Artikel
Etienne Vermeersch
Wikimedia Commons - Taalgrens

Voor Etienne Vermeersch zijn er twee zekerheden: de taalgrens is de landsgrens en BHV moet gesplitst worden, maar compensaties zijn onvermijdelijk. 'Het kartel CD&V-N-VA kan alsnog een redelijke, maar definitieve oplossing voor het territorialiteitsbeginsel voorstellen. Als ze dan niet worden gehoord, kunnen ze met het hoofd omhoog afstand nemen van de formatieopdracht.'

"Di Rupo is de laatste tijd de trappers aan het verliezen".

'Plat op de buik': deze kop van Het Nieuwsblad van vrijdag is wellicht de belangrijkste zin van dit jaar. De topmensen van CD&V vielen niet op hun buik, maar achterover toen ze dit lazen en de essentie van het bericht in alle Vlaamse kranten terugvonden. Na het 'dialoog, dialoog',-betoog in Terzake van Cathy Berx en de 'volte-face' van Jo Vandeurzen vrijdag, dacht ik helemaal niet aan een machinatie, zoals De Morgen en La Libre suggereerden. Integendeel, welke leerling-tovenaar fabriceert nu een bom die in het eigen gezicht ontploft? Overigens moet men in dergelijke contexten geen sinistere genieën zoeken, maar eerder denken aan wat de Zweedse staatsman Axel Oxenstierna aan zijn zoon schreef: 'Weet je niet, mijn zoon, met hoe weinig verstand de wereld bestuurd wordt?' Weken geleden werd beslist om BHV door een stemming in het parlement door te drukken als er geen uitzicht was op een akkoord. Na de betekenis van het woord 'onverwijld' al verkracht te hebben, kon men in de kamercommissie de zaak niet blijven uitstellen zonder gezichtsverlies. Intussen had echter Yves Leterme de strategie ontwikkeld om de pijnpunten naar het einde door te schuiven. Toen D-day er in de Kamer aankwam, was het te laat om de discussie over BHV te voeren. Twee autonome processen hebben elkaar zo, door een gebrek aan coördinatie, op een ongelukkig moment doorkruist. Voor de Franstaligen was dit een breekpunt en dan had de koning - en degenen die oranje-blauw wilden voortzetten - geen andere vluchtweg meer dan een 'commissie'. Hiermee verloochende het kartel (waarom altijd alleen naar N-VA verwijzen?) zijn twee duidelijkste verkiezingsbeloften en stevende het af op een electoraal rampscenario. Joëlle Milquet heeft gelijk als ze beweert dat er onvoldoende tijd was om de BHV-voorstellen van de formateur grondig te bespreken. Vanuit dat oogpunt scoren de Franstaligen dus als zij de vermoorde onschuld spelen. Ze blazen echter de betekenis van dit gebeuren mateloos op: een brutale aanval, een zwaar affront, de meerderheid die zijn wil oplegt aan de minderheid... Ik heb altijd gehoord dat het typisch is voor een democratie dat de meerderheid zijn visie doordrukt en dat de minderheid dat ondergaat. In Frankrijk dringt links zijn wil op aan rechts, of omgekeerd. In een land als België is het natuurlijk niet gewenst dat de tegenstellingen geregeld samenvallen met die tussen de gemeenschappen. Maar de figuur is in de grondwet voorzien en de mechanismen om er mee om te gaan ook. Daar is niets beledigends aan. Zo'n conflict is weliswaar zeldzaam, maar niet uniek: tijdens de Koningskwestie legde de Waalse minderheid zelfs haar wil op aan de Vlaamse meerderheid. Wat er ook van zij, de debatten van zondag op VRT, RTBF en RTL tonen aan dat de patstelling totaal is. Wie een oplossing zoekt, moet naar de kern doorstoten. Alle Vlamingen die deze problematiek kennen, gaan ervan uit dat er een akkoord onder alle Belgen bestaat dat Wallonië en