Etienne Vermeersch

Vraag: Hebben wij een vrije wil of beschikken we enkel over de illusie van een vrije wil? Hoe springen skeptici om met deze vraag en de consequenties hiervan? Kunnen we een experiment opzetten om aan te tonen dat we een vrije wil hebben of is het onmogelijk om een dergelijk experiment op te zetten?

Vrijheid

Vooraleer men de vraag stelt of wij vrij zijn of een vrije wil hebben, moet men eerst weten wat men met deze vraag bedoelt; m.a.w. wat men bedoelt met "vrij zijn" als het over een mens gaat. Laten we ons daarom afvragen wat we bedoelen als we zeggen dat we onvrij zijn. Een voorbeeld dat niemand zal betwisten is dat we onvrij zijn als we ergens vastgebonden zijn; of nog preciezer als we een drang voelen om ons te bewegen of te verplaatsen en dat wegens het geboeid zijn niet kunnen. Welke de fysische wetten ook zijn, het is volkomen zinvol in zo'n context te zeggen dat we niet vrij zijn. Hetzelfde geldt als we in de gevangenis zitten.

Stel nu dat we tot het besluit gekomen zijn dat ons heroïnegebruik heel slecht is voor onze gezondheid (en voor onze financiën) en zodra we daarover nadenken absoluut daarvan af willen geraken, maar zodra de abstinentieverschijnselen optreden kunnen we dat verlangen niet waar maken en we gaan opnieuw op zoek naar heroïne ( iets analoogs geldt voor iemand die van de sigaretten wil afkomen en er maar niet in slaagt). Ieder redelijk mens zal akkoord gaan dat dit onvermogen om te realiseren wat we redelijk als het meest gewenste beschouwen, een vorm van onvrijheid is, ongeacht de fysische wetten die hier gangbaar zijn. 

Als je daar meer en meer voorbeelden over zoekt zal je tot de bevinding komen dat we iemand met recht en reden vrij noemen, wanneer hij, vertrekkend van een aantal basisbehoeften - die hij weliswaar niet zelf veroorzaakt heeft (ze zijn door biologische en opvoedingsfactoren tot stand gekomen) maar waarmee hij ook na lang nadenken kan instemmen, omdat hij tot het inzicht komt dat ze zijn voortbestaan en geluksgevoel op lange termijn niet in het gedrang brengen (wat in het geval van behoefte aan heroïne niet het geval is) - en van een rationele overweging (rekening houdend met alle wetenschappelijke gegevens) betreffende de beste middelen om die behoeften te bevredigen, effectief erin slaagt deze middelen in gang te zetten om deze behoeften te bevredigen. Welke fysische mechanismen daarbij een rol spelen is irrelevant, immers, wanneer die fysische oorzakelijkheden precies dat realiseren wat we hier definiëren, dan zijn we bij definitie vrij. 

Om het bondig te formuleren; dat we vrij zijn betekent niet dat we ongedetermineerd zijn, maar wel dat we gedetermineerd zijn door die aspecten van ons organisme die we als de meest centrale beschouwen: onze fundamentele lange-termijnbehoeften en ons redelijk denken bij het realiseren van die behoeften. 

Het voorbeeld van Einstein over de maan is misleidend, want intern contradictorisch. Immers, als die maan een bewust wezen zou zijn en noodzakelijk haar baan om de aarde zou moeten volgen, dan zou die te vergelijken zijn met een kosmonaut die in een ruimtecapsule rond de aarde vliegt, maar niet over middelen beschikt om nog van richting te veranderen: zo'n kosmonaut zit volgens alle zinvolle definities gevangen. Zodra die maan echter over raketmotoren zou beschikken waarmee ze haar baan kan veranderen, zou ze dat ook kunnen doen, maar als ze een redelijk wezen is, zou ze allicht tot de bevinding komen dat die baanwijziging tot gevolg zou hebben dat ze uiteindelijk neerstort op de aarde; als ze daaruit zou besluiten om toch maar beter in haar baan te blijven, zou dat een echt vrije beslissing zijn. De huidige maan kan echter geen vrije beslissing nemen, omdat ze tot geen redelijke overweging over haar beweging in staat is, en evenmin over middelen beschikt om van baan te veranderen. 

