Het morele statuut van het embryo (bis) - Van hellend vlak naar goede balans

Normen en waarden staan niet in de sterren geschreven. Ze bestaan ook niet op zichzelf. Waarden worden dooreen en uiteindelijk door de mensengemeenschap toegekend... Etienne Vermeersch

 

Van hellend vlak naar goede balans

Het morele statuut van het embryo (bis)

Respect voor alle stadia van een mensenleven, Etienne Vermeersch vindt dat een belangrijk en dwingend gegeven. Alleen is het nooit absoluut: de invulling ervan hangt samen met hoe een samenleving evolueert, ook in haar denken over ethische kwesties.

Standpunt

Etienne Vermeersch I De Standaard, 22 april 2004

Wie? Filosoof, hoogleraar emeritus

Wat? Normen en waarden zijn geen objectief vaststaande gegevens, ze vinden hun grondslag in een maatschappelijke consensus. De rectoren van de Vlaamse universiteiten gaan er ernstiger mee om dan Herman De Dijn suggereert.

 

— De Vlaamse rectoren nemen gezamenlijk de verdediging op van het wetenschappelijk onderzoek inzake embryo's en verzetten zich tegen het burgerinitiatief One of us, dat de Europese Commissie oproept dit onderzoek te verhinderen (DS 10 april). Collega Herman De Dijn (DS 19 april) geeft toe dat de rectoren terecht verwijzen naar de vooruitgang op medisch gebied die deze experimenten tot stand kunnen brengen. Hij vindt echter dat ze aan de kern van de zaak voorbijgaan: 'Als het menselijk embryo, ook al is het slechts potentieel menselijk leven, dezelfde waardigheid heeft als een mens, en als menselijke waardigheid niet toelaat dat welke mens dan ook tot louter middel gereduceerd mag worden, dan zijn de argumenten van de rectoren naast de kwestie.' Hij lijkt zelfs te suggereren dat de rectoren zich laten leiden 'door naïviteit ten aanzien van de mogelijke al dan niet bedoelde neveneffecten van de vooruitgang'.

Ik kan hem op dat vlak geruststellen. De problematiek van het statuut van het embryo in verband met experimenten is maandenlang het voorwerp van een diepgaande discussie geweest binnen het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek. Het verslag hiervan staat in het 'Advies' van 16 september 2002 (Zie De Adviezen van het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-ethiek 2000-2004). Ikzelf heb in mijn laatste boek, Provençaalse gesprekken, een analyse voorgelegd van het statuut van het embryo, waarin ik al de thema's die De Dijn naar voren brengt, bespreek. Hij houdt met dit alles geen rekening en evenmin met de discussies op het internationale vlak. Hij beperkt zich tot retorische vragen 'moet niet, naar analogie van het ongeboren leven ook aan embryo's een speciale waardigheid toegekend worden?', hypothetische formuleringen 'Als...als...' of dogmatische uitspraken: 'En dat alleen mensen die bekwaam zijn tot (bepaalde vormen) van bewustzijn menselijke waardigheid bezitten, is gewoon onjuist.' Een antwoord op die vragen of een fundering van die uitspraken legt hij niet voor. Hij heeft gelijk als hij betoogt dat de speciale waardigheid die aan mensen toekomt, niet door wetenschap aangetoond of ontkend kan worden. Hij maakt echter niet duidelijk waar we dan wel uitsluitsel kunnen vinden over de reikwijdte van deze waardigheid en de fundering ervan.

Van de Oudheid tot nu

Normen en waarden staan niet in de sterren geschreven. Ze bestaan ook niet op zichzelf. Waarden worden dooreen en uiteindelijk door de mensengemeenschap toegekend en de normen die eruit voortvloeien, uiten zich in al dan niet expliciete morele voorschriften of juridische regels, die binnen maatschappijen tot stand komen.

Het statuut van de slavernij, bijvoorbeeld, is in wezen niets anders dan het reduceren van medemensen tot louter middel. Toch hebben noch de voornaamste denkers van de Oudheid (met uitzondering van Philo van Alexandrië), noch het Oude of het Nieuwe Testament, noch de christelijke Kerkvaders en theologen tot de 16de eeuw, ingezien dat dit een verregaande aantasting was van de menselijke waardigheid. Ook bij de theologen van de islam is die bedenking nooit opgekomen. De verklaring is dat binnen de maatschappijen waarin ze leefden, het besef van de omvang die deze waardigheid kan krijgen, nog niet tot stand gekomen was.

In verband met het statuut van het embryo stel je een vergelijkbare evolutie vast. Uit de ethische en juridische teksten van het Oude Nabije Oosten blijkt dat de ongeboren vrucht als eenobject werd beschouwd (de waarde was ongeveer die van een ploeg). Dit geldt ook voor het Oud Testament (Ex. 21, 22-23 is de enige passus uit de hele Bijbel die voor het statuut van embryo en foetus expliciet relevant is).

In zeer veel culturen hing de opname in de mensengemeenschap af van een beslissing van de ouders, of van de vader alleen (zoals het geval was in Rome). Bij Aristoteles komt de vraag naar voren wanneer het embryo 'vorm' krijgt, 'bezield' wordt (na 40 dagen voor een jongen, na 90 dagen voor een meisje). Deze opvatting leidt dan in het christendom, via die formulering van Ex. 21, 22-23 tot het onderscheid tussen een 'gevormde foetus' (foetus formatus), na 40 of 90 dagen en een 'ongevormde' (foetus informis) daarvoor. Doorheen de bijna unanieme christelijke traditie werd alleen de abortus van een foetus formatus als moord beschouwd. De foetus informis was dus geen mens. Pas in 1869 schafte de Kerk dat onderscheid af.

