Etienne Vermeersch

In de Mechelse catechismus stond een uitspraak die me als kind intrigeerde: er bestaan ,,zonden tegen de Heilige Geest'', waarvoor men nooit vergiffenis kan bekomen. Een ervan is in mijn geheugen gegrift: ,,de 'welgekende' waarheid bestrijden''. We kunnen ons allemaal vergissen, maar dat sommigen beweringen uiten waarvan ze pertinent weten dat ze onwaar zijn, slaat mij nog altijd met verstomming.

Die passus uit mijn catechismus viel mij te binnen toen ik in het interview met Jeanine Leduc en Hugo Vandenberghe (DS 20 januari 2001) weer eens las dat er over euthanasie een ,,meerderheidsstandpunt'' van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek bestaat.

Er is geen enkele tekst van dat Comité die naar een ,,meerderheidsstandpunt'' verwijst. Bovendien hebben ikzelf en andere leden van het vorige Bureau herhaaldelijk beklemtoond - ook in deze krant - dat er nooit zo'n standpunt geweest is. Als wat ik hier beweer onwaar zou blijken te zijn, mag iedereen mij definitief een leugenaar noemen. Ik verwacht dat zij die zonder bewijs het tegendeel blijven volhouden, hetzelfde engagement opnemen.

Het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek heeft over deze problemen twee Adviezen uitgebracht: nr. 1, betreffende ,,euthanasie'' en nr. 9 betreffende ,,levensbeëindiging van wilsonbekwamen''. Het Comité wil een overzicht bieden van de opinies en argumenten die bij de bevolking leven. Een compromis zoeken is de taak van de wetgever. Zo maakte Advies nr. 1 melding van vier en Advies nr. 9 van drie voorstellen. Daarin kwamen de meest uiteenlopende standpunten aan bod, maar nooit heeft men, in de subcommissies noch in de algemene vergadering, ,,de koppen geteld''.

Het enige - zwakke - excuus voor de verwarring die nog bestaat, ligt misschien in de eerste alinea van deel IV van Advies nr. 1. Daar wordt erop gewezen dat de behandeling van voorstel 3 (van Advies nr. 1) tot toenadering geleid heeft tussen enkele voor- en tegenstanders van euthanasie. ,,Dit gaf een zekere vaart aan de besprekingen in de beperkte commissie zodat het voorstel 3 zeer veel aandacht kreeg...''

De alinea's die daarop volgen, maken duidelijk dat de bedoelde toenadering betrekking had op de relatie tussen de voorstellen 2 en 3. Voorstel 2 wilde een situatie scheppen zoals in Nederland vóór de nieuwe wet. Voorstel 3 pleitte voor een ethisch debat voor elke beslissing. Sommigen hoopten toen dat de wetgever een ,,pragmatische oplossing'' kon uitwerken door beide voorstellen dichter bij elkaar te brengen. Maar een compromis in het parlement tussen 2 en 3 is iets anders dan een keuze van het Comité voor 3.

Over hoe de meningen verdeeld waren binnen de subcommissie, kunnen alleen de leden zich een benaderend beeld vormen. Wat mij betreft was er voor geen enkel voorstel een meerderheid. Over de verdeling van de opinies binnen het voltallige Comité kan niemand enig idee hebben. Er is niet gestemd en weinigen hebben het woord gevoerd. Uit Advies nr. 9 blijkt overigens dat de voorstanders van de eerste twee voorstellen van Advies nr. 1 zich hebben verenigd: ze waren het eens over het na te streven doel (een regeling vergelijkbaar met de Nederlandse), maar ze waren aanvankelijk verdeeld over het middel (wetswijziging of een andere regeling). Uiteindelijk besloten ze dit aan het parlement over te laten.

Wat op de website van de CVP-senaatsfractie te lezen staat (,,Enkel de verenigingen "Recht op Waardig Sterven" en de "Association pour le Droit de Mourir dans la Dignité" pleiten voor een depenalisering...''), is dus flagrant onwaar. Voorstel 1 van Advies nr. 1 pleitte daar uitdrukkelijk voor en in voorstel 2 zocht men naar een regeling die in de praktijk hetzelfde resultaat zou hebben.