Uiteraard zijn de denkprocessen in ons brein uiteindelijk gebaseerd op fysische mechanismen - zoals de processen in een computer - maar deze mechanismen bewegen zich op een niveau van complexiteit dat beter beschreven wordt in termen van psychische processen - of computerprogramma's - dan met de vrij eenvoudige benaderingen van de fysica in de leerboeken. De belevenis van de muziek van Bach bestaat uiteraard in een complex geheel van fysische processen in ons brein, maar om die beleving te bekomen en te verrijken zou ik toch eerder een musicologisch werk aanraden, dan een handboek van fysica.

De ethische consequenties hiervan zijn inderdaad duidelijk. Bij dieren en bij kleine kinderen bestaat onze inwerking op hun gedrag erin dat we beloningen en straffen geven, die fysisch gezien zo op hun neuronen inwerken dat dit gedragswijziging tot stand brengt. Bij volwassenen is door die opvoeding een (neurologisch bepaald verwachtingspatroon ontstaan dat bij volgen van de regel beloning volgt en bij afwijking straf. Afwijkingen van dit patroon (het kwaad wordt niet gestraft en het goede wordt niet beloond) hebben een storing van ons verwachtingspatroon tot gevolg die we met de naam "onrechtvaardigheid" aanduiden. Zowel voor onszelf als voor anderen hebben we dus de verwachting dat "recht geschiedt" met name in het geval Dutroux, dat de verregaande afwijking van de regel zwaar bestraft wordt. Zowel ethisch als juridisch is dat precies wat we geleerd hebben "rechtvaardigheid" te noemen: het niet doen zouden we terecht onrechtvaardig noemen. Dat al deze processen een fysische en door bepaalde factoren gedetermineerde grondslag hebben, verandert aan deze verwachtingspatronen en deze terminologie van recht of onrecht niets. Integendeel, als men zou kunnen aantonen dat een moord door Dutroux niet door zijn persoonlijkheid gedetermineerd is, maar door een toevallige quantumsprong in zijn hersenen, dan zouden we hem ontoerekeningsvatbaar noemen.

Etienne Vermeersch

 

Reactie van een lezer:

 

Pascal schreef: Etienne Vermeersch beantwoordt de vraag "heeft de mens een vrije wil" door eerst een interpretatie/definitie te geven van vrijheid. Dit heeft natuurlijk het voordeel van de klaarheid, maar zijn definitie van vrijheid komt niet overeen met wat ik met vrije wil bedoelde. In mijn zienswijze heeft een persoon een vrije wil indien hij los van de fysische randvoorwaarden en wetten een beslissing kan nemen. Dit betekent dat zijn beslissing op voorhand niet noodzakelijk vastligt. Een computer heeft bijvoorbeeld duidelijk geen vrije wil, omdat de uitkomst van een berekening vastligt eenmaal de input ("randvoorwaarden") en het algoritme ("fysische wetten") vastligt.

 

Toen enkele jaren geleden een Arianne raket ontplofte ten gevolge van een foutieve berekening van de boordcomputer, haalde niemand het in zijn hoofd om de boordcomputer te beschuldigen van het aanrichten van materiele schade. De computer had zijn taak immers feilloos vervuld: namelijk het foutloos uitvoeren van een programma dat gedoemd was om te crashen.

De vraag: "Heeft de mens een vrije wil" komt dus overeen met de vraag "zijn wij even willoos als een computer?" Of in meer juridische termen: "Is niet iedereen ontoerekeningsvatbaar?"

Antwoord van Etienne Vermeersch

Beste Pascal,

Het lijkt mij boeiend om nog even in te gaan op onze analyse. Ik denk dat men twee vragen moet onderscheiden.