Stoffelijke resten en hoe ermee om te gaan

Dat normen en waarden hun oorsprong en grondslag vinden in een maatschappelijke meerderheid of consensus, blijkt ook uit de recente ontwikkelingen inzake abortus, in-vitrofertilisatie of pre-implantatiediagnostiek. Het nadenken daarover door ethici en andere betrokkenen heeft langzamerhand geleid tot het besef dat de vragen in dit verband niet op te lossen zijn vanuit de alles-of-nietspositie die collega De Dijn soms suggereert. Je hebt niet ofwel de volledige menselijke waardigheid, ofwel helemaal niets. De eerbied tegenover het stoffelijk overschot van mensen, waarover De Dijn zinnige dingen zegt, toont hetzelfde aan. Hoewel een lijk geen mens meer is, heeft het toch nog deel aan de menselijke waardigheid, maar niet op een absolute wijze. We aanvaarden ingrepen op een lijk bij een autopsie om juridische redenen, bij anatomie-onderwijs (via voorafgaande goedkeuring) en voor transplantaties (via impliciete goedkeuring).

Bij onderzoek van het embryo en de foetus kan je vaststellen dat er tussen vroegere en latere stadia verschillen zijn inzake de waarschijnlijkheid dat er uiteindelijk een mens geboren wordt, inzake de structuurgelijkheid tussen, bijvoorbeeld, een vroeg embryo en een late foetus en inzake de afhankelijkheid van een specifieke omgeving: een foetus van 30 weken kan buiten de baarmoeder tot een kind uitgroeien, een embryo van 8 weken niet. In het eerder vermelde artikel toon ik aan hoe je, op basis van die gegevens, tot een ethische appreciatie betreffende het statuut kan komen. Hiervan uitgaande kan je dan de relatieve mate van beschermwaardigheid van embryo en foetus afwegen tegen het belang van de bedoelde experimenten voor het algemeen menselijk welzijn. Meer en meer mensen nemen nu aan dat bepaalde experimenten op het pre-embryo, na een dergelijke afweging toelaatbaar en zelfs gewenst zijn.

Het is niet helemaal fair te suggereren dat onze onderzoekers, en de rectoren die hen ondersteunen, geen rekening zouden houden met de genuanceerde betogen die over deze thematiek bij ons en elders werden gehouden.

Respect voor alle stadia die naar het leven van een mens leiden, en ook voor de stadia na dat leven, moet zeker een belangrijke waarde binnen de mensengemeenschap blijven; maar dat respect is geen monolithisch blok. We moeten het telkens weer in de balans leggen met het respect voor andere maatschappelijk relevante waarden.

professor Etienne Vermeersch, ethicus

Wat is godsdienst? (over wetenschap, religie, feiten en waarden)

OVER WETENSCHAP EN RELIGIE

Wat is godsdienst?

Waar Rik Torfs schreef dat wetenschap wel over godsdienst kan spreken, maar haar niet kan vatten, is Etienne Vermeersch niet helemaal akkoord. Want wat een religie als waarheid neerzet, valt wel degelijk te toetsen. Maar dan moet je een onderscheid maken tussen feiten en waarden.

Etienne Vermeersch - Opiniestuk I De Standaard, 27 maart 2014

Mijn probleem met de column van Rik Torfs (DS 24 maart) over wetenschap en religie betreft zijn opvatting over godsdienst. Wie van 'kunst' een definitie zoekt, kan bij uitspraken daarover van kunstenaars en onderzoekers gemeenschappelijke kenmerken opsporen. Daarbij zou het vreemd zijn de opvatting van enkele individuen als de enig waardevolle voor te stellen.

Om te achterhalen wat 'godsdienst' is, kun je een vergelijkbaar onderzoek opzetten. Laten we ons voorlopig beperken tot de monotheïstische godsdiensten. Daarin vinden we zowel gezaghebbende teksten, 'Openbaringen', als geleerde studies van hoog niveau. Kenmerkend voor die godsdiensten is dat zij beweren 'waarheden' voor te houden. Nagenoeg alle gelovigen tot in de 17de eeuw waren ervan overtuigd dat je een aantal van die uitspraken in hun letterlijke betekenis als absolute waarheid moest aanvaarden. De drie belangrijkste hadden als gemeenschappelijke overtuiging dat er één God is, almachtig, oneindig wijs en oneindig goed, die de wereld geschapen heeft. Voor de christenen was Jezus van Nazareth niet alleen mens, maar ook 'Zoon van God' en tevens 'God'. De moslims waren ervan overtuigd dat God geen zoon had en dat Jezus alleen maar mens was. Voor de joden was Jezus irrelevant en zou er zeker nog een messias komen.

Die denkbeelden werden door niemand als 'louter symbolisch' opgevat: de visies van de anderen vond men volkomen onjuist en zelfs verderfelijk. Ook nu nog denken vele honderden miljoenen gelovigen van die godsdiensten daar ongeveer hetzelfde over. Sinds de 18de eeuw zijn er onderzoekers die aan sommige van die 'waarheden' een 'symbolische' betekenis toeschrijven, maar de keuzes die ze hierbij maken, zijn nogal uiteenlopend. Protestanten loochenen de blijvende maagdelijkheid van Maria. Meer en meer christenen verwerpen nu zelfs de maagdelijke geboorte van Jezus, maar enkelen onder hen vatten de 'verrijzenis van Jezus' dan weer letterlijk op. Toch zijn er gelovigen die ook dit verhaal als symbolisch beschouwen.

