de kiem van de twijfel was niet meer uit te roeien en zo kwam ik er vijf jaar later toe elke bevoogding van het denken af te zweren en stap voor stap in de richting te gaan van wat we vrijzinnigheid noemen: het vrije denken.

Dat was echter geen orgelpunt; eerder het begin van een tocht die nog altijd niet beëindigd is en slechts bij mijn dood een afsluiting zal vinden.

Toch heb ik intussen al een lange weg afgelegd in de confrontatie met een brede waaier van wetenschappelijke, wijsgerige, ethische en maatschappelijke problemen. En daarvoor heeft men mij nu de Prijs Vrijzinnig Humanisme toegekend.

Wanneer ik vaststel wie mij in deze prijs is voorgegaan, dan kan ik alleen maar vereerd en dankbaar zijn. Sommigen onder hen heb ik goed gekend, anderen wat minder, maar allen hebben hem eer aangedaan.

Heel in het bijzonder ben ik er blij om dat twee mensen die in mijn ontwaken in de vrijzinnigheid een belangrijke rol hebben gespeeld, deze prijs gekregen hebben: Leo Apostel en Jaap Kruithof.

Ik hecht er dus aan de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en al degenen die gemeend hebben dat ik voor deze eer in aanmerking kwam, van harte te danken. Al heel lang heb ik de gedachte aan een eeuwige beloning afgewezen, en ik heb ook niet geleefd in de verwachting zo'n aardse prijs te krijgen. Immers: "Niet in het snijden van de padi is de vreugde", zegt Multatuli, "de vreugde is in het snijden van de padi die men geplant heeft." Het reizen zelf geeft meestal meer bevrediging dan de eindbestemming van een reis. Maar we zijn allemaal, zolang we niet in grootheidswaan leven, enigszins onzeker over de waarde van onze keuzes en daden. De waardering van anderen kan daarom, in momenten van twijfel of moedeloosheid, als steun en aanmoediging heel welkom zijn.

Sta mij toe op dat punt iets dieper in te gaan. Ik begon mijn uiteenzetting met Russells verwijzing naar "gij zult een menigte niet volgen in het kwaad." De reden waarom ook ik dat Bijbelwoord koester, heeft te maken met het feit dat ik heel vaak in mijn pogingen tot vrij denken tegen de ene of andere stroom ben moeten ingaan. Soms had ik aloude tegenstanders tegen mij, maar nu en dan ook medestanders.

Mijn hameren op de Kriminalgeschichte van het christendom werd vaak afgedaan als een uiting van rancune over mijn verleden en mijn huidige kritiek op de islam wordt als bekrompen onwetendheid en islamofobie geduid, en dit in uiteenlopende kringen. Zo heb nu eens vriend, dan weer vijand tegen mij in het harnas gejaagd in uiteenlopende polemieken:

  • door mijn argumentatie tegen het bestaan van de god van de Tenach, het Nieuwe Testament en de Koran;
  • bij mijn aanvallen op de pseudowetenschappen en vooral de alternatieve geneeswijzen, zoals homeopathie;
  • in de strijd tegen de Orde van de Geneesheren en voor de patiëntenrechten;
  • in het debat over kruisbeelden in de rechtbanken en nu over godsdienstige symbolen in scholen en bij ambtenaren;
  • bij mijn radicaal afwijzen van het sovjetcommunisme en de Chinese culturele revolutie;
  • bij mijn ijveren voor de contraceptie-, abortus- en euthanasiewetgeving;
  • bij mijn waarschuwingen voor de bevolkingsexplosie;
  • bij mijn inzet voor dierenwelzijn en nu tegen het slachten zonder verdoving;
  • bij mijn studie over de berging van kernafval;
  • bij mijn standpunten inzake experimenten op embryo's;
  • bij het verdedigen van de SP na de Agustacrisis;
  • bij het aantonen van de misvattingen inzake de multiculturele samenleving;
  • bij het bewijzen van de neonazioorsprong van het Vlaams Blok;
  • bij het verdedigen van de Eerste Golfoorlog;
  • bij het veroordelen van de Tweede Golfoorlog;
  • bij het ontwerpen van richtlijnen voor het repatriëren van asielzoekers;
  • bij de verdediging van de standpunten van het Vlaams parlement via de Gravensteengroep;
  • enz. enz.