(1) De vraag onder welke voorwaarden wij in het alledaagse leven zullen zeggen dat een persoon vrij gehandeld heeft. We zouden het moeten eens worden over een reeks voorbeelden in dat verband om dan de discussie verder te zetten. We kunnen er hierbij rekening mee houden dat we echte vrijheid als een limietgeval beschouwen, omdat er gradaties zijn in gedetermineerd zijn. Bv. in mijn optiek is iemand die gedetermineerd is door een intense fysiologische drang naar heroïne en voor een shot kiest, minder vrij dan iemand die gedetermineerd is door zijn rationeel onderzoek van de ravages die door heroïne worden aangericht en kiest om nooit een shot te nemen. Stel dat u vindt dat de tweede persoon even onvrij is als de eerste, dan hebben we een probleem want meestal zal men in het alledaagse taalgebruik wel zeggen dat de tweede een vrije beslissing genomen heeft. Neem ook het voorbeeld van iemand met een uitstekende wiskundige aanleg en een behoorlijke kennis van de euklidische meetkunde. Als die het bewijs volgt, geleverd door Archimedes, dat de verhouding tussen een bol en de omgeschreven cylinder 2/3 is, en tot het besluit komt dat hij er zich volledig bij aansluit dat het bewijs geleverd is, dan heeft die in mijn definitie een volkomen vrije daad gesteld, ook al was die perfect voorspelbaar. Een vergelijkbare analyse kun je maken als er sprake is, niet alleen van wiskundige deductie, maar ook van de verwerking van waarnemingsgegevens. Iemand die nooit gerookt heeft, en dus niet verslaafd is, en op een bepaald moment voor de beslissing staat of hij in de toekomst zal roken, die kan, op grond van de wetenschappelijke gegevens en van zijn zorg voor zijn gezondheid beslissen niet te roken. In mijn optiek is dat een vrije beslissing. Sommige mensen kunnen in die omstandigheid een andere beslissing nemen, bv. omdat hun lief erop aandringt toch te roken: dan kan zich een meer ingewikkeld overwegingsproces afspelen, waarin niet alleen vaste algoritmes, maar bv. ook heuristieken een rol spelen - waarin nu en dan toevalselementen optreden, wat de voorspelbaarheid vermindert - ; in mijn optiek blijft het nog mogelijk dat de beslissing om toch te roken vrij genomen is (d.w.z. uiteindelijk door de rede gedetermineerd) maar het is evengoed mogelijk dat de belangrijkste factor de emotionele chantage vanwege het lief is dat de doorslag gaf, en in dat geval is de beslissing minder vrij. Deze beslissing is ook minder vrij als ze totaal onvoorspelbaar was door het feit dat hij uiteindelijk een muntstuk heeft opgegooid om te kiezen of hij al dan niet zal roken: aangezien in dat geval het toeval heeft beslist, kan er van vrijheid van de persoon geen sprake zijn (het toeval is niet de persoon).

(2) De tweede vraag is die welke u stelt, nl. of een persoon in die zin vrij kan zijn dat hij een beslissing neemt los van fysische randvoorwaarden en wetten; en dus onvoorspelbaar. In mijn optiek is deze definitie van vrijheid onhoudbaar, want intern contradictorisch. Als een persoon een beslissing zou kunnen nemen, los van fysische randvoorwaarden en wetten, dan zou dat uiteraard geen beslissing van die persoon zijn, want tot nader order zijn alle personen die ik ken fysische organismen die slechts dank zij randvoorwaarden en wetten kunnen bestaan. Om een beslissing aan dat fysische organisme te onttrekken en het toch aan die persoon toe te schrijven, zou u in die persoon een soort black box moeten introduceren die in zijn interne structuur niets met die persoon te maken heeft en die periodiek beslissingen aan dat organisme -die persoon - voorschrijft. Als die beslissingen volkomen onvoorspelbaar moeten zijn, moet die black box niets anders bevatten dan een random number generator, die nu eens de ene dan weer de andere beslissing genereert. Ik kan absoluut niet inzien wat zoiets met die persoon of met vrijheid te maken heeft. Als u dan zegt dat daaruit volgt dat vrijheid niet bestaat, dan mag dat van mij, maar dan blijjft u zitten met mijn analyse over de meer en minder redelijke vormen van determinatie; en dan zult u een woord moeten uitvinden om dat laatste type van beslissingen (de redelijke) te benoemen. Bovendien zult u met het probleem blijven zitten dat in de omgangstaal - en ook in de rechtbank - dat laatste type van beslissingen doorgaans vrije beslissingen genoemd wordt. Het soort vrijheid dat u definieert bestaat (wegens interne contradictie) inderdaad niet, maar het is ook in het alledaagse leven totaal irrelevant of het al dan niet bestaat. We kunnen rustig verder, zowel in het alledaagse leven als in de rechtbank, met de analyse die ik voorstel en ook met het taalgebruik dat we eraan verbinden.