De evolutietheorie

Ik vermeld dit alles omdat ik wel aanneem dat mensen zoals Rik Torfs en astrofysicus Gerard Bodifée (Reyers laat, 18 maart) over de betekenis van godsdienstige uitspraken heel eigen, specifieke opvattingen hebben. Maar ik vind het vreemd dat ze soms de indruk wekken dat hun visie representatief is voor de gangbare opvattingen over godsdienst en de functie ervan. Doen het diepgaande geloof en de ingrijpende praktijken van alle gelovigen vóór de 17de eeuw en van talloze gelovigen van thans, er dan helemaal niet toe?

Wie die godsdiensten objectief bestudeert, stelt vast dat ze beweringen voorhouden, die, als ze waar zijn, waarneembare gevolgen hadden of hebben. Op basis van die teksten zijn er in de 21ste eeuw honderden miljoenen mensen die de evolutietheorie verwerpen. De uitspraken van de Bijbel en de Koran over de vrouw hebben nu nog immense maatschappelijke gevolgen. Zelfs de meerderheid van de katholieke hiërarchie verdedigt op basis van de Bijbel het exclusief mannelijke priesterschap. Weten zij dan niet hoe je godsdienst moet interpreteren? Ook op ethisch gebied kan je over religies oordelen vellen. De jongeren die naar Syrië trekken vinden de zingeving van hun bestaan inderdaad in hun geloof, maar is dat zo positief?

'Bemin uw vijanden'

Inderdaad, 'waarheden' die geen enkel concreet gevolg hebben voor onze natuurlijke of socio-culturele wereld, zijn niet voor wetenschap vatbaar, maar ze leren ons ook niets. 'Bijvoorbeeld: 'er bestaat een God, waarover niemand iets kan weten'. Uitspraken die wel een feitelijk karakter hebben, zoals: 'Jezus was de eerste die "bemin uw vijanden" predikte', zijn wel vatbaar voor wetenschappelijk onderzoek: in dit geval met een negatieve uitkomst.

De feitelijke aanwezigheid van ethische houdingen en van zingevingen kun je met allerlei directe of indirecte methodes achterhalen en ook de impact van deze ethiek en zingeving op het individu en de maatschappij kunnen we inschatten.

Kortom, je kunt het debat over deze thema's op een redelijke wijze voeren als we niet zozeer een onderscheid maken tussen wetenschap en godsdienst, maar veeleer tussen feiten en waarden. Beweringen over feiten - natuurlijke, psychologische, sociale en culturele - kun je op hun waarheidsgehalte toetsen met rationele methodes.

Wat de attitudes van ethische, esthetische of zingevende aard betreft, die beoordelen we op hun waarde door de gevolgen ervan voor het individu of de maatschappij na te gaan. Daarbij vertrek je natuurlijk niet vanuit wetenschappelijke gegevens, maar vanuit onze basiswaarden, individuele, of in ruime kring aanvaarde, zoals de rechten van de mens.

 

Brief van de dag - Reactie Etienne Vermeersch op Willem Lemmens

Brief van de dag - Reactie Etienne Vermeersch op Willem Lemmens

Collega Willem Lemmens (verder WL) is een beminnelijk man waarmee ik al prettig heb samengewerkt. Het valt dus moeilijk de degens met hem te kruisen. Maar soms gaan waarden en waarheid boven persoonlijke waardering. Volgens hem neem ik "een loopje met de waarheid" (DM 15/3). Hij geeft daar geen enkel voorbeeld van.

De brief van de kinderartsen, door hem ondertekend, verwees naar een zogenaamd belangrijke cesuur in de ontwikkeling: "Volwassen denken kan een jongere pas na de leeftijd van 18 jaar." Mijn argumenten daartegen waren al afdoende, maar omdat sommigen hardleers zijn, voeg ik er nog het volgende aan toe. Die cesuur is volgens de anatomische, fysiologische, neurofysiologische en psychologische gegevens totaal onbestaande. Dit is dus non-wetenschap. Ik vermeld nog dat er tientallen voorbeelden zijn van jongeren die op 18 jaar een universitaire opleiding voltooid hadden. Mensen met enige culturele bagage kennen ook de opera's van de jonge Mozart. Rimbaud schreef op 16-jarige leeftijd een gedicht over de dode (!) Ophelia, dat één van de toppunten van de wereldliteratuur vormt.

Deze kernzin van hun betoog was dus een academische miskleun van wereldformaat. In een intellectueel eerlijk debat begint men met de eigen blunders te erkennen vooraleer anderen onwaarheden toe te dichten.

WL bagatelliseert de klachten rond Wim Distelmans: een "arme dokter". Maar het gaat hier over de grondlegger van de palliatieve zorg in Vlaanderen (vóór zuster Leontine), tevens één van de voorvechters van de euthanasiewetgeving en de voorzitter van de evaluatiecommissie. Dus een symboolfiguur. Bovendien hadden we het niet zomaar over een discrete klacht - waartoe inderdaad iedereen het recht heeft - maar om een gemediatiseerde aanval in de Artsenkrant en later in andere persorganen. Weet WL dat niet, of doet hij alsof? Je moet niet heel slim zijn om in te zien dat zo'n 'hetze' tot gevolg kan hebben dat andere dokters zich geïntimideerd voelen, waardoor hun bereidheid om op een euthanasieverzoek in te gaan verder in het gedrang kan komen. Ik gaf voorbeelden van de afschuwelijke gevolgen waartoe weigeringen van euthanasie kunnen leiden: één suïcide als gevolg hiervan heeft zich bij een geliefd familielid voorgedaan - mag ik dan even "emotioneel" zijn? -, maar er zijn er zo veel meer.

Tevergeefs zoek ik echter concrete voorbeelden bij WL van "immorele gevolgen" van onze wet? Waar leest hij dat ik "palliatieve sedatie afdoe als lapwerk"? Ik juich integendeel toe dat ook in het buitenland de "refractaire symptomen" worden erkend en op de enige doeltreffende wijze worden behandeld: "Nu dus meer en meer onze barmhartige houding tegenover de lijdende medemens navolging vindt...".