Zoals de voorbeelden ten overvloede duidelijk maken, kwamen de aanvallen niet altijd uit dezelfde hoek. Toen ik bij een verkiezingsuitzending op tv het neonaziverleden van het Vlaams Blok ter sprake bracht, kreeg ik een massa scheldwoorden over mij, maar ook veel instemming bij allochtonen. Maar toen ik het probleem van de godsdienstige symbolen en de hoofddoek eveneens op tv naar voren bracht, waren de reacties natuurlijk omgekeerd.
Bij mijn aanvallen op het christendom schrok men niet terug voor het dreigement voor mij te zullen bidden. Toen ik het later over de islam had, waren de reacties ook niet mals: van gebeden bleef ik gespaard, maar er waren wel doodsbedreigingen. En zo kan ik nog een hele tijd verdergaan.

Ik heb me soms afgevraagd waarom ik dat eigenlijk doe: het is zoveel gemakkelijker je eens en voorgoed bij de ideeën van een bepaalde groep aan te sluiten en die in grote lijnen te volgen. Maar sinds ik het pad van de vrijzinnigheid, het vrije denken, gekozen heb, voel ik me ook verplicht ieder belangrijk probleem zelfstandig te onderzoeken en de conclusies van mijn autonoom denken oprecht mede te delen. Mijn meningen kunnen natuurlijk fout zijn, maar ze zijn wel het resultaat van een eerlijke poging tot inzicht. Zodra ik tot een doordacht besluit gekomen ben, zeg ik: "Hier stehe ich, ich kann nicht anders." Je verliest dan wel medestanders en soms zelfs vrienden aan uiteenlopende zijden.

Zo zijn sommigen momenteel niet alleen radicaal tegen de islam, maar ook radicaal voor de politiek van Israël. Anderen verzetten zich tegen Israël en vergoelijken of minimaliseren dan weer de impact van Hamas. Ik kan noch het een, noch het ander. Ik heb ingezien dat aan de Palestijnen veel onrecht is aangedaan en dat zij dus mijn steun verdienen, maar dat belet mij niet de islamistische en antisemitische ontsporingen aan de kaak te stellen.

Toen men mij na de Eerste Golfoorlog in 1991 aanbood het voorzitterschap waar te nemen van een colloquium tussen progressieve Palestijnen en Israëli's, heb ik dat aanvaard. Die opdracht bood mij de mogelijkheid om zowel mijn rationeel denken als mijn emotionele betrokkenheid in dienst te stellen van authentieke pogingen tot vrede. Maar weer stond ik voor die pijnlijke vaststelling dat mensen van wie ik het oprechte streven naar het ware en het goede niet kon loochenen, het zo moeilijk hadden om de gevoeligheden van de anderen te begrijpen.

Dergelijke ervaringen van vereenzaming en soms van twijfel heb ik meermalen gehad: de pijnlijkste was wel de confrontatie met het leed van mensen die na een afgewezen asielaanvraag het land moeten verlaten. In ieder afzonderlijk geval raakt je gemoed vol en zou je de uitwijzing stop willen zetten; maar je weet dat die houding, geëxtrapoleerd op populatieschaal, ons sociaal systeem totaal zou ontwrichten.

Op die momenten dacht ik er soms aan dat ik mijn wetenschappelijke loopbaan was begonnen in de klassieke filologie met een studie over de dood, de doden en de onderwereld in de Griekse tragedie. Een boeiend onderwerp. Ik dacht ook aan het begin van mijn filosofisch onderzoek over de betekenis van de informatietheorie, de cybernetica en de elektronische breinen voor de studie van de mens. Zou ik er niet beter aan gedaan hebben vooral in die richtingen te publiceren en een rustige academische loopbaan uit te bouwen? Maar dan denk ik weer aan de stimulans die Leo Apostel, Jaap Kruithof en Hugo Van den Enden mij gegeven hebben om ook de andere, meer maatschappelijke, roeping van de filosoof te volgen.