Uw voorbeeld van de computer is bijzonder interessant. Die computer is niet onvrij omdat hij voorspelbaar is - een onvoorspelbare computer is even onvrij - maar omdat hij geen persoon is. Wij kennen de karakteristiek van persoon alleen toe aan die computers die: (1) over voldoende logische en mathematische programma's beschikken om op adequate wijze conclusies te trekken uit aangeboden gegevens ; (2) over voldoende heuristieken beschikken om bij niet beslissende gegevens (bv. wegens onvolledige verzamelingen van waarnemingsgegevens, of wegens de noodzaak een beroep te doen op probabilistische wetten) toch tot conclusies te komen (die uiteraard niet volledig voorspelbaar zullen zijn, maar dat verhoogt hun vrijheidskarakter niet, het doet er iets van af: de beslissing zal voor een deel niet door de structuur van de computer (de persoon zelf) bepaald zijn, maar door toeval); (3) over een systeem van drijfveren beschikken (doelstellingen die de computer poogt te realiseren) die een hiërarchische structuur hebben: er zijn meer en minder belangrijke drijfveren. Dat systeem wordt nog aangevuld met een systeem van emoties: factoren die de intensiteit van werking van de computer als geheel, of van delen ervan verhogen of verlagen, of die op de drijfveren zelf inwerken zodat de computer de voorgestelde doelstelling afbreekt om over te schakelen op een meer belangrijke: die bv op de vlucht doet slaan voor gevaar.

Als een dergelijke computer, geconfronteerd met een probleemsituatie, de relevante waarnemingen doet, de relevante natuurwetten gebruikt om de nodige afleidingen te maken, de conclusies hiervan vergelijkt met het deelsysteem van de drijfveren, en op grond hiervan een beslissing neemt, dan is dat een vrije beslissing van een persoon, tenzij de reeds vermelde emoties zo sterk zijn dat ze ertoe leiden de logische conclusies niet te volgen: in dat geval zou er verminderde vrijheid zijn, want verminderde redelijkheid. De beslissingen van deze computer zouden in een aantal complexe gevallen niet voorspelbaar zijn (o.m. wegens de heuristieken), maar achteraf zou door analyse van de verschillende stappen wel kunnen worden aangetoond dat ze in ieder stadium gedetermineerd waren, en dus vrij (met een verminderde vrijheid als ofwel de emoties, ofwel - in de heuristieken - het toeval, een grote rol spelen). Kortom, de volledig vrije computer (persoon) zou uiteraard volkomen gedetermineerd zijn, maar daarom niet noodzakelijk vooraf voorspelbaar.

Ik meen dat ik hiermee uw andere vragen beantwoord heb, maar mocht dat niet het geval zijn, dan wil ik graag de analyse verderzetten: het gaat hier om een zeer belangrijk probleem.

Etienne Vermeersch

 

Reactie van Pascal op het antwoord van Etienne Vermeersch

 

Hoewel ik het in grote lijnen eens kan zijn met de visie van Etienne Vermeersch, wil ik toch nog een paar aanvullingen hierop maken.