Wel betoog ik, volkomen terecht, dat die "terminale sedaties", voor wat het leven van de "bewuste persoon" betreft, nauwelijks van onze euthanasie verschillen. Ik voeg eraan toe dat het immoreel is als men daarbij iemand als persoon die dood injaagt, zonder zijn/haar toestemming te vragen. Keurt WL dat goed, of loochent hij het bestaan daarvan? In het eerste geval hoor ik graag zijn ethische argumenten; in het tweede moet hij dringend enkele recente studies lezen.

Tijdens een tv-debat (Reyers laat, 11/2) heb ik de kinderarts driemaal de kans gegeven om "ja" te antwoorden op de vraag of er altijd 'informed consent' was; hij heeft dat telkens ontweken. Waar vindt WL in mijn tekst dat ik degenen die kritische geluiden laten horen "onverdraagzaam, onmenselijk en niet-geïnformeerd" noem? Citeer eens a.u.b.! Als een bewering bewijsbaar een wetenschappelijke flater is, zoals in het voorbeeld hierboven, zeg ik dat. Maar in mijn artikel wordt geen enkele persoon in negatieve zin met naam genoemd. In de Euthanasiecommissie (vóór de wet) waarvan ik covoorzitter was, zijn alle standpunten wederzijds kritisch beoordeeld, maar er is nooit een onvertogen woord gevallen. Ook nu stond duidelijk in mijn artikel dat wij "onze visie niet opdringen aan medemensen die daar andere inzichten over hebben". Waarom dan in al die gevallen de "de welgekende waarheid bestrijden"? Ooit leerde ik dat dit een "zonde tegen de H. Geest" was.

In verband met psychisch lijden wijs ik wel degelijk op de problemen op dit gebied (vierde kolom bovenaan). Wel vraag ik dat eenieder respect zou hebben voor de beslissing van de anderen. Ik verzoek de kritische lezer de tekst van WL regel na regel naast mijn tekst te leggen (eerbied.be) en na te gaan wie eigenlijk aan desinformatie doet.

Dit artikel heeft me pijn gedaan, niet omdat er ook maar één van mijn stellingen correct wordt weergegeven, laat staan weerlegd, maar omdat deze verzameling van gratuite, persoonlijk gerichte schimpscheuten geschreven of ondertekend werd door enkele mensen voor wie ik tot nu toe veel waardering had omdat ik geloofde in hun integriteit en waarheidsliefde. Ik ben weer een illusie armer.

Etienne Vermeersch,

hoogleraar emeritus, Wetteren 

 

——————

Bron: https://www.eerbied.be/artikel/

Bron: https://www.demorgen.be/nieuws/het-waardig-levenseinde-in-gevaar~b2981ace/

Het waardig levenseinde in gevaar - stop de hetze tegen de nieuwe euthanasiewet

professor Etienne Vermeersch - Oproep

Stop de hetze tegen de nieuwe euthanasiewet en banaliseer het psychische lijden niet. Steun ons samen met 4723 anderen : http://eerbied.be

De algemene aanvallen op onze euthanasiewetgeving naar aanleiding van de nieuwe wet, worden nu aangevuld met een hetze tegen Wim Distelmans (De Morgen, 22 februari 2014).

We stellen vast dat deze klacht bij de Orde van geneesheren vooral gebaseerd is op het feit dat betrokken familielid niet op de hoogte zou zijn geweest van de nakende euthanasie, wat echter door hemzelf tegengesproken werd in de krant (De Morgen, 5 januari 2013). Het is een dwingende noodzaak aan het publiek duidelijk te maken dat een belangrijke maatschappelijke en ethische vooruitgang die door een groot deel van de bevolking wordt gesteund, door zulke initiatieven hier verdacht gemaakt wordt.

De Belgische euthanasiewet

Sinds de Wet van 28 mei 2002, hebben gemiddeld meer dan 800 mensen per jaar er een beroep op gedaan. Enkele duizenden patiënten “die zich in een medisch uitzichtloze toestand bevonden” hebben dus, in volle bewustzijn en volledig vrijwillig, gevraagd om uit “een ondraaglijk fysiek of psychisch lijden” verlost te worden. Eveneens dank zij deze wet hebben honderden artsen, soms na een gewetensconflict, gemeend uit barmhartigheid en medemenselijkheid op deze vragen te kunnen ingaan. De door de wet voorziene evaluatiecommissie, die bestaat uit deskundige personen van uiteenlopende bevoegdheid en wereldbeschouwing, heeft beslist dat deze handelingen aan alle door de wet voorziene criteria voldeden.
Samen met Nederland en het Groothertogdom Luxemburg, die min of meer vergelijkbare wetten hebben, staat ons land daardoor, ethisch gezien, wereldwijd op een eenzame hoogte.
Bij ons kunnen wilsbekwame personen die dit wensen, de dood ingaan op een wijze die strookt met hun persoonlijke visie op wat een waardig levenseinde is. Zij dringen die visie niet op aan medemensen die daar andere inzichten over hebben. Zelfbeschikking van de patiënt in extreme nood, barmhartige liefde vanwege de arts, en, bij allen, een pluralistische houding tegenover andersdenkenden, vormen de fundamentele beginselen waarop deze wetgeving gebaseerd is. De evaluatie achteraf garandeert dat andere maatschappelijke waarden hierbij niet in het gedrang komen.
Wel was er tot op heden de pijnlijke anomalie dat wilsbekwame personen die aan alle eisen van de wet beantwoordden, daar beneden de 18 jaar geen beroep op konden doen. Zoals reeds in Nederland het geval was, is daar nu ook bij ons een oplossing voor gevonden door de wet die op 13/2/2014 werd goedgekeurd.
De ethische en maatschappelijke impact van de doorbraak in 2002 blijkt ook uit het feit dat in hetzelfde jaar de wetten betreffende de palliatieve zorg (14/6) en de patiëntenrechten (22/8) tot stand kwamen. Het is natuurlijk geen toeval dat, uitgerekend dank zij de discussies inzake euthanasie, de inzichten op al die gebieden verdiept werden en wij nu mogen stellen dat wellicht nergens ter wereld de zwakke en zieke personen in hun waardigheid en in hun recht om niet zinloos te lijden, in een zo hoge mate beschermd worden als bij ons.
Door deze wetgeving is het levenseinde ook in al zijn facetten bespreekbaar geworden, is de dialoog met en het vertrouwen in de artsen toegenomen en bovendien hebben er heel wat mensen geen beroep gedaan op euthanasie omdat ze de zekerheid hadden dat ze die in een extreme toestand toch zouden bekomen.