Vlaanderen eentalig zijn (1932) en dat in 1962-63 de taalgrens definitief werd vastgelegd. Welnu, alle Franstalige politici die ik sinds maanden op de Franstalige televisie volg, wijzen dat territorialiteitsbeginsel af: zij vinden dat Brusselaars die zich in BHV vestigen, zich niet hoeven aan te passen en zodra zij in een gemeente een meerderheid vormen, zouden ze in principe voor aanhechting bij Brussel kunnen stemmen. Elio Di Rupo heeft het zondag nog eens duidelijk gezegd: 'de taalgrens is geen landsgrens' en als men de uitbreiding van Franstalig Brussel belet, leidt dat tot la flamandisation de Bruxelles. Di Rupo is de laatste tijd de trappers aan het verliezen, maar in zijn afwijzing van het territorialiteitsbeginsel drukt hij de mening van alle Franstaligen uit. Het wordt stilaan tijd dat men die mensen uitlegt dat de taalgrens voor alles wat taal betreft, gelijkwaardig is aan een landsgrens. Wie de grens van de anderen niet respecteert, kan niet beweren in vrede te willen leven, laat staan dat men een beroep zou kunnen doen op solidariteit. Als Di Rupo het over flamandisation heeft, zou men hem moeten vragen de lijst voor te leggen van de gemeenten die in 1900 in meerderheid Franstalig waren en die nu flamandisé zijn, en omgekeerd In de acute crisissituatie die we nu beleven, is het van kapitaal belang dat iedereen zich duidelijk uitspreekt over het territorialiteitsbeginsel. Er kan voor de Vlamingen geen sprake zijn op dit punt toe te geven onder de vorm van in- of uitschrijvingsrechten, die het beginsel op termijn uithollen. Daar staat wel tegenover - de waarheid heeft haar rechten - dat de niet-uitdovende faciliteiten en de huidige politieke en juridische rechten van de Franstaligen in heel BHV in feite afbreuk doen aan het territorialiteitsbeginsel. Maar dat hebben de Vlamingen in de vorige overeenkomsten nu eenmaal aanvaard (ik krijg brieven met krampachtige pogingen om dat te betwisten, helaas vruchteloos). De splitsing van BHV, juridisch en politiek, moet er komen, maar compensaties zijn onvermijdelijk. Ze moeten echter ook een definitieve oplossing inzake territorialiteit brengen. Dus vier faciliteitengemeenten bij Brussel en in de twee andere worden de faciliteiten uitdovend (DS 20 september). De virtuele grens van Vlaanderen wordt verkleind (gemeenten met 80 procent Franstaligen vallen weg), maar de reële grens wordt uitgebreid (faciliteiten uitdovend). Indien de Franstaligen voor dit debat doof blijven, moeten ze beseffen dat zij het voortbestaan van België rechtstreeks in gevaar brengen. Als Duitsland de grenzen van Frankrijk betwist, is de EU in gevaar. Zonder personen te willen desavoueren, zoals onze pers graag doet, is het duidelijk dat ook Vlamingen hier een gevaarlijk spel gespeeld hebben. Voor elke verstandige waarnemer was het duidelijk dat het verkiezingsprogramma van het kartel zo agressief klonk dat dit tot een impasse moest leiden. Daarvoor is de hele CD&V en NVA verantwoordelijk. Ze kunnen alsnog een redelijke, maar definitieve oplossing voor het territorialiteitsbeginsel voorstellen, zoals hierboven omschreven. Als ze dan niet worden gehoord, kunnen ze met het hoofd omhoog afstand nemen van de formatieopdracht: anderen moeten dan bewijzen dat ze het beter kunnen. Maar als het kartel, tegen beter weten in, blijft beweren dat BHV opgelost kan worden zonder compensaties, dan zullen zij terecht voor hun mislukking de volle verantwoordelijkheid moeten dragen.