De definitie van vrijheid van Etienne Vermeersch stemt overeen met wat in het alledaagse leven en in de rechtbanken bewust of onbewust wordt aangenomen. Deze definitie leidt er ook toe om te spreken van verschillende gradaties van vrijheid. Laten we om een beter beeld te krijgen van deze gradaties enkele voorbeelden bekijken. Neem als voorbeeld de beslissing van een drugsverslaafde om nog een shot heroine te nemen. Deze keuze is zoals terecht door Vermeersch aangegeven volledig bepaald door zijn verslaving die hem eenvoudigweg geen andere mogelijkheid laat. Het sterke causale verband tussen de verslaving en het volgende shot ontneemt de persoon zijn vrijheid. In situaties waarin we de beslissingen van een persoon direct en onlosmakelijk kunnen relateren met een oorzaak noemen we de keuze onvrij. Neem nu eens het voorbeeld van de keuze van een drankje in een cafe. Wanneer iemand nog niet dronken is, zal hij schijnbaar vrij kunnen kiezen na afweging van de prijzen en zijn eigen voorkeuren welk drankje hij gaat nemen. De oorzaken voor zijn keuze zullen hierbij vaak niet duidelijk zijn. Na afweging staan er vaak meerdere opties open en wordt de uiteindelijk keuze vaak "toevallig" bepaald. De betrokkene zal er meestal van overtuigd zijn dat hij zijn beslissing volledig vrij heeft genomen. (de ober daarentegen, die merkt dat de keuze van de klant -zoals vaak- overeenkomt met de bierkaartjes op tafel zal eerder twijfelen aan de vrijheid van de keuze). In werkelijkheid is ook deze keuze volledig bepaald door een ketting van oorzaak en gevolg, waarbij de "ultieme" oorzaak (de toestand van het heelal na de big bang en de natuurwetten) volledig buiten hem ligt. Aangezien hier het directe verband tussen oorzaak en gevolg niet zichtbaar is, zijn we geneigd te denken dat de persoon zelf de oorzaak is en dat de persoon een vrije beslissing heeft genomen. In feite zijn alle keuzes onderworpen aan een ketting van causale verbanden, bijgevolg berusten de gradaties van de vrijheid die wij er aan toekennen louter op ons onvermogen om de causaliteit waar te nemen en niet op de aard van de keuzes zelf. Alle keuzes zijn even onvrij. Vrije keuzes zijn louter een illusie. De vraag rijst dan ook hoe we iemand verantwoordelijk kunnen houden voor zijn daden eenmaal we de illusie van de vrije keuze doorzien. Hierop berustte de klassieke verdedigingsstrategie van de vermaarde Amerikaanse advocaat Clarence Darrow waarmee hij menig moordenaar van de doodstraf kon redden. (Clarence Darrow was o.a. de advocaat van de vervolgde leraar in het "Monkey Trial" die illegaal de evolutietheorie onderwees). Een citaat van Darrow verduidelijkt dit punt verder: "Every one knows that the heavenly bodies move in certain paths in relation to each other with seeming consistency and regularity which we call phisical law. ... No one attributes free will or motive to the material world. Is the conduct of man or the other animals any more subject to whim or choice than the action of the planets? ... We know that man's every act is induced by motives that led or urged him here or there; that the sequence of cause and effect runs through the whole universe, and is nowhere more compelling than with man." Als Darrow de definitie van Vermeersch had gevolgd, zouden ongetwijfeld een pak meer mensen op de elektrische stoel gestorven zijn. Een goed inzicht in de aard van vrijheid heeft dus zeker praktische consequenties. Tot slot nog een bemerking over de voorwaarden die Etienne Vermeersch stelt aan de computer om een persoon te worden. De vraag stelt zich hier hoeveel van de 3 bovenvermelde vermogens een computer nodig heeft om van een persoon te kunnen spreken. De robotgrasmaaiers en robotstofzuigers die onlangs op de markt kwamen voldoen allen in een zeer beperkte mate aan de voorwaarden. Ze kunnen op basis van hun sensoren adequate conslusies trekken, sommigen beschikken ook over een zekere mate van heuristieken en ze hebben een hierarchisch geheel van drijfveren. (terugkeren om de batterijen op te laden is belangrijker dan nog wat stofzuigen en op de vlucht slaan voor een afgrond (lees trap) is nog belangrijker). De Sony speelgoedrobots voldoen nog een stuk beter aan de 3 voorwaarden. Nochtans zullen maar weinigen deze robots bestempelen als personen. Pascal

 

Reactie van Etienne Vermeersch

 

Pascal,

Ik denk dat er betreffende mijn centrale punt nog steeds een zeker misverstand bij u aanwezig blijft. Steeds blijft er in uw redeneringen als achtergrond de opvatting dat keuzes die volledig gedetermineerd zijn door causale factoren, niet vrij zijn. Maar in mijn optiek veronderstelt maximale vrijheid maximale determinatie en naarmate een handeling minder dwingend gedetermineerd is, bv. gedeeltelijk te wijten aan toevalsfactoren, in die mate kan ze ook niet meer volledig vrij zijn.