‘Vertraagde euthanasie’ ook in het buitenland

Maar ook in het buitenland hebben deze ontwikkelingen invloed gehad. Tot in de jaren ’80 werd overal door talloze artsen de stelling verdedigd dat de gangbare medische middelen volstonden om alle zinloos lijden uit de wereld te helpen. Mede dank zij onze euthanasiediscussies dringt nu in veel landen het inzicht door dat er zogenaamde ‘refractaire (onbehandelbare) symptomen’ bestaan, die men zelfs met de beste palliatieve zorg niet kan lenigen. Men hoeft maar bij Google de zoektermen refractory symptoms, palliative care, euthanasia en hun combinaties in te typen om vast te stellen dat de grote meerderheid van de publicaties hierover van na 2000 dateert en de enkele uitzonderingen uit het midden van de jaren ’90. Hoewel hier en daar nog een taboe rust op de term ‘euthanasie’, heeft men toch ingezien dat het gruwelijk lijden moet worden uitgebannen. Men zoekt dan zijn toevlucht in de palliatieve, continue of ‘terminale sedatie’ (hier verder TS). In feite is dat een vertraagde euthanasie, want men maakt met medicatie de patiënt onbewust tot aan zijn dood. De waarnemende, denkende en voelende persoon wordt definitief uitgeschakeld, maar zijn lichaam blijft als een plant nog een tijd verder leven. Niet voor lang, want in de echte TS wordt veelal voedsel en vocht ontzegd, zodat ook het lichaam onvermijdelijk (sneller) ‘versterft’.
In steeds meer landen voert men dus bij ‘refractaire symptomen’ praktijken in die wat het bewuste leven van de patiënt betreft, nauwelijks van onze euthanasie verschillen. Dat gaat wel nog gepaard met het immorele aspect dat men vaak de patiënt zelf over dit levenseinde in het ongewisse laat en het dan eerder een levensbeëindiging zonder verzoek betreft.

Aanval op een waardig levenseinde

Nu dus meer en meer onze barmhartige houding tegenover de lijdende mens in het buitenland navolging vindt, zijn er in ons land enkelingen die een hetze op het getouw zetten om onze euthanasiewet in diskrediet te brengen. Men bouwt daarbij argumentaties op die zo pijnlijk zwak zijn dat de bedenkers bij een ernstige discussie door de mand vallen.
Ergerlijk is vooral dat men klachten indient bij de Orde van geneesheren of misschien zelfs bij het parket om, via het doembeeld van een mogelijke vervolging, de genereuze artsen de schrik op het lijf te jagen. Bovendien worden deze klachten publiek gemaakt zonder dat de betrokken arts zich kan verdedigen wegens zijn beroepsgeheim. Als deze funeste strategie zou lukken, zouden opnieuw honderden mensen in extreme nood niet meer geholpen worden.
Tot de hoogstaande moraal van het Oude Egypte (18de eeuw v.C.) behoorde reeds de hoop dat men voor de rechterstoel van Osiris zou kunnen zeggen: “Ik heb niemand doen lijden”. Als deze nogal zelfverzekerde moralisten het zouden halen, dan zullen zij dat alvast nooit meer kunnen zeggen…integendeel.

Waar zoeken ze hun argumenten?

Vooreerst in de enkele problemen die kunnen ontstaan bij mensen die om vooral psychische redenen uit het leven willen stappen. Sinds het ‘arrest Chabot’ (1994) waarin de Nederlandse Hoge Raad een euthanasie om psychische redenen niet afwees, is deze thematiek aan de orde gebleven. Het blijft moeilijk de aard van de aandoening en de ondraaglijkheid van het lijden adequaat in te schatten. Daarom voorziet de Belgische wet ook een bijkomend psychiatrisch advies. Sommigen kunnen in het euthanasieverzoek omwille van psychisch lijden inkomen. Momenteel is echter veeleer het omgekeerde het geval; soms met dramatische suïcides als gevolg. Zo heeft een vrouw die bij de psychiaters geen gehoor kreeg, zich publiek levend verbrand. Wij veroordelen niet a priori, maar ook voor degenen die anders beslissen moet men respect opbrengen.
Een tweede probleem doet zich voor bij onenigheid tussen de patiënt en echtgenoten, ouders of kinderen. De zorgvuldigheid vraagt dat men de patiënt ertoe aanzet contact te zoeken, maar bij weigering is de wet zeer duidelijk. De patiënt heeft het laatste woord en zonder zijn/haar toestemming mag de arts het beroepsgeheim niet schenden. Dat geldt trouwens ook bij alle andere medische handelingen.
Ten slotte zijn er groepen die hun kritiek baseren op de recente wet. Hierover kan het antwoord kort zijn. In hun betoog staat uitdrukkelijk: “Volwassen denken kan een jongere pas na de leeftijd van 18 jaar“. Iedere zestienjarige die niet mentaal gehandicapt is, kan inzien dat persoonlijkheidskenmerken zoals intelligentie, emotionaliteit… (a) zich continu ontwikkelen en niet plots op een bepaalde leeftijd tot stand komen en vooral (b) grote individuele verschillen vertonen: Anne Frank (13-14 jaar) stond qua persoonlijke rijpheid veel hoger dan degenen die haar vermoord hebben. Het niveau van de hierboven geciteerde zin laat dus ook over de rest van de argumentatie niet veel positiefs verwachten.
Zonder op de concrete klachten die voorliggen te willen ingaan, is het een dwingende noodzaak aan het publiek duidelijk te maken dat een belangrijke maatschappelijke en ethische vooruitgang die door een groot deel van de bevolking wordt gesteund, hier verdacht gemaakt wordt.