Ik denk ook dat de slotzin van Van Eedens "Kleine Johannes", die mij in mijn jeugd zo ontroerd heeft, mij nu en dan wakker geschud zou hebben: "Toen wendde Johannes langzaam het oog van Windekinds wenkende gestalte af en strekte de handen naar den ernstigen mensch. En met zijnen begeleider ging hij den killen nachtwind tegemoet, den zwaren weg naar de groote, duistere stad, waar de menschheid was en haar weedom."

Etienne Vermeersch
Gent, 21 juni 2011

Laudatio uitgesproken bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011 aan emeritus prof. dr. Etienne Vermeersch

Artikel
Johan Braeckman

Dames en heren,

Clement Attlee, de politieke rivaal van Winston Churchill, stond bekend als zeer bescheiden. Churchill merkte op dat Attlee dan ook veel had om bescheiden over te zijn. Nu is bescheidenheid niet de eerste karaktertrek die men in verband brengt met Etienne Vermeersch, maar er is dan ook veel waarover hij onbescheiden mag zijn.

Etienne Vermeersch : Wat is schoonheid? - (deel 8/8) "Een zoektocht naar waarheid" (Opname)

Artikel

Prof. Etienne Vermeersch in gesprek met Dirk Verhofstadt. Dinsdag 22 maart 2011, opgenomen in het legendarische aud. E (Blandijnberg UGent), waar Vermeersch 40 jaar lang de cursus 'Historisch overzicht van de wijsbegeerte' gaf aan tienduizenden studenten. Producent opname: Tom Schoepen, © 2011. Regie: Benny Vandendriessche.

Etienne Vermeersch: overbevolkingsprobleem - (deel 7/8) "Een zoektocht naar waarheid"

Artikel

Etienne Vermeersch: overbevolkingsprobleem - (deel 7/8) "Een zoektocht naar waarheid"

Prof. Etienne Vermeersch in gesprek met Dirk Verhofstadt. Dinsdag 22 maart 2011, opgenomen in het legendarische aud. E (Blandijnberg UGent), waar Vermeersch 40 jaar lang de cursus 'Historisch overzicht van de wijsbegeerte' gaf aan tienduizenden studenten. Producent opname: Tom Schoepen, © 2011. Regie: Benny Vandendriessche.

Etienne Vermeersch: ethiek en eugenetica - (deel 6/8) "Een zoektocht naar waarheid"

Artikel

Etienne Vermeersch: ethiek en eugenetica - (deel 6/8) "Een zoektocht naar waarheid"

Prof. Etienne Vermeersch in gesprek met Dirk Verhofstadt. Dinsdag 22 maart 2011, opgenomen in het legendarische aud. E (Blandijnberg UGent), waar Vermeersch 40 jaar lang de cursus 'Historisch overzicht van de wijsbegeerte' gaf aan tienduizenden studenten. Producent opname: Tom Schoepen, © 2011. Regie: Benny Vandendriessche.

Etienne Vermeersch: over de katholieke kerk - (deel 5/8) "Een zoektocht naar waarheid"

Artikel

Etienne Vermeersch: over de katholieke kerk - (deel 5/8) "Een zoektocht naar waarheid"

Prof. Etienne Vermeersch in gesprek met Dirk Verhofstadt. Dinsdag 22 maart 2011, opgenomen in het legendarische aud. E (Blandijnberg UGent), waar Vermeersch 40 jaar lang de cursus 'Historisch overzicht van de wijsbegeerte' gaf aan tienduizenden studenten. Producent opname: Tom Schoepen, © 2011. Regie: Benny Vandendriessche.