Het verschil tussen meer en minder vrijheid ligt dus niet in een verschil tussen minder en meer determinatie, maar wel in het volgende. (a) Een systeem is des te meer vrij naarmate het meer gedetermineerd is door interne mechanismen, dan door externe. (b) Een systeem is meer vrij naarmate het meer autonoom is, d.w.z. dat de doelstellingen meer te maken hebben met interne drijfveren, waarvan het zichzelf in stand houden een belangrijk element is. (c) Een systeem is meer vrij naarmate het meer gedetermineerd wordt door eigen middelen van informatieverwerking, meer bepaald, dat wat we bij de mens de "rede" noemen: de meest voortreffelijke wijze om met logico-mathematische en empirische problemen om te gaan. (d) Een systeem is des te meer vrij naarmate het een meer volledig overzicht heeft van de eigen drijfveren en het vermogen heeft een hiërarchie van die drijfveren op te stellen (bv. kortstondig onmiddellijk genot onderschikken aan een minder intens, maar meer positief gewaardeerd kwaliteitsvol voortbestaan op lange termijn). (e) Een systeem is des te meer vrij naarmate het meer in staat is het handelen te laten leiden door de conclusies die de "rede" trekt uit een vergelijking van de centrale doelstellingen, met de analyse van de middelen om die te realiseren. (f) Bovendien ben ik van mening dat een dergelijk systeem slechts adequaat over "drijfveren" beschikt, wanneer die zich uiten in emoties (lust, onlust, angst, begeerte...), d.w.z. impulsen die bij waarneming van bepaalde situaties (bv. verwonding, gevaar...) het totaalsysteem zo mobiliseren dat het hele handelen van het systeem daarop gericht is (bv. ontlopen van gevaar).

De tot op heden geconstrueerde robotten voldoen niet of slechts in geringe mate aan (b), (c), (d), (e), (f).

Mijn definitie (die nog verder gepreciseerd moet worden) gaat in voldoende mate op voor de levende wezens met een centraal zenuwstelsel; met dien verstande dat de meeste aspecten slechts op het niveau van de mens tot volle ontplooiing komen ((a), (b), en (f) reeds bij hogere dieren), en ook daar slechts in variabele mate: de meeste mensen zijn onvoldoende gedetermineerd door causale factoren om vrij te kunnen zijn: bv. (d) en (e) zijn vaak slechts in beperkte mate aanwezig, met het gevolg dat veel aan het toeval (of aan causale factoren die niets met de doelstellingen te maken hebben) wordt overgelaten.

Mijn definitie is echter niet adequaat voor hooggeperfectioneerde robotten of automaten die al de bovenvermelde aspecten zouden bezitten, maar die bovendien in staat zouden zijn de factoren (d) en (f) te wijzigen. Mensen kunnen hun basisbehoeften en o.m. hun sterke levensdrang niet in belangrijke mate wijzigen: die liggen vast in ons biologisch systeem, maar kunstmatige automaten zouden in staat zijn die deelsystemen die (d) en (f) bepalen, te vervangen of te herprogrammeren. De vraag is echter vanuit welke drijfveren ze dat dan zouden doen. De beslissing zou immers genomen worden op basis van drijfveren op moment t, maar tot gevolg hebben dat het systeem daarna drijfveren van moment t+1 heeft, die misschien tot conclusies zouden leiden die strijdig zijn met die van moment t. ( en dus eventueel een terugkeer naar moment t zouden t zouden doen overwegen, maar aangezien men in t+1 zit, is die overgang allicht niet plausibel; dus misschien een keuze voor t+2, enz. enz.) Dat is een anomalie waarvoor ik geen oplossing heb.

Het is inderdaad zo dat Darrow met mijn vrijheidsconcept een aantal mensen niet van de electrische stoel zou hebben gered, maar met zijn vrijheidsconcept heeft hij onrechtvaardigheid geschapen. Dat mensen al dan niet op de electrische stoel gedood werden, hing in dat geval eerder af van het feit of ze door Darrow verdedigd werden, dan van de ernst van de misdaad.

Indien mijn vrijheidconcept algemeen aanvaard zou worden, zouden alle straffen bepaald worden door de volgende factoren (a) bescherming van de maatschappij tegen recidive van de dader (waarbij onderzocht moet worden in welke mate hij verbeterbaar is, eerder dan de vraag of hij al dan niet "vrij" handelde); (b) afschrikking van andere mogelijke daders; (c) beantwoorden aan het rechtvaardigheidsgevoel van de mensen: (1) een zekere genoegdoening aan de slachtoffers (2) ondersteuning van het algemeen besef van het "kwaad" (= datgene wat het maatschappelijk leven in het gedrang brengt) bestraft wordt en het goede beloond.

Ik ben u heel dankbaar dat u mij tot explicitering van mijn inzichten dwingt.

met vriendelijke groet,

Etienne Vermeersch