Met deze actie willen wij voorkomen dat een positieve ontwikkeling in de mentaliteit van de artsen en dus ook hun dienstbaarheid tegenover de lijdende mens, in het tegendeel zou omslaan. Gelieve daarom onze actie te ondertekenen op deze site: http://eerbied.be

Professor Etienne Vermeersch
(gewezen co-voorzitter van de euthanasiecommissie
binnen het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek)

Tekst mee ondertekend door:

Lieven Annemans – Yves Benoit – Kristel Beyens – Lieve Blancquaert – Johan Braeckman – Franky Bussche – Hugo Camps – Veerle Claus-De Wit – Eric Corijn – Maggie De Block – Kris De Bruyne – Jean-Jacques De Gucht – Paul De Knop – Jacinta De Roeck – Kurt Defrancq – Peter Deconinck – Joke Denekens – Leona Detiège – Maya Detiège – Jan Goossens – Bob Gosselin – Serge Gutwirth – Kristien Hemmerechts – Reinier Hueting – Nicole en Hugo – Manu Keirse – Tom Lanoye – Jeannine Leduc – Patrick Loobuyck - Marleen Merckx – Erwin Mortier – Freddy Mortier – Marc Noppen – Bart Peeters – Stijn Peeters – Sylvain Peeters – Freya Piryns – Anne Provoost – Frank Raes – Tom Schoepen – Paula Semer – Jurgen Slembrouck – Kris Smet – Sonja Snacken – Marleen Temmerman – Jean Paul Van Bendegem – Gerlant Van Berlaer – Christine Van Broeckhoven – Jos Vander Velpen – Jutte van de Werff Ten Bosch – Patrik Vankrunkelsven – Myriam Vanlerberghe – André Van Nieuwkerke – Dirk Verhofstadt – Marieke Vervoort – Julien Vrebos – Walter Zinzen.

Lees hier het artikel van Johan Braeckman, Jurgen Slembrouck, Wim Distelmans, Manu Keirse, Rick De Leeuw en ruim meer dan 160 co-auteurs (hier). Wie zich kan vinden in de inhoud van deze tekst, kan mee ondertekenen, samen met 4723 anderen http://eerbied.be

Gesluierde beginselen - "Opheffen hoofddoekenverbod strijdig met ware socialisme"

Etienne Vermeersch

Dat de SP.A in haar nieuwe beginselverklaring het hoofddoekenverbod begraaft, gaat er bij Etienne Vermeersch niet in. En al zeker niet dat die ommezwaai alleen ondersteund wordt met holle slogans.

Wat men ook, na alles wat in de twintigste eeuw gebeurd is, over het marxisme moge denken, men kan er niet om heen dat het Charter van Quaregnon, de beginselverklaring van de Belgische Werkliedenpartij (1894), een indrukwekkend document was.

Rik Torfs

Etienne Vermeersch

Rik Torfs

Nu Rik Torfs mij tot prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer heeft aangesteld, moet ik hem al op de vingers tikken (Een zwarte paus zou geen Obama-effect hebben, Knack nr. 11). Er is een theologische consensus dat de dogmaverklaring over de Onbevlekte Ontvangenis door Pius IX (1854) onder de pauselijke onfeilbaarheid valt.

Zo zijn er dus minstens twee. Torfs denkt blijkbaar dat een dogma begint met de verkondiging ervan; zo'n verklaring zegt echter dat het voorwerp ervan een geopenbaarde waarheid is en dus sinds het einde van het Nieuw Testament aanwezig is; zij het niet expliciet.

Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch in gesprek met Nikolaas Sintobin sj (Reyers Laat)

Artikel

Nav de verkiezing van de jezuïet Bergoglio tot Paus gaan Nikolaas Sintobin sj en Etienne Vermeersch in gesprek over paus Franciscus, jezuïet zijn, ignatiaanse spiritualiteit, Ignatius van Loyola ...

Etienne Vermeersch: "Ik, conservatief? Wel, wel"

Etienne Vermeersch

"Wil columnist Fikry El Azzouzi argumenten op tafel leggen?", schrijft Etienne Vermeersch, professor-emeritus aan de Universiteit Gent, vandaag als antwoord op de column van Fikry El Azzouzi, die gisteren in de krant verscheen.

 

Beste Fikry El Azzouzi,
U bent er inderdaad in geslaagd mij een tekst van u te doen lezen. Vermoedelijk voor de laatste maal. U schrijft immers de ene onwaarheid na de andere:

Etienne Vermeersch ontvangt eerste gepersonaliseerde LEIFkaart

LEIF/BELGA

Filosoof en ethicus Etienne Vermeersch krijgt vandaag als eerste zijn gepersonaliseerde LEIFkaart. De emeritus-hoogleraar en ere-vicerector aan de Gentse Universiteit, krijgt de eerste LEIFkaart omdat hij reeds in 1971* het debat aanging over euthanasie. Op de LEIFkaart staan alle wilsverklaringen aangeduid waarvan de houder verklaart ze te bezitten. Bovendien bevat ze ook de naam en het telefoonnummer van een vertrouwenspersoon die hiervan op de hoogte is en dit aan de arts kan bevestigen.