Er is nog een vorm van onwaarachtigheid die niet zo manifest de ,,welgekende waarheid'' bestrijdt, maar die de bevolking een eerlijke voorlichting ontzegt. In het Frans heet dat ,,langue de bois'', in het Nederlands ,,rond de pot draaien''. Het tv-optreden van Yves Leterme (Zinzen, 20 januari) kan nu al als klassieker in het genre gelden. Hij slaagde er vier minuten in de vraag hoe men het respect voor de persoon kan rijmen met de weigering van euthanasie aan niet-terminale patiënten te ontwijken. De kijkers, misschien denkend aan de heer Lorand, jarenlang volledig verlamd, mochten niet vernemen waarom een mens die het lijden niet meer aankan, geen euthanasie kan bekomen. In de rest van het interview gaf hij blijk van hetzelfde meesterschap. Van de vraag hoe hij zou reageren als men een volksraadpleging over de doodstraf zou eisen, vond hij dat ze niet aan de orde was. Principiële stellingnamen hoeven voor ,,le nouveau CVP'' niet meer, alleen vragen die aansluiten bij de actuele ,,politique politicienne'', kunnen nog.

Waarom ben ik zo verontwaardigd en scherp? Wij hebben binnen het Raadgevend Comité tijdens onze tientallen vergaderingen onoverbrugbare meningsverschillen gekend. Toch heerste er een serene sfeer. Waarom kon men de discussie niet in die sfeer voortzetten?

Uiteraard moet men in het parlement niet alleen opinies vergelijken, maar ook een meerderheid voor een voorstel vinden. Onvermijdelijk ontstaan zo minderheden. Dat die groepen elkaars voorstellen betwisten, is legitiem, des te meer omdat het eerste ontwerp van de ,,meerderheid'' ernstige gebreken vertoonde. Hoewel mijn voorkeur uitging naar dat voorstel, heb ik het toch op vele punten bekritiseerd en compromisteksten voorgesteld. Sommige medestanders beschouwden dit als een gebrek aan solidariteit, maar voor mij primeert wat ik in geweten juist vind.

Ook nu nog zijn er tekorten in het nieuwe voorstel: men zou - zoals in Nederland - naast euthanasie ook ,,medische hulp bij zelfdoding'' moeten introduceren en in specifieke straffen voorzien voor afwijking van de zorgvuldigheidsregels. Maar als we het geheel bekijken, blijkt dat de ,,meerderheid'' rekening gehouden heeft met de kritiek van de oppositie en anderen. Maar het standpunt van de CVP heeft bijna geen wijziging ondergaan. Als enige aanpassing zie ik de aanvaarding van de ,,wilsverklaring'', maar die mag geen vraag om levensbeëindiging bevatten terwijl dat een wezenlijk element was in twee van de drie voorstellen van Advies nr. 9.

Tegenstanders van het huidige voorstel behouden het volste recht om zich met solide argumenten te verzetten. Maar wat we de laatste dagen meemaken, is iets anders. Nu horen we dat er onvoldoende discussie was. Na jarenlange gesprekken in het Raadgevend Comité (met verslagen ter inzage), na talloze publieke hoorzittingen (met relaas op de website van de Senaat), na tv-programma's en massa's persartikelen (mijn pak knipsels is bijna 20 cm dik), blijkt nu plots dat de bevolking niet geïnformeerd is en dat alles ,,stoemelings'' (Leterme) gebeurt. Is dit nog ernstig? Ik geef het toe: de precieze regelgeving blijft voor het publiek heel ingewikkeld, maar uitgerekend die situatie als uitgangspunt nemen om het probleem via een volksraadpleging op te lossen, is afstand nemen van elke vorm van gezond verstand.

Ik schrijf dit stuk niet met genoegen. Integendeel. Er zijn in de CVP veel mensen voor wie ik een grote waardering heb. Ook als ze in verband met euthanasie mijn mening niet delen, verandert dat niets aan mijn respect. Maar waarom laten ze toe dat in hun naam waarheid en redelijkheid geweld wordt aangedaan?