(*In 1960 kwam Etienne Vermeersch reeds tot de opvatting over euthanasie die hij later verdedigde in ethische en politieke debatten en die uiteindelijk in wetgeving werd omgezet.)

De mythen van de bijbel

Giorgione

De mythen van de bijbel

Zelfs iemand die de mogelijkheid van wonderen zou aanvaarden, stuit op zoveel anomalieën dat het gezond verstand erbij tilt slaat. De maagdelijke ontvangenis, de sterre die stille bleef staan, de drie wijzen met hun wierook, goud en mirre. In zijn laatste boek betoogt paus Benedictus XVI dat de kerstverhalen 'werkelijke geschiedenis' zijn. Dat is niet langer houdbaar, zegt Etienne Vermeersch.

Tijdgenoten met Etienne Vermeersch (Lichtpunt op één)

In 2012 interviewde Hugo Camps ETIENNE VERMEERSCH voor het programma Tijdgenoten (Lichtpunt, de vrijzinnige omroep) :

“Als ik een stelling wil verdedigen verhoogt mijn stemgeluid automatisch. Zij hebben mij al dikwijls gezegd: je moet daarmee opletten, je moet dat kalmer doen. Maar ik kan dat niet. Ik ben een man van passies, ik ben een gepassioneerd man.”

"Het woord flamingantisme, daar houd niet zo van, voor mij is het een kwestie van rechtvaardigheid"

 

Etienne Vermeersch: 'Volstrekt immoreel zoveel kinderen te mogen hebben als je wil'

Artikel
Simon Demeulemeester

Professor Etienne Vermeersch noemt het volstrekt immoreel dat mensen zoveel kinderen mogen hebben als ze willen. Drie vragen over geboortebeperking.

Freddy Thielemans (PS) bond de kat de bel aan: "Geboortebeperking moet bespreekbaar zijn. Zo veel mogelijk kinderen hebben, is onverantwoord". Thielemans pleitte niet voor wettelijke beperkingen op geboortes, maar vind het wel zinnig er over te debatteren in het licht van de forse bevolkingsgroei in Brussel.

'Waarom de overstap van Jurgen Ceder (VB) naar N-VA mij heeft geschokt'

Artikel

Ik ben geen Vlaams-nationalist, maar gewoon iemand die streeft naar rechtvaardigheid, ook in communautaire kwesties.Etienne Vermeersch

 

'Waarom de overstap van Jurgen Ceder (VB) naar N-VA mij heeft geschokt'

Opinie  -  Etienne Vermeersch  I  De Morgen, 23 juli 2012

In zijn opiniestuk van 19 juli schrijft Jos Bouveroux (DM 19/7): "Zelfs progressieve Vlaams-nationalisten zoals die van de Gravensteengroep moeten nu wel concluderen dat N-VA een rechtse partij is met VOKA als haar werkgever." Wat wil hij hiermee suggereren? De Gravensteengroep, althans de kerngroep ervan die de manifesten opstelt, heeft met geen enkele partij enige binding. Mandatarissen van partijen kunnen er geen deel van uitmaken. Persoonlijk weet ik ook niet voor welke partij de andere leden stemmen.

Wel sporen, met betrekking tot de communautaire problemen, een aantal van onze standpunten met die van N-VA, maar die sporen eveneens met de vijf resoluties van het Vlaams Parlement, die door alle Vlaamse partijen behalve Vlaams Belang en Groen! werden goedgekeurd en met de beruchte ('onverwijld') 'brief' van de voorzitters van sp.a en Open Vld aan de burgemeesters van Halle-Vilvoorde.

De Gravensteengroep hoeft dus geen standpunt in te nemen inzake Jurgen Ceder (JC). Ieder lid kan dit echter voor zichzelf doen, zonder de anderen hierbij te betrekken.

Ik ben geen Vlaams-nationalist, maar gewoon iemand die streeft naar rechtvaardigheid, ook in communautaire kwesties. Toch heeft het bericht over de opname van JC bij N-VA mij geschokt.

Natuurlijk kunnen mensen van mening veranderen, ik heb dat ook al gedaan, maar dan moet men ook nauwkeurig bepalen waarin die mening fout was. Wanneer de fout bovendien op het vlak van immoraliteit lag, moet men over dat verleden ook echt berouw vertonen. Etienne Vermeersch

 

Neonazivereniging

Sinds jaar en dag bestrijd ik het VB, vooral op grond van het xenofobe karakter van die partij. Uit mijn onderzoek naar het ontstaan ervan is gebleken dat dit xenofobe en (tot het fameuze proces) openlijk racistische karakter van het VB in sterke mate beïnvloed was door personen die uit de neonazivereniging NSV (van de jaren 80) kwamen. Het was mij vroeger al opgevallen dat JC hierin een belangrijke rol speelde: hij was in Leuven leider van de Verbondswacht, zeg maar 'knokploeg' van het NSV. Er is in de pers al verwezen naar incidenten waarbij hij betrokken was, maar dit waren geen 'accidenten': ze strookten met duidelijke doelstellingen. In Branding, het blad van de beweging, vinden we onder de titel 'Ter dood', deze 'meezinger': "...Ei daar komt het Vlaamse Front/ 't NSV en het Verbond/ en zij roepen het oud hoezee/ al die linksen weg ermee." Let nu op het volgende: "Kijk wij stormen door de straten/ kampen op het veld van eer/ eerst vechten, dan pas praten/ nu komt de Vlaamse campus weer." "'t Bloed stroomt door de straten/ ratten kreperen in de goot/ maar daar zullen we 't niet bij laten/ al die linksen moeten dood!!!" Dat was het strijdlied van de bende waarvan JC de Führer was.

Allemaal in de kist

Maar het NSV had het niet alleen tegen linksen. Het officiële NSV-lied somde alle vijanden op: "Ne amadees, ne Marokkaan,/ ne raller en ne nikkeriaan,/ ne kommuniest, ne vreemde tiest,/ die zwieren we allemaal in de kist./...ne vuile jood, ne maoïst/ ne franskiljon en ne socialist..." enz. De tekst van dit tweede lijflied van JC werd geschreven door Pieter Huybrechts, sinds 1995 Vlaams volksvertegenwoordiger voor VB.

Overigens werd in Branding ook echte nazipropaganda gemaakt: loftuitingen op de SS en op oorlogsmisdadigers zoals Goering (Koen Dillen). Men vindt zelfs een bespreking van de vraag of het nazisme misschien ook negatieve kantjes had.

Dat alles zou als - weliswaar zware - jeugdzonde, op zichzelf niet veel relevantie hebben, maar ik stel vast dat dit gedachtegoed restloos in dat van het VB is overgevloeid en zeker tot aan het 'proces' werd het in een vergelijkbare terminologie geformuleerd. Zo bestaat er geen enkele twijfel over, dat het 70 puntenplan racistisch was in de oorspronkelijke (biologische) betekenis van dit woord: tot viermaal toe wordt een 'multiraciaal' Vlaanderen afgewezen: zwarten, bruinen en Joden (zie hierboven) moeten er dus uit. In 1993 noemt Filip Dewinter de "rechten van de mens, ecologisme, antiracisme...valse schijnwaarden".

Jurgen Ceder en (minder opvallend) Karim Van Overmeire, hebben dit alles, vanaf het NSV-begin tot voor een paar jaar, volmondig goedgekeurd en gepropageerd. (Ook na de naamsverandering heeft JC beklemtoond dat de inhoud niet veranderde.)

Dat mensen met een dergelijk decennialang engagement nu de rangen mogen 'versterken' van een partij die - wat men er overigens over denkt - zich lange tijd tegen dit sluipend gif heeft afgezet, gaat mijn bevattingsvermogen te boven.

Natuurlijk kunnen mensen van mening veranderen, ik heb dat ook al gedaan, maar dan moet men ook nauwkeurig bepalen waarin die mening fout was. Wanneer de fout bovendien op het vlak van immoraliteit lag, moet men over dat verleden ook echt berouw vertonen.

Ik heb Jurgen Ceder wel horen zeggen dat het 70 puntenplan niet meer aan de huidige tijd is aangepast, maar dat heeft zelfs Filip Dewinter al gezegd.

Zolang Jurgen Ceder niet erkent en betreurt dat dit plan en de hele xenofobe strijd van het VB intrinsiek immoreel was, vanaf het begin, kan er voor hem geen plaats zijn in een fatsoenlijke partij, in geen enkele.

ETIENNE VERMEERSCH

Etienne Vermeersch is hoogleraar emeritus van de UGent. Hij is ook lid van de Gravensteengroep.

Lees ook : 

 

Prof. Etienne Vermeersch over zijn levenseinde en dood

Prof. Etienne Vermeersch over zijn levenseinde en dood

'Non fui, fui, non sum, non curo'

'I was not; I was; I am not; I do not care'

Excuses van Etienne Vermeersch

Etienne Vermeersch

Excuses van Etienne Vermeersch

In het interview in De Morgen (DM 2/6) zei ik dat de 'boerka-nikab' een erger symbool is dan de swastika. De boerka-nikab staat symbool voor een eeuwenlange onderdrukking van de vrouw in de islam; dat is erg. De swastika is symbool van een racistische massamoord: dat is veel erger. Mijn opmerking was dus een blunder. Ik ben er beschaamd over en ik vraag excuus aan mensen die onder het nazibewind geleden hebben. Die blunder dreigt bovendien de aandacht af te leiden van de solide argumenten voor het 'boerkaverbod', waar ik blijf achter staan.

Wel wil ik het volgende opmerken. In een artikel, waarin men ieder woord kan wegen, zou ik zoiets nooit schrijven. Het ging hier echter om een plotse opwelling in een heftige discussie en de vraag over die twee symbolen werd door de interviewer aangebracht. Normaal zou ik bij lectuur achteraf zoiets schrappen, maar door het feit dat de interviewer tevens de opponent was, dacht ik dat zo'n schrapping een gebrek aan fair play tegenover hem zou vormen.

Al meer dan 50 jaar kom ik in de media. In (mondelinge) debatten, interviews e.d. zal ik wel nu en dan een uitschuiver gemaakt hebben. In geschreven teksten kan ik mij geen echte blunder herinneren; wel een paar onjuistheden over feiten.

Ook daarover ben ik beschaamd. Wie lesgever en onderzoeker is, moet in zijn publieke uitingen zo waarheidsgetrouw mogelijk zijn. Ik vermeld dit omdat in de twitter-, facebook, blog- en forumcultuur de kwaliteit van het debat in gedrang dreigt te komen. Scheldwoorden moeten dan ernstige argumenten vervangen. Nochtans speelt het debat, ook het scherpe debat, een belangrijke rol in een democratie. Maar het respect voor de waarheid en de waarden moet hierbij centraal staan.

Daarom pleit ik ervoor dat men bij vergissingen zijn fout erkent en erover beschaamd is. Ikzelf hoop, vooral in interviews, beter op mijn woorden te letten.

Etienne Vermeersch